3-137

3-137

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 1er DÉCEMBRE 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Anke Van dermeersch au vice-premier ministre et ministre des Finances sur «l'emploi de handicapés au SPF Finances» (nº 3-1161)

M. le président. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra au nom de M. Didier Reynders, vice-premier ministre et ministre des Finances.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - In het kader van een rondvraag bij alle federale overheidsdiensten, stelde ik ook aan de minister van Financiën een vraag over het aantal gehandicapten dat bij de Federale Overheidsdienst Financiën in dienst is. Op de oorspronkelijke schriftelijke vraag kwam geen antwoord en ik moest ze dan ook omzetten in een vraag om uitleg. Het antwoord daarop voldeed echter niet.

Op basis van het koninklijk besluit van 11 augustus 1972 ter bevordering van de tewerkstelling van mindervaliden in de rijksbesturen, had de FOD Financiën immers lange tijd de wettelijke verplichting om minstens 472 personen met een handicap tewerk te stellen. Vandaag, zo meen ik begrepen te hebben, wordt er door de regering aan deze regeling gesleuteld, maar er zullen wel quota blijven gelden.

Gevraagd naar de huidige stand van zaken inzake de tewerkstelling van gehandicapten, blijft de minister mij echter het antwoord schuldig. Het enige dat we daaruit kunnen afleiden is dat de administratie van de FOD Financiën momenteel absoluut geen idee heeft hoeveel gehandicapte personeelsleden er tewerkgesteld zijn.

Men probeert het dan wel in te kleden als zou de administratie dat niet wíllen weten omdat het opnemen van gehandicapten in een afzonderlijke database discriminerend zou zijn en de privacy daarbij evenmin optimaal zou kunnen worden verzekerd. Dit vind ik de grootste politiek correcte nonsens die ik de laatste tijd gehoord heb, gewoon bedoeld om het eigen falen te verdoezelen. Als deze verklaring correct zou zijn, dan zouden alle andere federale overheden zich bezondigen aan discriminatie en aan het schenden van de privacy en zouden zij moeten worden aangeklaagd bij het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding en bij de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Natuurlijk gebeurt dat niet om de eenvoudig reden dat er geen sprake is van discriminatie, noch van schending van de privacy.

De waarheid is dus eenvoudig dat de FOD Financiën gewoon niet weet hoeveel gehandicapten hij in dienst heeft en dat hij bijgevolg ook niet kan voldoen aan de wettelijk opgelegde minimale quota inzake tewerkstelling van gehandicapten.

Hoe komt het dat de FOD Financiën geen zicht heeft op de tewerkstelling van gehandicapten in zijn diensten? Welke maatregelen neemt de minister om ervoor te zorgen dat een dergelijk overzicht er wel komt? Binnen welke termijn mogen we verwachten dat dit in orde komt zodat we eindelijk zullen weten of de FOD voldoet aan de wettelijke verplichtingen?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister.

Ik kan slechts herhalen wat reeds werd geantwoord op de vorige vragen over dit onderwerp. De bij de FOD Financiën gevolgde beleidslijn is vóór alles gericht op de integratie zonder enige discriminatie van personen met een handicap te midden van de andere ambtenaren door hen in staat te stellen hun bekwaamheden en vaardigheden optimaal te valoriseren. Er wordt getracht om de gevolgen van hun handicap bij de beroepsuitoefening zo veel mogelijk te reduceren. In voorkomend geval worden de werkposten aangepast aan de handicap. Ik geloof dat deze visie past in het globale beleid van niet-discriminatie. Ik kan u verzekeren dat dit door de gehandicapten goed werd onthaald.

In het kader van het koninklijk besluit van 11 augustus 1972 ter bevordering van de tewerkstelling van mindervaliden in de rijksbesturen, werden er uitsluitend cijfergegevens bijgehouden. Deze gegevens tonen aan dat alles werd gedaan om het opgelegde quotum ruimschoots te bereiken. Het is duidelijk dat de meerderheid van de aangeworven gehandicapten nog steeds in dienst is.

In het kader van het nieuwe beleid inzake diversiteit zijn deze gegevens ontoereikend geworden. Met het oog op een strikte naleving ervan zou men over precieze gegevens moeten beschikken. In het kader van het koninklijk besluit van 11 augustus 1972 is het voor de FOD Financiën nogal moeilijk om een bevraging bij de thans in dienst zijnde gehandicapten te organiseren nadat eerder werd getracht hen te integreren zoals validen.

Het is evident dat ingevolge de nieuwe benadering inzake diversiteit de gegevens aangaande de opvolging van de aanwervingen van gehandicapten thans op een andere wijze wordt beheerd. De resultaten van deze nieuwe benadering conform de reglementering inzake diversiteit, zijn nochtans nog niet veelbetekenend. Dit verklaart waarom in de cijfers opgenomen in de enquête over diversiteit de schijnbare situatie van de FOD Financiën niet overeenstemt met de werkelijke toestand.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - Het is verwonderlijk dat men stelt dat men de gehandicapten integreert, zodat ze dan niet meer als mindervalide kunnen worden opgespoord. Het is van belang over correcte cijfers te beschikken. Deze mensen moeten geholpen worden bij de tewerkstelling. De overheid heeft daarin een heel belangrijke rol.