3-140 | 3-140 |
De voorzitter. - Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw, antwoordt namens de heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De Internationale Arbeidsorganisatie heeft op 5 juni 2005 opnieuw staten en bedrijven opgeroepen de boycot tegen Birma daadwerkelijk toe te passen. Meer dan 600.000 mensen zouden slachtoffer zijn van dwangarbeid.
De minister heeft in een antwoord op een vorige vraag om uitleg 3-743 verklaard dat landen als China en India hun economische aanwezigheid in Birma versterken waardoor het effect van economische sancties door de Westerse landen meer dan geneutraliseerd wordt. De minister is ongetwijfeld op de hoogte van de voortdurende berichten over dwangarbeid en andere mensenrechtenschendingen in het gebied van de Yadana-gaspijpleiding, een project waarin de Franse oliemaatschappij Total een aandeel heeft in een consortium met onder andere het Birmese staatsbedrijf Myanma Oil and Gas Enterprise (MOGE), in Zuid-Birma. De EU moet dus een hardere lijn bepleiten.
Er is wel enige vooruitgang te merken binnen ASEAN. Tijdens de Topontmoeting met China op 5 september jongstleden heeft de EU de situatie in Birma aan de orde gesteld en werd China gevraagd politieke invloed uit te oefenen ten gunste van politieke veranderingen in Birma. Hoewel China van mening is dat het proces van democratisering in Birma een interne aangelegenheid is, heeft China toegezegd de Birmese autoriteiten de boodschap van de noodzaak aan democratisering en nationale verzoening over te brengen. Ook Japan en Maleisië oefenen druk uit op China. De Verenigde Staten pleiten er bij de VN-Veiligheidsraad voor om Birma op de agenda te zetten door een resolutie in te dienen die Birma verplicht Aung San Suu Kyi en haar collega's vrij te laten en de legitimiteit van de National League for Democracy te erkennen. Het rapport van de heer Václav Havel en aartsbisschop Desmond Tutu steunt deze eis.
Doordat het Birmese regime de bewegingsruimte van de medewerkers van het Global Fund beperkte, zag deze organisatie zich genoodzaakt om het lopende programma in Birma te beëindigen. Door deze beperking kon het Global Fund niet meer voldoen aan de strikte voorwaarden van zijn programma's. De Birmaanse junta heeft ook zijn hoofdkwartier verhuisd naar een centrum in de bergen, ver weg van de hoofdstad Rangoon.
Hoe zal België binnen de Europese Unie gevolg geven aan de oproep van de Internationale Arbeidsorganisatie? Zal de werkgroep COASI het standpunt van de Unie nu verstrakken? Deelt de regering de mening dat het, gezien de politieke situatie in Birma, nodig is deze kwestie op de agenda van de Veiligheidsraad te krijgen en de Veiligheidsraad een prominente gezant voor Birma te laten benoemen?
Is het besluit van het Global Fund van de VN, naar aanleiding van de reisbeperkingen van medewerkers, om haar werkzaamheden bij de bestrijding van aids, tbc en malaria in Birma stop te zetten definitief? Zo ja, deelt de minister de mening dat het regime in Birma zich in toenemende mate van internationale organisaties isoleert? Deelt hij de mening dat dit de noodzaak tot sancties tegen het regime vergroot? Indien neen, waarom niet?
Kent de minister de kritiek van Birmese oppositiegroeperingen en mensenrechtenorganisaties dat Total, vanwege haar investeringen in Birma, grote invloed heeft op het Birmabeleid van de Franse regering? Deelt hij de mening dat hierdoor de gehele Birmapolitiek van de EU al jarenlang wordt verzwakt? Indien neen, waarom niet?
Is hij bereid om, gelet op de gevolgen voor mens en milieu, alsmede wegens de grote inkomsten van de Birmese militaire dictators uit het Yadana-gaswinningsproject, de onwenselijkheid van eventuele nieuwe investeringen door Total in Birma aan te kaarten bij het bedrijf en/of de Franse regering? Zo ja, op welke wijze? Indien neen, waarom niet? Is hij bereid om de bezorgdheid over de voortdurende mensenrechtenschendingen en de milieuschade in het Yadana-pijpleidinggebied over te brengen aan Total, bijvoorbeeld via de Franse regering? Indien neen, waarom niet?
Is hij bereid om zich binnen de EU in te zetten om de beperkte economische sancties die de EU in oktober 2004 tegen Birma heeft ingesteld uit te breiden naar sectoren die voor het Birmese regime van levensbelang zijn, in het bijzonder sancties tegen de door de junta geëxploiteerde export van grondstoffen als aardgas, hout en edelstenen?
(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - Tijdens de 294ste bijeenkomst van de beheerraad van de IAO, te Genève van 7 tot 18 november, kwam de aankondiging dat Myanmar lid zou blijven van de IAO als een verrassing. De verbindingsofficier van de IAO te Rangoon meent dat Aziatische druk, onder meer van China en Thailand, wellicht tot deze positiewijziging heeft bijgedragen. Hij ziet hierin echter geen strategische koerswijziging van de junta op het vlak van dwangarbeid of op het vlak van de relaties met de internationale gemeenschap in het algemeen.
De 294ste beheerraad laat de deur open voor verdere samenwerking tot maart 2006. De IAO pleit ervoor om alle mogelijkheden van dialoog te benutten, maar is niet bijzonder positief over een mogelijke vooruitgang. Het regime reageert hierop meer en meer door zichzelf te isoleren. Op de voorwaarden die de IAO in haar conclusies van de beheerraad heeft gesteld, wenste Myanmar eerder al niet in te gaan.
Inzake Myanmar zit de IAO op een collision course, waarbij ze wellicht naar een nieuwe resolutie gaat die deze van 2000 wellicht zal verstrakken. De IAO kan immers niet eeuwig met sancties blijven dreigen zonder die ook uit te voeren, indien Myanmar geen vooruitgang realiseert. De IAO beseft ook dat sancties maar effect kunnen hebben, als ook de belangrijkste Aziatische partners ze toepassen. De IAO gaat er nu reeds vanuit dat een voor alle lidstaten bindende resolutie weinig kans maakt.
Het afkondigen van sancties zonder precedent in de IAO-geschiedenis, die nadien niet worden uitgevoerd door de Aziatische landen, is eveneens slecht voor de geloofwaardigheid de IAO. Zowel hiervoor als voor de vooruitgang in het Myanmardossier zelf is het nodig de Europese en Aziatische landen op één lijn komen te krijgen. Een nieuwe IAO-resolutie en de mogelijke agendering op de VN-Veiligheidsraad moeten daarom een onderdeel zijn van een meer omvattend Myanmarbeleid, waarbij aan Europese zijde eveneens de discussie over Birma binnen de ASEM, tussen de EU en ASEAN en het Europees Gemeenschappelijk Standpunt een onderdeel van zijn.
Zoals ik reeds heb meegedeeld in antwoord op een vraag van een volksvertegenwoordiger, bevat het Gemeenschappelijk Standpunt geen volledige stopzetting van de handelsrelaties met Myanmar. Ze bevat wel van een embargo op de levering van wapens en van uitrusting dat kan worden gebruikt voor binnenlandse repressie en een verbod om financiële middelen ter beschikking te stellen van Birmaanse overheidsbedrijven en van hun joint ventures en filialen.
Ook de COASI-bijeenkomst van 7 december 2005 behandelde de kwestie Myanmar en kwam tot de conclusie dat het de beleidslijnen inzake Myanmar van de EU, de VS en de buurlanden van Myanmar ontbreekt aan cohesie en coherentie. Het voorzitterschap stelt thans voor dat de betrokken landen gemeenschappelijke principes zouden volgen in hun beleid tegenover Myanmar. Over de opportuniteit en de inhoud van deze principes wordt thans overleg gepleegd, in eerste instantie tussen de EU-lidstaten.
Hieromtrent verwijs ik ook naar de oproep van ASEAN tijdens de 11de Topbijeenkomst te Kuala Lumpur opdat Myanmar spoed zou zetten achter haar politieke hervormingen en alle politieke gevangen zou vrij laten, inbegrepen Aung San Suu Kyi. Het lijkt er dus inderdaad op dat ASEAN meer en meer op dezelfde lijn geraakt als de EU. Het voorstel van het voorzitterschap om de standpunten en acties mettertijd meer op elkaar af te stemmen, lijkt me dus een goed initiatief.
Ondertussen is in de Veiligheidsraad begin december een consensus bereikt over het voorstel dat de secretaris-generaal van de VN de Veiligheidsraad zou briefen over Myanmar onder het punt Any other business. Wanneer die briefing zal plaatsvinden staat nog niet vast.
Op aandringen van voornamelijk China, hierin gevolgd door Rusland, Japan en Brazilië, werden voorwaarden verbonden aan het groene licht voor een briefing: Myanmar mag niet `as such' op de agenda van de Raad komen, er mogen geen `outcome documents', zoals persverklaringen, worden opgesteld en de briefing mag niet gezien worden als een precedent. Het gaat dus om een `one-off briefing'.
De minister zal zijn Franse collega naar het Franse standpunt vragen over de aanwezigheid van Total in Myanmar.