3-153

3-153

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 9 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Dedecker aan de minister van Werk over «het Zeevissersfonds» (nr. 3-1034)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik ben van de kust en, zoals de minister weet, kampen de reders in de zeevisserij al jaren met een crisis. Enkele jaren geleden maakte de baggersector ook een crisis door en toen werd de wijze beslissing genomen om de sector vrij te stellen van de betaling van twee derden van de socialezekerheidsbijdragen. De baggerbedrijven behoren vandaag tot de meest bloeiende bedrijven van ons land.

In de zeevisserijsector wordt vandaag een deel van de socialezekerheidsbijdragen gestort in het Zeevissersfonds. Een echte vermindering van de werkgeversbijdragen zoals in de baggersector werd niet toegestaan. Het fonds wordt paritair beheerd door de vakbonden en de rederscentrale. De vakbonden voeren echter het hoogste woord en daardoor verloopt het beheer van het fonds moeizaam.

Een gedeelte van het fonds wordt gebruikt voor het Fonds duurzame ontwikkeling in de zeevisserij, dat nieuwe vistechnieken uitvlooit en reclamecampagnes opzet voor onder andere garnaal en roodbaars.

Het grootste deel van het Zeevisserijfonds moet dienen voor het sociaal statuut van de zeevisser, bedoeld wordt de loontrekkende zeevisser. Geen enkele reder heeft daar tot op heden enig profijt van gehad.

Van de minister had ik dan ook graag vernomen hoeveel geld momenteel in het fonds zit. Het moet om een enorm bedrag gaan, want ongeveer 127 rederijen stijven het. Sommige schepen betalen een bijdrage tot 500.000 euro per jaar.

De Vlaamse regering heeft besloten om een slooppremie te geven voor schepen die uit de vaart worden genomen. Als de overblijvende visserijquota verdeeld worden over Belgische schepen die in de vaart blijven, dan is dat een heel goede maatregel. Mochten die faillissementen met het oog op de quota echter worden opgekocht door vreemde landen, dan zou het iets slechter zitten, maar zo'n vaart loopt het nu nog niet.

De Europese Unie komt weliswaar tussen in de sloopactie, maar minister-president Leterme, die ook bevoegd is voor Landbouw en Visserij, is bij mijn weten toch nog op zoek naar 4 à 5 miljoen euro om de slooppremie te financieren. Mijns inziens zou het in de gegeven omstandigheden maar rechtvaardig zijn, mochten de centen van de reders naar de reders terugkeren en mocht het Zeevissersfonds worden aangesproken voor de financiering van de slooppremie.

Van de minister had ik dus ook graag vernomen of dat wettelijk mogelijk is.

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Het Zeevissersfonds is een fonds van bestaanszekerheid dat werd opgericht met toepassing van de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid. Het Zeevissersfonds moet dus voldoen aan de verplichtingen inzake financiële controle opgesomd in bovengenoemde wet en het koninklijk besluit van 15 januari 1999 betreffende de boekhouding en de jaarrekening met betrekking tot de Fondsen voor bestaanszekerheid.

Het jaarverslag en de balans dienen statutair uiterlijk in de maand april ter goedkeuring aan het paritair comité voor de Zeevisserij te worden voorgelegd. De voorzitter van het paritair comité bezorgt vervolgens een afschrift aan de minister van Werk.

Aangezien de resultaten van het boekjaar 2005 nog niet beschikbaar zijn, kan ik daarover nog geen cijfers geven. Zodra ik over die cijfers beschik, zal ik ze de vraagsteller bezorgen en hem uitgebreid inlichten over de financiële toestand van het Zeevissersfonds.

Op de vraag of de reserves van het Zeevissersfonds mogen worden aangewend voor de sloopactie die in het actieplan voor duurzame visserij van de Vlaamse regering is opgenomen, moet ik antwoorden dat het fonds is opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst. De statuten van het fonds werden dan ook bepaald door de sociale partners. De sociale partners die vertegenwoordigd zijn in het paritair comité voor de Zeevisserij, kunnen bijgevolg autonoom beslissen hoe ze de middelen van het fonds aanwenden.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik begrijp dus goed dat het Zeevissersfonds autonoom kan beslissen over de aanwending van zijn middelen. Zou de minister me de cijfers van het boekjaar 2004 kunnen bezorgen?

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - Ik zal die cijfers aan de heer Dedecker laten opsturen.