3-145

3-145

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 12 JANVIER 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe à la vice-première ministre et ministre de la Justice et au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur et au ministre de l'Économie, de l'Énergie, du Commerce extérieur et de la Politique Scientifique sur «le trafic d'oeuvres d'art volées opérant en Belgique ou via la Belgique» (nº 3-1255)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra au nom de Mme Laurette Onkelinx, vice-première ministre et ministre de la Justice.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - België heeft de naam een draaischijf te zijn van de internationale handel in gestolen kunst. Jaarlijks worden in ons land 12.000 à 14.000 kunstvoorwerpen gestolen uit woningen, kerken en openbare gebouwen. De federale politie bevestigt dat de illegale kunsthandel in ons land aanwezig is en vraagt meer middelen om de strijd tegen de kunstdiefstal te kunnen opvoeren.

In vergelijking met drugshandel, mensenhandel, verkeer en terrorisme krijgt kunstdiefstal in ons land een pak minder aandacht van de federale politie. Dat klinkt misschien redelijk, maar kunstdiefstal neemt toe en manifesteert zich steeds nadrukkelijker als een grensoverschrijdend probleem. Zo duiken in ons land steeds meer malafide kunsthandelaars uit onze buurlanden op.

De federale politie heeft intussen een afdeling Kunst en Antiquiteiten opgericht, maar die dienst telt amper vier ambtenaren. In alle arrondissementen samen is een vijftigtal politiemensen met expertise aan de slag, maar die zijn niet voltijds met kunstdiefstal bezig. Vooral met Frankrijk wordt informatie uitgewisseld. De politie heeft nu een databank met foto's van in België gestolen kunstvoorwerpen, maar die gegevens zijn niet verbonden met de databanken van buitenlandse politiediensten.

Dat België de illegale kunsthandel aantrekt, heeft ook te maken met lacunes in de wetgeving. Heling van kunst verjaart in ons land al na vijf jaar, terwijl dat in Frankrijk wordt beschouwd als een voortdurend misdrijf. België heeft ook nog steeds het UNESCO-verdrag, dat kunstvoorwerpen internationaal beschermt en voorziet in regels van bescherming, nog niet geratificeerd. Daardoor kunnen bijvoorbeeld Afrikaanse beelden die tot het beschermde cultuurpatrimonium behoren, zonder probleem in België verhandeld worden.

Hoe reageren de ministers op de roep van de federale politie om meer middelen in de strijd tegen de georganiseerde kunstdiefstal?

Wanneer gaat de Belgische regering bij onze buurlanden en de Europese Unie aandringen om werk te maken van één Europese databank voor gestolen kunst? Hoe zal die gegevensbank eruit zien?

Kan de regering de idee steunen om de straftermijn in ons land voor heling van kunst op te trekken? Ik verwijs hiervoor ook naar het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 505 van het Strafwetboek betreffende de heling, dat in 2003 werd ingediend door de heer François Roelants du Vivier.

Wanneer gaat de regering werk maken van de ratificatie van het UNESCO-verdrag dat cultuurgoederen beschermt en ongeoorloofde handel onmogelijk maakt?

Welke andere maatregelen gaat de regering nemen om de handel in gestolen kunst in en via ons land tegen te gaan en te bedwingen?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - De bestrijding van de kunstdiefstal is geen prioriteit in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Men kan immers niet alles als prioritair beschouwen. Dit betekent niet dat de politiediensten geen aandacht zouden hebben voor het fenomeen. Ze houden een goede documentatie bij van gestolen voorwerpen en beschikken onder meer over een databank. Wanneer een gerechtelijk onderzoek wordt gevoerd naar een kunstzwendel hebben de politiediensten uiteraard voldoende capaciteit om dat onderzoek uit te voeren. Ik heb nog geen signalen opgevangen van de directie van de gerechtelijke politie dat er in dit verband meer middelen nodig zijn.

Europol heeft een project gepland voor de creatie van een centrale databank die door de lidstaten kan worden geconsulteerd. Ondertussen kunnen de politiediensten tijdens internationale operaties punctuele consultaties doen in de databanken waarover sommige EU-landen beschikken.

Wat de aanpassing van de aard van het misdrijf heling betreft van een ogenblikkelijk naar een voortdurend misdrijf, gaat de vergelijking met Frankrijk niet echt op. Opdat men in Frankrijk iemand zou kunnen veroordelen voor heling moet men immers ook het onderliggende misdrijf kunnen aantonen. Heling in Frankrijk is een voortdurend misdrijf omdat het zeer moeilijk is om de heling te bewijzen. In België is dit niet het geval: heling is een zelfstandig misdrijf. Het volstaat dat het openbaar ministerie aantoont dat de beklaagde het geheelde goed niet op een regelmatige manier in zijn bezit heeft gekregen en dat de beklaagde de illegale herkomst van het goed kende of moest kennen, opdat de heling bewezen zou zijn.

Daarenboven geldt voor de heling een verjaringstermijn van 5 jaar die, wanneer er een stuiting plaatsvindt op de laatste nuttige dag van deze termijn, nog eens met 5 jaar wordt verlengd. De totale verjaringstermijn bedraagt dus 10 jaar. De minister ziet dan ook niet meteen in waarom deze termijn nog eens moet worden verlengd. Als men na 10 jaar de waarheid niet heeft ontdekt, is de kans groot dan men ze nooit achterhaalt.

Er is echter nog een reden om van heling geen voortdurend misdrijf te maken. Diefstal is namelijk een ogenblikkelijk misdrijf. Het lijkt de minister niet helemaal billijk dat de dief van een kunstvoorwerp zelf niet meer kan worden vervolgd omdat er reeds 5 of 10 jaar is verlopen sinds de diefstal, terwijl de heler nog wel vervolgd kan worden.

Voorts is ingeval van een echte georganiseerde illegale kunsthandel de criminele organisatie die de heling organiseert, slechts heel tijdelijk in het bezit van het geheelde goed omdat ze het kunstvoorwerp zo snel mogelijk zal willen doorverkopen. Het wetsvoorstel zou dus alleen voor gevolg hebben dat de definitieve heler strafbaar blijft zolang hij in het bezit is van het geheelde kunstvoorwerp, terwijl de criminele organisatie slechts gedurende een maximale termijn van 10 jaar kan worden vervolgd.

Ten slotte is het college zeker geen vragende partij om het ogenblikkelijke karakter van het misdrijf heling te veranderen.

De ratificatieprocedure van het UNESCO-verdrag is aan de gang. De gemeenschappen en gewesten zullen hierbij moeten worden betrokken.

De illegale handel in cultuurgoederen is opgenomen in de lijst van misdrijven waarvoor een Europees aanhoudingsbevel kan worden opgelegd. De minister vindt bijgevolg dat niet onmiddellijk nog andere maatregelen in verband met deze problematiek moeten worden genomen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik wil de discussie over de verjaring van de heling niet voortzetten.

Ik dring er wel op aan het UNESCO-verdrag te ratificeren.

Voorts mag uit het feit dat bepaalde misdrijven geen prioriteit zijn, niet worden afgeleid dat er een gedoogbeleid bestaat tegenover deze misdaden. Die indruk bestaat wel in de pers.