3-152

3-152

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 23 FEBRUARI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Fauzaya Talhaoui aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over ęde allochtonenquota in de administratie en de discriminatie in de privť-bedrijvenĽ (nr. 3-1026)

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - In verband met de zaak Feryn, die deze week opnieuw in de actualiteit is gekomen, zag het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding zich verplicht gerechtelijke stappen te ondernemen als gevolg van de manifeste onwil van dit kantelpoortenbedrijf om allochtone werknemers in dienst te nemen. Een paar maanden geleden was het Centrum met het bedrijf overeengekomen dat het werk zou maken van diversiteit, wat echter niet is gebeurd. De allochtone organisaties en jongeren zijn nu van plan om aan de hand van praktijktests duidelijk te maken dat er wel degelijk sprake is van discriminatie op de werkvloer.

Annelies Storms en andere collega's hebben in de Kamer al vaak vragen gesteld over deze praktijktests. Nog niet zo lang geleden heeft de minister geantwoord dat de regering het op korte termijn eens zou worden over het koninklijk besluit terzake. Hij voegde eraan toe dat, indien dit niet spoedig het geval zou zijn, hij er op zou aandringen dat de rechtspraak een valabele oplossing zou bieden. Mijn partij en ikzelf geloven ten stelligste dat deze tests duidelijk zullen aantonen dat allochtonen inderdaad worden gediscrimineerd, wat ze ook doen om werk te vinden.

Vlaams Minister voor Jeugd, Sport, Cultuur en Brussel, Bert Anciaux, heeft op een studiedag in Gent aangekondigd dat hij zich engageert om vanaf nu en uiterlijk tegen juni 2008 al zijn adviesraden en andere beoordelingscommissies voor 10% samen te stellen uit personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond. Het gaat om bijna 80 organisaties. Voor het personeelsbeleid van het departement en alle instellingen opteert hij om tegen juni 2008 minstens ťťn functie op A-niveau te laten invullen door een persoon met een etnisch-cultureel diverse achtergrond.

De Minister verwacht ook dat andere administraties rekening houden met diversiteit in hun wervingsbeleid. Hij zou willen dat de notie interculturaliteit als beoordelingscriterium wordt opgenomen in alle decreten die onder zijn bevoegdheid vallen. Hij vraagt ook dat alle door de Vlaamse Gemeenschap structureel gesubsidieerde organisaties zich zouden bezinnen over interculturaliteit, uiteraard in alle autonomie.

De Vlaamse overheid beschikt over een aantal particuliere instellingen die zij zelf heeft opgericht of die heel dicht bij de overheid staan. Ook van deze instellingen met een bijzondere status, zoals de steunpunten, de grote cultuurhuizen, de fondsen, de landelijke koepels voor amateurkunsten en een aantal specifieke organisaties waarop het cultuurpact van toepassing is, alsook van de Volkshogescholen verwacht de Minister dat ze hun raden van bestuur zodanig samenstellen dat ze bestaan uit 10% personen met een etnisch-cultureel diverse achtergrond. Hij vraagt hen ook inspanningen te leveren op het gebied van hun staf en/of middenkaderniveau.

Wat vindt de Minister van de gerechtelijke stappen die het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding deze week heeft gezet? Zijn ze voor hem een aanleiding om het dossier van de praktijktests opnieuw op de tafel te leggen?

Minister Anciaux heeft deze week initiatieven genomen in verband met streefcijfers en quota binnen zijn eigen administratie. Is de minister van Gelijke Kansen van plan om binnen zijn administratie daarover na te denken en is hij bereid zijn collega's te doen nadenken over diversiteit en streefcijfers?

De heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen. - Als federaal Minister is het niet mijn taak me uit te spreken over het beleid dat door een gewestminister wordt gevoerd in het kader van zijn bevoegdheden. Het plan van Minister Anciaux kadert, net zoals andere initiatieven, in het streven om de diversiteitsproblemen op de politieke agenda te plaatsen. In die zin is het natuurlijk welkom.

Er wordt regelmatig over deze problemen overleg gepleegd met de gemeenschappen en de gewesten in het kader van interministeriŽle conferenties. Het beleid van Minister Anciaux moet echter gesitueerd worden op een terrein dat uitsluitend onder de bevoegdheden van de gewesten en de gemeenschappen behoort. De Vlaamse Gemeenschap hoefde zich dus niet tot de overleginstanties te wenden voor de uitwerking en de uitvoering van dit plan.

Rekening houden met de diversiteit in onze samenleving, in het bijzonder op het gebied van betrekkingen in de overheids- en de privť-sector, is een uitdaging die ons allen aangaat.

Wat de inhoud betreft lijkt initiatief van minister Anciaux mij zeer interessant, in die zin dat het erop gericht is het aspect van de interculturaliteit te integreren in alle beleidslijnen die verband houden met de bevoegdheden van de Vlaamse Minister van Jeugd en Sport. Door dit te doen komt het initiatief volledig tegemoet aan de aanbevelingen van de Commissie voor de Interculturele Dialoog.

Wat mij betreft, heb ik inzake interculturaliteit niet gekozen voor quota's, maar geef ik veeleer de voorkeur aan een aanpak op drie niveau's.

Ten eerste dient alles in het werk te worden gesteld om personen van vreemde oorsprong ertoe aan te moedigen zich kandidaat te stellen voor een betrekking in een federale overheidsdienst. Dat moet gebeuren met sensibiliseringsacties omtrent de mogelijkheden inzake werkgelegenheid en de te volgen sollicitatieprocedures. Naast de wervingscampagnes die geregeld door Selor worden gevoerd en die de bevordering van de diversiteit reeds visueel integreren, zal er binnenkort een brede communicatiecampagne worden gelanceerd om de rol van de federale overheid als werkgever, die zich bekommert om diversiteit, te benadrukken. Samen met de verenigingen op het terrein wordt er ook werk van gemaakt om werkaanbiedingen beter te verspreiden.

Bovendien moeten de goede managementpraktijken in de administraties en in de bedrijven gevaloriseerd worden. Deze hebben tot doel de gelijkheid en de non-discriminatie te bevorderen, in het bijzonder in de wervingsprocedures en een werkkader te creŽren voor de oplossing van problemen en het wegwerken van onbegrip in verband met culturele diversiteit. Het actieplan heeft tot doel de diversiteit te bevorderen in de federale overheidsdiensten.

Wat de privť-sector betreft, wil ik de oprichting stimuleren van een diversiteitslabel dat zou kunnen worden toegekend aan de ondernemingen die bijzondere aandacht besteden aan diversiteit.

Anderzijds moet ook worden gewerkt aan de non-discriminatie. Een persoon van de arbeidsmarkt uitsluiten omwille van zijn herkomst, is onaanvaardbaar en onwettig. De acties van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding hebben een voorbeeldfunctie voor de hele samenleving. Conform artikel 3 van de wet van 15 februari 1993 kan het iedere persoon informeren over zijn rechten en plichten en over de manier om die te laten gelden. Het kan ook klachten ontvangen en bemiddelen, wat het bijna systematisch doet. Ten slotte kan het een proces aanspannen als dat nodig is op basis van de wetten die racisme en discriminatie bestraffen. Slechts vijf procent van de klachten die bij het Centrum worden ingediend, mondt uit in een rechtszaak.

Deze procedure werd gevolgd in de zaak Feryn. Ik wens geen commentaar te geven op de beslissingen tot vervolging die onafhankelijk door het Centrum worden genomen, zoals opgelegd door de Belgische wet en de Europese richtlijnen.

Als de slachtoffers, met of zonder de steun van het Centrum, klacht indienen, dan moet het Centrum er zich van vergewissen dat de wet volledige uitwerking kan hebben door het slachtoffer de mogelijkheid te bieden de discriminatie te bewijzen.

Ook al is het belangrijk om de werkgevers in de overheids- en in de privť-sector te sensibiliseren, op te leiden en te informeren over de diversiteit, toch mag dat niemand vrijstellen van de verplichting de wetten na te leven die door het parlement werden goedgekeurd. Preventie is pas efficiŽnt als ze wordt gekoppeld aan een strenge toepassing van de wetten.

Het is voor iedereen duidelijk dat de wetten tegen de discriminatie niet efficiŽnt zijn indien men de personen die er het slachtoffer van zijn, niet de middelen geeft om te bewijzen dat ze anders worden behandeld op grond van hun oorsprong, huidskleur, geslacht of seksuele geaardheid. Indien men het willekeurige karakter van een verschillende behandeling niet kan aantonen, bijvoorbeeld bij het afsluiten van een contract, laat men zich in een of andere zin valse of overdreven ideeŽn opdringen. Voor sommigen bestaat discriminatie niet als ze niet kan worden aangetoond. Voor anderen is elke keuze discriminerend.

De wet en diegenen die de wet moeten toepassen, moeten om terzake geloofwaardig te zijn, beschikken over middelen die het mogelijk maken de situaties die discriminatie inhouden, te objectiveren. De praktijktest waarin de wet voorziet, is essentieel om de naleving van de principes van gelijkheid en non-discriminatie te waarborgen.

De regering werd op de hoogte gebracht van het probleem van de praktijktests. Ik wil dat de aan de gang zijnde denkoefeningen snel tot conclusies leiden. Ik sta open voor alle wettelijke formules die de slachtoffers van discriminatie een veilig en efficiŽnt instrument kunnen bieden dat door iedereen wordt erkend.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik begrijp dat minister Dupont niet alleen kan optreden en dat hij ook met zijn collega's moet overleggen. Net als vele anderen meen ik dat BelgiŽ hoogdringend werk moet maken van een diversificatiebeleid. Onlangs onderstreepte de OESO nog dat BelgiŽ in dit dossier heel slecht scoort. Het weekblad Knack toonde vorige week nog aan dat BelgiŽ inzake diversiteit onderaan het Europese peloton bengelt.

Minister Dupont wees er ook op dat heel wat plannen op tafel liggen. Dat is nu juist op het probleem: zowel op federaal als op regionaal niveau worden plannen en actieplannen opgesteld en wordt er overleg gepleegd, maar daar blijft het blijkbaar bij. Ik hoop nu dat het actieplan van minister Dupont zo snel mogelijk in concrete maatregelen wordt omgezet zodat de bevolking duidelijk wordt gemaakt dat de federale overheid actie onderneemt.

Ik weet de minister al maanden met zijn regeringspartners overleg pleegt over de praktijktests. Ik stel vast dat een positieve beslissing uitblijft. De Franse regering heeft na de recente rellen maatregelen genomen waarbij de praktijktest een essentieel onderdeel van het beleid wordt. Er is nood aan een instrument om de werkgevers onder druk te zetten.