3-1430/2

3-1430/2

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

29 NOVEMBER 2005


Voorstel van resolutie ter ondersteuning van de kritische succesfactoren die nodig zijn voor een geslaagde e-maatschappij


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN MEVROUW ZRIHEN

Punt 4 d) van het dispositief aanvullen als volgt :

« , met name door het gebruik van vrije software; ».

Verantwoording

Met software wordt het geheel van programma's en procedures bedoeld die nodig zijn om een informaticasysteem te laten werken.

Vrije software onderscheidt zich van commerciėle software door zijn « bruikbaar » karakter. De uitdrukking « vrij » is een vertaling van het Engelse « free » en slaat dus op het feit dat de software vrij kan worden gebruikt door de gebruikers en niet op het feit dat hij gratis zou zijn.

Software kan vrij worden gebruikt als de gebruiker hem kan kopiėren, verspreiden, bestuderen, veranderen en verbeteren zonder dat hij aan iemand toestemming moet vragen of ervoor moet betalen.

De vier grote vrijheden van vrije software zijn :

— de vrijheid om het programma te gebruiken voor elk doel (vrijheid 0)

— de vrijheid om de manier waarop het programma werkt te bestuderen en om het aan te passen aan je behoeften (vrijheid 1)

— de vrijheid om het programma te verspreiden, zodat je je buur kan helpen (vrijheid 2)

— de vrijheid om het programma te verbeteren en die verbeteringen te verspreiden, zodat de hele gemeenschap er baat bij heeft (vrijheid 3). Daarvoor moet de broncode beschikbaar zijn.

Een programma valt onder de noemer « vrije software » als de gebruikers al deze vrijheden genieten.

Vrije software biedt een aantal praktische voordelen die commerciėle software niet heeft.

We geven enkele voorbeelden :

— Er is slechts één licentie nodig ongeacht de grootte van het informaticapark;

— De programma's kunnen aan de behoeften van de gebruikers worden aangepast;

— De programma's zijn stabiel;

— Virussen worden minder verspreid;

— Onafhankelijke instanties erkennen de superieure performantie van de vrije software;

— Het systeem is compatibel met andere bestaande systemen;

— Vrije software werkt met de meeste microprocessors die op de markt zijn;

— Vrije software werkt met elke internet-standaard.

Er zijn dus tal van technische voordelen. De keuze voor vrije software is echter niet uitsluitend een economische keuze, maar ook een ethische. Vrije software vormt immers een werkzaam alternatief voor commerciėle software, die vaak een echte monopoliepositie bekleedt.

Voor de productie van commerciėle software gelden bijzondere economische regels, waarbij de kosten voornamelijk worden gemaakt bij het ontwerpen en in veel mindere mate bij de productie en de distributie. Dat leidt tot zeer grote concentraties en veel meer monopolieposities in de wereld van de software dan elders. De gebruikers worden dus veel meer afhankelijk van de software, maar ook de technologische vooruitgang op lange termijn wordt afgeremd.

De strategie van de actoren in de sector van de vrije software is niet gebouwd op de verkoop van licenties, maar op de verkoop van diensten. Aangezien zij immers niet bezitten wat zij verkopen, is het geenszins hun bedoeling de distributie van het product aan banden te leggen zoals de oligopolisten. Hun inkomsten halen zij integendeel uit de verkoop van ermee samenhangende diensten, waar zij hun expertise te gelde kunnen maken.

Vrije software kan bedrijven dus strategisch minder afhankelijk maken, maar ook grote gevolgen hebben voor de economie en de tewerkstelling, vaak groter dan de gevolgen van software die wel het eigendom is van iemand.

Vrije software zorgt voor gedecentraliseerde banen in de dienstensector en tal van kleine ondernemingen worden opgericht om de software te onderhouden of op maat aan te passen.

Aangezien de kosten voor de licenties wegvallen, biedt vrije software ook meer marge voor aanpassing, efficiėnte toewijzing van middelen, reactiviteit en betrouwbaarheid.

Het is niet voldoende het gebruik van vrije software aan te moedigen. Wij moeten ons handelen afstemmen op wat wij zeggen en een consequente houding aannemen zodat onze medeburgers ervan overtuigd raken dat ons standpunt een echte maatschappelijke keuze inhoudt.

Nr. 2 VAN MEVROUW ZRIHEN

Aan het slot van punt 2 van het dispositief, tussen de woorden « uit de bedrijfswereld (« captains of industry ») » en de woorden « en de academische wereld », de woorden « , het verenigingsleven » invoegen.

Verantwoording

De nieuwe informatietechnologieėn veranderen onze manier van leren, van communiceren, van handel drijven, onze manier van leven dus.

Wij moeten waakzaam blijven omdat de innovatie en ontwikkelingsmogelijkheden van deze nieuwe informatietechnologieėn kunnen leiden tot grote ongelijkheden tussen onze medeburgers.

Het aspect e-inclusie in dit voorstel van resolutie betreft een zo groot mogelijke toegankelijkheid van de e-maatschappij, waarvoor maatregelen nodig zijn gericht op specifieke doelgroepen die al te vaak over het hoofd worden gezien.

Om rekening te houden met dit vaak verborgen gehouden aspect van de e-maatschappij moeten naast de vertegenwoordigers van de overheid, de economische en de academische wereld, ook de vertegenwoordigers van het verenigingsleven bij die reflectie worden betrokken, omdat zij dagelijks de digitale kloof bestrijden.

Olga ZRIHEN.

Nr. 3 VAN DE HEER STEVERLYNCK

In considerans B, eerste gedachtestreepje, de woorden « plan « i2010 » » vervangen door de woorden « plan « i2010 — Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid » ».

Verantwoording

Tekstverduidelijking die de exacte benaming bevat van de Mededeling van de Commissie van de Europese gemeenschappen van 1 juni 2005 COM(2005) 229 definitief.

Nr. 4 VAN DE HEER STEVERLYNCK

In punt 4, a, eerste lid, van het dispositief, na het woord « garanderen » de volgende woorden invoegen :

« op basis van het Nationaal Actieplan voor Digitale Insluiting ».

Verantwoording

Tijdens de eerste fase van de Wereldtop over de Informatiemaatschappij in december 2003 te Genčve werden twee documenten omtrent e-inclusie goedgekeurd : een Principeverklaring en een Actieplan. Hierop engageerde de staatssecretaris voor Informatisering van de Staat, samen met de minister van Maatschappelijke Integratie, in overleg met de betrokken federale ministers en staatssecretarissen, en de gemeenschappen en gewesten, de initiatieven die Belgiė zal ondernemen, te coördineren in het Nationaal Actieplan voor Digitale Insluiting. Dit actieplan zou worden voorgelegd tijdens de tweede fase van de Wereldtop in november 2005 te Tunis.

Nr. 5 VAN DE HEER STEVERLYNCK

In de punten 1 en 2 van het dispositief, de woorden « Na te gaan » telkens vervangen door de woorden « Te onderzoeken en te rapporteren ».

Verantwoording

Tekstverduidelijking die beter weergeeft wat er dient te gebeuren.

Nr. 6 VAN DE HEER STEVERLYNCK

In het dispositief, in fine van het eerste gedachtestreepje van punt 4, b), de tekst aanvullen als volgt :

« Bij deze campagne worden enerzijds de gevaren voor de burger centraal geplaatst als gebruiker van gsm's, MP3-spelers, zakcomputers, on-linespellen ...

Specifiek moet gefocust worden op kinderen, die moeten ingelicht en beschermd worden tegen risico's waarvan ze zich niet bewust zijn.

Anderzijds moet een campagne gevoerd worden naar de bedrijven. Dit kan ondermeer door :

— een ICT-beveiligingsmodule in de startersgidsen te integreren (checklist, best practices, enz.)

— de inspannningen van bedrijven die een doeltreffend IT-beveiligingssysteem installeren, te belonen (ter beschikking stellen van kredieten, « Security Awards », enz.)

— het programma opleidingscheques uit te breiden tot het domein van de IT-beveiliging; ».

Verantwoording

Is een verduidelijking van het artikel wat betreft de te voeren campagne en te ondernemen acties.

Nr. 7 VAN DE HEER STEVERLYNCK

In punt 4, c), eerste gedachtestreepje, van het dispositief, na de woorden « tele-zorg », de woorden « meer in het bijzonder de tele-thuiszorg » invoegen.

Verantwoording

Eén van de prioriteiten van de « i2010 »-mededeling van de Europese Commissie is de zorg in een vergrijzende samenleving. Vandaar dat vooral ook de thuiszorg daarbij moet aan bod komen. Op dat vlak zijn er trouwens vandaag reeds proefprojecten lopend, zoals het Tele-senior project te Kortrijk. Het is dan ook nodig snel verdere initiatieven terzake te nemen.

Zie ook het draaiboek voor e-gezondheidszorg dat ons land tegen eind 2005 diende op te stellen op basis van de mededeling van de Commissie van 30 april 2004 « e-gezondsheidszorg — een beter gezondheidszorg voor de burgers van Europa » COM (2004) 356 definitief.

Nr. 8 VAN DE HEER STEVERLYNCK

Punt 4, c), eerste gedachtestreepje, van het dispositief aanvullen als volgt :

« Een stuurgroep bestaande uit diverse disciplines (zoals ouderen en (informele) zorgverleners) en middenveldorganisaties (ziekenfondsen, onderzoek en bedrijven) dient terzake advies te verlenen inzake juridische, ethische en financiėle aspecten.

Om de uitbouw van kwaliteitscriteria en het toekennen van labels aan softwarepakketten inzake medische en tele-zorg toepassingen mogelijk te maken, moeten dringend wetgevende en regelgevende initiatieven genomen worden. ».

Verantwoording

Een grote betrokkenheid van patiėnten, ouderen, zorgverleners en tussenpersonen, onderzoek en bedrijven is wenselijk in het kader van de uitbouw van de e-gezondheidszorg.

Verder is het noodzakelijk om kwaliteitscriteria te bepalen waaraan informatiesystemen in het kader van gezondheidszorg moeten voldoen, die vervolgens ook moeten toelaten om labels toe te kennen aan softwarepakketten. Door de regering was beloofd om in het tweede semester van 2005 de « Telematicawet » bij het Parlement in te dienen, waarmee de basis zou gelegd worden om dit mogelijk te maken. Vandaar dat een oproep dienaangaande belangrijk is.

Nr. 9 VAN DE HEER STEVERLYNCK

In punt 4, c), tweede gedachtestreepje, van het dispositief, het woord « sectororganisaties » vervangen door het woord « beroepsorganisaties ».

Verantwoording

Dit woord sluit beter aan bij de gangbare begrippen in ons land. Het woord « sectororganisaties » wordt eerder in Nederland gebruikt.

Nr. 10 VAN DE HEER STEVERLYNCK

Punt 4, c), derde gedachtestreepje, van het dispositief aanvullen als volgt :

« Daarbij dient werk gemaakt te worden van een wettelijk kader voor een openbare en online mandatendatabank die het mogelijk maakt om gemandateerden namens hun vennootschap contracten op afstand te laten afsluiten.

Verder moet het gebruik van de elektronische identiteitskaart gestimuleerd worden via een brede informatiecampagne voor burgers en bedrijven; ».

Verantwoording

Is een verduidelijking van het artikel wat betreft de te voeren campagne en te ondernemen acties.

Nr. 11 VAN DE HEER STEVERLYNCK

Punt 4, d), van het dispositief aanvullen als volgt :

« door het creėren van een gunstig fiscaal klimaat, ondermeer via een verhoogde belastingaftrek; ».

Verantwoording

Is een verduidelijking van het artikel wat betreft de te ondernemen acties.

Nr. 12 VAN DE HEER STEVERLYNCK

Punt 4, c), eerste gedachtestreepje, van het dispositief aanvullen als volgt :

« Er moeten dringend wetgevende en regelgevende initiatieven genomen worden om de uitbouw van kwaliteitscriteria en het toekennen van labels aan softwarepakketten inzake medische en tele-zorgtoepassingen mogelijk te maken; ».

Verantwoording

Naar aanleiding van de bespreking in de commissie blijkt dat de stuurgroep voorgesteld in amendement nr. 8 niet zal worden aangenomen. Dit omwille van het feit dat er reeds een « stuurgroep e-maatschappij » wordt voorgesteld die ook deze problematiek van e-gezondheidszorg zal behandelen.

Jan STEVERLYNCK.