3-134

3-134

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 NOVEMBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de minister van Werk over «de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak-Mangold/Helm en de gevolgen daarvan voor de Belgische arbeidswetgeving en het generatiepact» (nr. 3-872)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens de heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Vorige dinsdag verstrekte het Europees Hof van Justitie in Luxemburg een prejudicieel advies in de zaak-Mangold/Helm. Het betreft een conflict tussen een werkgever en een werknemer die zich gediscrimineerd voelde vanwege zijn leeftijd. Het Europees Hof geeft de werknemer nu in principe gelijk. Het is daarbij niet helemaal duidelijk of het gaat om een prejudicieel advies zoals in De Standaard staat, dan wel om een arrest zoals in Het Nieuwsblad staat. Er is wel een wereld van verschil tussen een prejudicieel advies gevraagd door een Duitse Arbeidsrechtbank en een arrest, dat kracht van gewijsde heeft.

Als gevolg van een prejudicieel advies zou elk onderscheid in de arbeidswetgeving gebaseerd op leeftijd voortaan uiterst beperkt zoniet onmogelijk worden. Elke maatregel in de arbeidswetgeving met het oog op het bevorderen van de tewerkstelling van bepaalde leeftijdsgroepen zou voortaan dus objectief, redelijk en proportioneel moeten zijn om niet discriminerend te zijn.

Volgens waarnemers en specialisten in arbeidsrecht zou een prejudicieel advies verregaande gevolgen kunnen hebben voor de Belgische arbeidswetgeving en dus ook voor het generatiepact.

Wat zijn de gevolgen van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie voor het Belgische arbeidsrecht?

Zijn er ook gevolgen voor het generatiepact, dat nog niet in wetteksten werd gegoten? Overweegt de minister een bijsturing?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het vermelde advies van het Luxemburgse Hof heeft geen gevolgen voor de Belgische wetgeving.

Met de antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 heeft ons land twee Europese richtlijnen ter bestrijding van discriminatie en voor gelijke behandeling omgezet in Belgisch recht, namelijk de richtlijn 2000/43/EG van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen, ongeacht ras of etnische afstamming en richtlijn 2000/78/EG van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.

Europa heeft dus al veel langer dan vandaag een verbod op discriminatie, maar uitzonderingen zijn mogelijk.

Concreet bepaalt artikel 6 van de richtlijn 2000/78/EG dat lidstaten een onderscheid kunnen maken op basis van leeftijd, onder meer om redenen die te maken hebben met het arbeidsmarktbeleid.

Ons land heeft in de vermelde wet van 25 februari 2003, noch in een andere wetgevende tekst tot dusver gebruik gemaakt van de mogelijkheid van artikel 6 van de richtlijn 2000/78/EG om uitzonderingen te maken op het verbod op leeftijdsdiscriminatie, bijvoorbeeld om arbeidsmarktredenen

In overeenstemming met artikel 2, paragraaf 1, van de antidiscriminatiewet moet er dus een objectieve en redelijke rechtvaardiging zijn voor elk onderscheid op basis van leeftijd. Voor het brugpensioen betekent dat concreet dat een verschil in behandeling op basis van leeftijd mogelijk is, als dat op een objectieve en redelijke wijze kan worden verantwoord.

Wanneer echter de in artikel 6 van de richtlijn toegelaten uitzonderingen worden omgezet in de Belgische wetgeving, zal voor de brugpensioenen een verschil in behandeling op basis van leeftijd mogelijk worden en moet voor elk geval afzonderlijk geen rechtvaardiging worden gegeven.

Voorts is het zinloos dat een Belgische minister zicht uitspreekt over een advies van een internationaal Hof over een zaak in het buitenland.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik vind het eigenaardig dat een minister het niet noodzakelijk vindt commentaar te geven op een advies van het Hof van Justitie in Luxemburg, zelfs niet als het gaat om een prejudicieel advies van dat hof. In de krant staat dat een aantal advocaten gespecialiseerd in arbeidsrecht vinden dat, indien het advies vertaald wordt in een arrest, er problemen zullen rijzen, niet alleen voor het generatiepact, maar voor het arbeidsrecht in het algemeen. Dat bevat immers maatregelen die louter op leeftijd zijn gebaseerd.

De bedoeling van mijn vraag bestond er niet in het regeringsbeleid ten aanzien van leeftijdsgroepen aan te vallen. Als specialisten echter zeggen dat Europa een bom legt onder het generatiepact, dan vind ik het kortzichtig dat een minister antwoordt dat hij daar niet op in moet gaan.

Anderzijds dank ik de minister voor de concrete elementen van zijn antwoord. Maar nogmaals, de impact van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie mag niet worden onderschat. Het arrest-Bosman ging ook maar over één persoon. Toch heeft het heel de voetbalwereld tot aanpassingen gedwongen.