3-134

3-134

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 NOVEMBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Anke Van dermeersch aan de minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen over «de werkgelegenheid voor gehandicapten in de openbare diensten» (nr. 3-1100)

De voorzitter. - De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Christian Dupont, minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - Heeft de minister een inventaris gemaakt van de arbeidsplaatsen die door gehandicapte werknemers kunnen worden bezet in het Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers en het Instituut voor de Gelijkheid van vrouwen en mannen?

Zo ja, dan had ik die inventaris graag ontvangen.

Zo neen, wordt hiervan werk gemaakt en wanneer kan ik de inventaris ontvangen.

Hoeveel van de arbeidsplaatsen in de genoemde diensten die door een gehandicapte werknemer kunnen bezet worden, worden ook effectief door een gehandicapte ingevuld?

Voldoen die diensten hiermee aan het wettelijk vastgelegd aantal? Zo niet, waarom niet?

Welke criteria worden gebruikt voor de verdeling van de jobs onder validen en gehandicapten?

Wordt er bij die diensten op aangedrongen arbeidsplaatsen aan de handicap van een gehandicapte werknemer aan te passen?

Ik kreeg overigens graag een antwoord op dezelfde vragen voor de POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie, aangezien de staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling mij voor deze instelling naar minister Dupont doorverwijst.

De heer Didier Donfut, staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken. - Het probleem dat mevrouw Van dermeersch aankaart, is niet kenmerkend voor de door haar genoemde instellingen. Het leek minister Dupont dan ook zinvoller een algemeen antwoord te geven dat op alle overheidsdiensten van toepassing is.

Het is niet opportuun om een inventaris te maken van arbeidsplaatsen die door gehandicapte werknemers kunnen worden bezet. Elke arbeidsplaats kan immers door een dergelijke werknemer worden bezet als hij over de geschikte competenties beschikt. De wetgeving bepaalt trouwens dat personen met een arbeidshandicap mits `redelijke aanpassingen' op een evenwaardige manier toegang tot de arbeidsmarkt moeten krijgen. Dat is ook in het diversiteitsplan opgenomen.

De criteria van de jobs die door validen en invaliden kunnen worden ingevuld, zijn dan ook de vereiste competenties voor de functie, hoewel heel specifieke functies niet door personen met een bepaalde handicap kunnen worden uitgevoerd.

L'arrêté royal du 6 octobre 2005 fixe les conditions pour employer des personnes handicapées dans les services publics. Cet arrêté royal prévoit que les personnes ayant un handicap occupent une liste séparée à l'occasion des examens de sélection chez Selor, ce qui permet aux services publics de remplir leurs obligations à leur égard.

Cet arrêté royal remplace aussi définitivement l'arrêté royal de 1972 qui prévoyait un nombre nominatif de personnes handicapées à employer.

L'Institut pour l'égalité des hommes et des femmes et le SPP Intégration sociale, Lutte contre la pauvreté et Économie sociale, sont des services publics, prévus par la loi du 22 juillet 1993 et sont, par conséquent, soumis à l'arrêté royal du 6 octobre 2005.

L'agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile ne s'inscrit pas dans le cadre de l'application de la loi du 22 juillet 1993 mais est potentiellement visée par la loi du 22 mars 1999 qui la définit comme une institution d'intérêt général de catégorie B. En d'autres termes, cette agence va employer des personnes handicapées mais les conditions d'application de cette obligation n'ont pas encore été fixées par le Roi.

Bien que l'arrêté royal du 6 octobre 2005 soit un pas dans la bonne direction, nous devons fixer par un arrêté royal les modalités d'application découlant de l'article 25 de la loi du 22 mars 1999.

Dans un projet d'arrêté royal, nous prévoyons que tous les services publics ont l'obligation de réserver 3% de leurs emplois aux personnes handicapées. C'est un objectif réaliste, réalisable et mesurable.

Les modalités de ce projet d'arrêté royal seront examinées avec les présidents des comités de direction. En effet, il est dans notre intention d'assurer que tous les services publics anticipent l'intégration des personnes handicapées dans la fonction publique.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - Het eerste deel van het antwoord heb ik begrepen. Dat de staatsecretaris het tweede deel in het Frans geeft, getuigt van weinig respect voor een vertegenwoordiger van de Nederlandstalige kiezers.

Ik heb lang op dit antwoord moeten wachten. Ik had eerst een schriftelijke vraag gesteld, maar omdat er geen antwoord kwam, heb ik die in een vraag om uitleg omgezet. Nu krijg ik het algemene antwoord dat een inventaris niet nodig is omdat om het even wie elke functie kan uitoefenen voorzover hij of zij over de nodige competenties beschikt. Ik kan de staatssecretaris verzekeren dat personen met een handicap bepaalde overheidsgebouwen zelfs niet binnenkunnen, laat staan dat ze er zouden kunnen werken.

Voor de ministeries tot FOD's werden omgevormd bestonden quota voor het aantal gehandicapten dat moest worden tewerkgesteld.

Een overheid moet het goede voorbeeld geven. Het antwoord is volstrekt onvoldoende en ik zal dan ook een nieuwe schriftelijke vraag stellen.