3-134

3-134

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 NOVEMBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Luc Willems aan de vice-eerste minister en minister van Financiën en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid en aan de minister van Middenstand en Landbouw over «de dreigende economische catastrofe in de serreteelt van groenten en fruit» (nr. 3-1141)

De voorzitter. - De heer Bruno Tuybens, staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken antwoordt namens de heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën en mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw.

De heer Luc Willems (VLD). - Het gaat absoluut niet goed met de Belgische groenten- en fruitteelt in serres. De Belgische teelt onder glas of onder grote plastic tunnels, die voor twee derden bestaat uit groenteteelt en voor één derde uit fruitteelt, meer bepaald aardbeien en druiven, heeft enorm te lijden onder de hoge brandstofkosten.

De gespecialiseerde fruittelers behoren al niet tot de meest gefortuneerden. Samen met de begoniabedrijven staan zij bekend als de telers met de laagste gemiddelde inkomsten onder de tuinbouwbedrijven. Bovendien hebben zij af te rekenen met een bikkelharde concurrentie uit de Zuiderse landen.

In de aardbeienteelt hebben verbeterde technieken ertoe geleid dat heel het jaar door verse aardbeien kunnen worden aangeboden. De Belgische telers hebben deze spreiding van de productie nodig om de concurrentie van de Zuiderse aardbeien tijdens de lente- en zomerperiode enigszins te compenseren. De productiekosten voor deze winteraardbeien worden nu onbetaalbaar. De meeste telers hebben het dubbele van hun gebruikelijk budget nodig om hun serres verwarmd te houden.

In de druiventeelt, ooit het pronkstuk van de Belgische glastuinbouw, is de toestand nog schrijnender. De druiventeelt is reeds jaren geleden een bescheiden teelt geworden, die zich toch nog staande hield door producten van uitstekende kwaliteit af te leveren. Nu kunnen de nog resterende druiventelers de hoge brandstofkosten niet doorrekenen in de prijs, omdat die door de grootdistributie toch al te hoog bevonden wordt. Nog duizenden kilo's druiven hangen te wachten op kopers, terwijl in normale jaren de Belgische druivenoogst eind oktober reeds is verkocht.

Er zijn de voorbije weken al een aantal faillissementen geweest en er zullen er wellicht nog heel wat volgen, indien er op korte termijn geen passende maatregelen worden genomen.

Plant de minister van Financiën specifieke maatregelen om de serrehouders de winter door te helpen?

Zijn de ministers van Economie en van Middenstand en Landbouw bereid om op korte termijn initiatieven te nemen, eventueel in overleg met de distributiesector en middenstandsorganisaties, die meer specifiek de druiventelers kunnen helpen om hun oogst te promoten en te gelde te maken?

Zijn ze bereid om de problematiek van de druiventeelt op de Europese agenda te zetten?

Neemt de minister van Middenstand en Landbouw een spreidingsplan voor de sociale bijdragen van serrehouders in overweging, teneinde bijkomende faillissementen te voorkomen?

De heer Bruno Tuybens, staatssecretaris voor Overheidsbedrijven, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Op het vlak van de inkomstenbelastingen werden terzake geen initiatieven genomen. Inzake de BTW is ingevolge de Europese wetgeving een eventuele toepassing van het verlaagde BTW-tarief slechts mogelijk in de mate dat de goederen of diensten expliciet zijn opgenomen in de bijlage H van de zesde richtlijn. De huidige formulering van deze bijlage biedt geen mogelijkheid aan de lidstaten om een verlaagd BTW-tarief toe te passen in de sector van de petroleumproducten en in het bijzonder voor de stookolie. De Europese Commissie die als enige over het initiatiefrecht beschikt, heeft een voorstel ingediend tot wijziging van deze richtlijnen inzake de tarieven. De bedoelde richtlijn ligt momenteel ter discussie bij de Raad. Bovendien dient tussen de lidstaten over het voorstel overeenstemming te worden bereikt.

Dan kom ik tot de vragen aan de minister van Middenstand. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 16, §2, e, van de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie, zijn gasolie, kerosine en zware stookolie gebruikt voor land- en tuinbouwwerkzaamheden vrijgesteld van accijnzen. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 429, §2, i, van de programmawet van 27 december 2004, dat onder andere de voormelde wet van 22 oktober heeft opgeheven, is de lijst van producten die bij gebruik voor land- en tuinbouwwerkzaamheden van een vrijstelling van accijnzen kunnen genieten, uitgebreid met LPG, aardgas, elektriciteit, kolen, cokes en bruinkool. Voor het overige verwijs ik naar het lange schriftelijk antwoord dat ik aan de vraagsteller zal overhandigen.

De heer Luc Willems (VLD). - Ik dank de Staatssecretaris voor het antwoord.