3-149

3-149

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 2 FEBRUARI 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jan Steverlynck aan de vice-eerste minister en minister van Financiën over «de concurrentiepositie van België als vestigingsplaats voor pan-Europese pensioenfondsen» (nr. 3-1315)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - De Europese richtlijn over de instellingen voor aanvullende pensioenen van 13 mei 2003 maakt de oprichting mogelijk van grensoverschrijdende pensioenfondsen in de Europese Unie. De lidstaten kunnen grotendeels zelf bepalen hoe ze de richtlijn in hun eigen wetgeving omzetten.

De richtlijn moest op 23 september van vorig jaar in het recht van de nationale lidstaten zijn omgezet. België haalde andermaal de deadline niet. De regering dient snel werk te maken van de omzetting en kan hierbij het effect van de omzetting van de richtlijn in andere lidstaten in al zijn vormen bestuderen.

De mogelijkheid om grensoverschrijdende pensioenfondsen op te richten en de toegestane marge bij het omzetten van de richtlijn leiden tot zware concurrentie tussen de lidstaten om pan-Europese pensioenfondsen van grote multinationals aan te trekken. Terwijl lidstaten zoals Luxemburg en Ierland zich succesvol als aantrekkelijke vestigingsplaats profileren, valt België op door zijn afwezigheid in de concurrentiestrijd. Nochtans beschikt België over een aantal belangrijke troeven: een centrale ligging dicht bij de Europese Commissie, een veeltalige bevolking en de aanwezige knowhow. Bovendien zijn de economische belangen van pensioenfondsen in ons land nauwelijks te overschatten. Uit welingelichte bron blijkt dat de Amerikaanse Kamer van Koophandel afwacht om België als gastland voor pan-Europese pensioenfondsen aan te raden. Zij zijn zich ook bewust van de tekortkomingen in de Belgische wetgeving.

In eerste instantie leek de regering dit begrepen te hebben. De ministerraad van 21 en 22 maart 2004 belastte de ministers van Financiën, van Pensioenen en van Economie met het bijeenroepen van een werkgroep om te onderzoeken hoe België zich kan profileren als vestigingsplaats voor pan-Europese pensioenfondsen. Verder diende de werkgroep na te gaan hoe de rechten van de werknemers, die bij een buitenlandse pensioeninstelling zijn aangesloten, kunnen worden gevrijwaard. Op het ogenblik is het gissen naar de verwezenlijkingen van de werkgroep. Alles lijkt erop te wijzen dat de werkgroep al geruime tijd geen progressie meer heeft geboekt.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen. Wanneer wordt de bewuste richtlijn in nationale wetgeving omgezet? Hoe zal de wet eruit zien? Zal het gaan om een kaderwet die later zal worden aangevuld met uitvoeringsbesluiten? Werd er gepeild naar de invloed van de omgezette richtlijn in andere lidstaten? Wat heeft de studie opgeleverd?

Hoe verklaart de minister de stilte rond de werkzaamheden van de werkgroep voor pan-Europese pensioenfondsen? Wat heeft de werkgroep verwezenlijkt sinds de oprichting ervan? Wat mogen we op korte termijn nog verwachten? Wat heeft de regering ondernomen om België te profileren als een attractiepool voor grensoverschrijdende pensioenactiviteiten? Hoe zal het beleid evolueren op het gebied van toezicht, op fiscaal vlak en voor sociaal recht en arbeidsrecht? Welke concrete doelstellingen worden hierbij gesteld? Hoe worden pensioenfondsen en bepaalde instellingen begeleid en gemotiveerd om België uit te kiezen als vestigingsplaats?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Wij begrijpen de vragen van de heer Steverlynck over de concurrentiepositie van België als vestigingsplaats voor pan-Europese pensioenfondsen.

De omzetting van de Europese richtlijn 2003/41/EG van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening behoort tot de bevoegdheid van de minister van Economie. Ik kan wel meedelen dat die richtlijn in de Belgische wetgeving zal worden omgezet door een wetsontwerp dat de oprichting van pan-Europese pensioenfondsen met als gastland België moet mogelijk maken. Dat ontwerp wordt momenteel in een interkabinettenwerkgroep besproken en wordt binnenkort ter bespreking bij het Parlement ingediend.

In het wetsontwerp zelf worden de nodige prudentiële procedures opgenomen om Belgische instellingen buitenlandse pensioenregimes te laten beheren. Verder krijgen Belgische ondernemingen de mogelijkheid om aan te sluiten bij een buitenlands pensioenfonds. Het spreekt voor zich dat in dat geval het Belgische sociaal en arbeidsrecht van toepassing blijft. Er werd tevens van de omzetting van de richtlijn gebruik gemaakt om het bestaande prudentieel kader te herdenken en te moderniseren, bijvoorbeeld inzake de governance van de instellingen.

Daarenboven werd veel aandacht besteed aan het transparanter maken van de wetgeving, onder meer door het samenbrengen in het wetsontwerp van bepalingen die nu over verschillende teksten verspreid zijn. Op die manier zal een modern, open en transparant prudentieel kader de Belgische pensioenfondsen de nodige ruimte bieden om pensioenregimes uit andere lidstaten te ontvangen. Het spreekt voor zich dat in uitvoering van het wetsontwerp een aantal meer technische aspecten verder worden uitgewerkt in diverse uitvoeringsbesluiten.

Ik kan de heer Steverlynck nog meedelen dat ook andere lidstaten van de Unie nog volop bezig zijn met de omzetting van de richtlijn. Momenteel hebben 11 van de 25 landen dat volledig en 5 gedeeltelijk gedaan. In het kader van CEIOPS, het Committee of European Insurance and Occupational Pension Supervisors, wordt de evolutie opgevolgd. Een werkgroep van het CEIOPS heeft reeds een ontwerpprotocol opgesteld dat de samenwerking moet vergemakkelijken tussen de toezichthouders van de verschillende lidstaten in het kader van de grensoverschrijdende activiteiten van pan-Europese pensioenfondsen.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Ik kan alleen maar hopen dat het wetsontwerp heel spoedig bij het Parlement wordt ingediend, zodat wij onze positie als aantrekkelijk land voor dergelijke pensioenfondsen kunnen waarmaken.