3-150 | 3-150 |
Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Volgens een recente studie worden er steeds minder huurwoningen op de markt aangeboden en gaat ook hun kwaliteit in dalende lijn. Een van de redenen is dat vooral arme mensen op de huurmarkt zijn aangewezen omdat ze niet, zoals driekwart van de Belgen, de middelen hebben om een eigen woning te kopen. Anderzijds wordt investeren in huurwoningen fiscaal niet voldoende aangemoedigd, worden verhuurders amper gecontroleerd en loopt de verplichte bemiddeling al geruime tijd spaak. De problemen situeren zich dus op diverse domeinen.
De recente voorstellen van de minister zijn dan ook zeer welkom. Ook ik ijver al langere tijd voor actie om ook mensen in armoede een waardige woonst te geven. Mijn collega's Fatma Pehlivan, Marie-José Laloy en ik hebben daarom een wetsvoorstel ingediend tot oprichting van een huurwaarborgfonds. Momenteel staat het op de wachtlijst van de commissie voor de Justitie
Wordt ons wetsvoorstel rond het huurwaarborgfonds overgenomen in het wetsontwerp over de hervorming van de huurwaarborg?
Welke mogelijkheden ziet de minister al dan niet voor de invoering van een systeem van huursubsidies?
Welke mogelijkheden ziet de minister om de huurprijzen op lokaal vlak aan te pakken, wetende dat de stijging van de prijzen in Brussel veel groter is dan in Vlaanderen?
Welke initiatieven zal de minister nemen om de verplichte bemiddeling bij huurgeschillen en de inbreuken op de huurwetgeving, zoals in het geval van huisjesmelkers, aan te pakken?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ziehier het antwoord van de minister van Justitie.
Enkele weken geleden heeft de regering `tien werven' of tien grote sociaal-economische projecten goedgekeurd. Over de derde werf die tot doel heeft armoede uit te sluiten, wordt onder meer het volgende gezegd: `Kwaliteitsvol wonen is een basisrecht zodat moet worden vermeden dat de huurprijzen en de huurwaarborgen te zwaar doorwegen op het gezinsbudget'. De verschillende voorstellen van de minister moeten vanuit die gezichtshoek worden bekeken.
Het wetsvoorstel inzake het Fonds voor huurwaarborgen geniet uiteraard de aandacht van de minister en werd trouwens gebruikt als basis van de werkzaamheden in de regering. Toch is het systeem dat de minister aan de regering heeft voorgesteld niet helemaal identiek, ook al is de filosofie van beide initiatieven min of meer gelijklopend. Het systeem dat de minister voor ogen heeft, berust op de instelling van een naamloze vennootschap van publiek recht die zou worden belast met het centraal beheer van de huurwaarborgen. In dit systeem zouden de huurwaarborgen nog steeds bij de banken worden gedeponeerd. Alleen de huurders die onmogelijk kunnen voldoen aan artikel 10 van de wet van 1991 zouden zich rechtstreeks tot die naamloze vennootschap kunnen richten. Voor die mensen zouden de banken de bedragen overmaken aan de naamloze vennootschap. Die zou via een proactief beheer van haar financiële activa, aan de huurders een rente uitkeren met hetzelfde gemiddelde rendement als bij de klassieke spaarplannen die worden gebruikt wanneer de gelden op een geblokkeerde rekening worden geplaatst. De naamloze vennootschap zou bovendien jaarlijks, ook via dat proactieve beheer, een bijkomende rente ontvangen, waarmee het mogelijk zou zijn de huurwaarborgen ten laste te nemen van degenen die het nodig hebben. Om die huurwaarborg toe te kennen via een schriftelijke waarborg van de Staat, zou de Koning de objectieve voorwaarden vastleggen, zoals inkomsten, huur, solvabiliteit, waaraan de potentiële huurders moeten voldoen.
De minister wenst eveneens dat de wet ook in een actiemiddel voorziet dat de Staat kan aanwenden tegen huurders die zich weinig zorgen maken over de staat van het gehuurde goed. De huurtoelage behoort tot de bevoegdheid van de gewesten. De minister is geen voorstander van een systeem waarbij de huurprijzen verder stijgen en vervolgens ten laste van de gehele gemeenschap worden gelegd. De minister meent dat indien de meest kwetsbaren moeten worden geholpen met een huurtoelage, dat moet gebeuren in een kader waarbij de huurprijzen aan regels worden gebonden.
In het voorstel van de minister inzake de blokkering van de stijging van de huurprijzen wordt rekening gehouden met de evolutieve verschillen in bepaalde regio's of subregio's.
Het klopt dat de huurprijzen niet in alle delen van het land dezelfde ontwikkeling kennen.
Het voorontwerp van wet, waarover momenteel wordt gediscussieerd, voorziet in blokkeringsmaatregelen in geografisch afgebakende zones.
Met betrekking tot de verplichte verzoening voor de vrederechter werden paritaire commissies opgestart. Drie proefprojecten lopen in Brussel, Gent en Charleroi.
Die commissies moeten niet alleen indicatieve roosters voor objectieve huurprijzen opstellen, maar moeten ook de huurconflicten behandelen om te vermijden dat er automatisch een rechtszaak van komt. Als het experiment overtuigende resultaten oplevert, willen we het veralgemenen tot de 589 Belgische gemeenten en de verplichte verzoening voor de vrederechter afschaffen.
Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik vind de plannen van de minister heel goed, maar het spijt me dat geen rekening wordt gehouden met ons voorstel om via het huurwaarborgfonds maatregelen voor meer energievriendelijke woningen te ondersteunen.
Bovenop de huurkosten komen nog de energiekosten. Vooral die laatste rijzen de pan uit, omdat heel veel huurwoningen slecht geïsoleerd zijn. Daarom hebben wij voorgesteld om de beschikbare marge van het huurwaarborgfonds te gebruiken om verhuurders te subsidiëren die hun huurhuizen energievriendelijker maken. Dat zijn twee vliegen in één klap: de verhuurder doet er voordeel bij en de huurkosten verlagen. Niet alleen de huurmarkt zal aan kwaliteit winnen, ook het milieu vaart er wel bij.
Ik vraag met nadruk aan de minister om dat specifieke punt uit ons wetsvoorstel nog eens te bekijken en eventueel in overweging te nemen.