3-134

3-134

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 24 NOVEMBRE 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Erika Thijs au vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur sur «la réforme de la procédure d'asile» (nº 3-869)

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Via de radio vernamen we van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Amnesty International en het Minderhedenforum dat deze week de hervorming van de asielprocedure op het kernkabinet wordt besproken. Ik kan alleen maar toejuichen dat de asielprocedure wordt hervormd. Toch verschijnen er nu al alarmkreten van de hiervoor genoemde organisaties.

Wanneer komt de minister met de nieuwe asielprocedure naar het parlement?

Hoe denkt de minister de procedure te versnellen en toch de kwaliteit ervan te behouden?

Is er rekening gehouden met een hervorming van de bestaande instellingen?

Er zou een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen worden opgericht. Zou het niet beter zijn de huidige instellingen te hervormen zodat ze efficiënter kunnen werken? Als een aantal instellingen toch verdwijnen, wat gebeurt er dan met hun personeel?

Wat gebeurt er met de dossiers die bij de verschillende instanties hangende zijn en door een hervorming in een niemandsland dreigen terecht te komen? Zo bleven tijdens de regularisatieperiode honderden dossiers liggen. Dat is onaanvaardbaar.

Er zou ook sprake zijn van een positief injunctierecht voor de minister. Voor welke dossiers zou dit gelden? Zullen er bepaalde criteria gelden?

Tot slot een vraag over het statuut van de oorlogsvluchtelingen. Er zijn in België nog honderden vluchtelingen uit Kosovo. Welke plaats krijgt dit probleem binnen de hervorming? Binnen welke termijn mogen we hiervoor een oplossing verwachten? Waarom zou dat statuut niet in de asielhervorming passen en waarom wordt het een apart deel?

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - De regering werkt inderdaad aan een grondige hervorming van de asielprocedure. Het is de bedoeling om de ontwerpen nog tijdens het huidige parlementaire jaar in te dienen bij het parlement. De aanpassingen moeten ertoe leiden dat de asielaanvragen sneller worden behandeld en dat ook de kwaliteit van de beoordeling verder wordt gegarandeerd.

Als de Dienst Vreemdelingenzaken niet langer een standpunt moet innemen over de ontvankelijkheid van een asielaanvraag kan de procedure worden versneld. In het voorontwerp dat momenteel wordt afgerond neemt alleen nog de onafhankelijke Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen een beslissing inzake de asielaanvragen die door de Belgische overheden behandeld moeten worden. Zijn beslissing is vatbaar voor beroep bij een nieuw op te richten Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Er zal dus steeds een gerechtelijke controle mogelijk zijn, wat er toe zal bijdragen dat de kwaliteit van de beslissingen op een zeer hoog niveau zal blijven.

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zal het beperktere takenpakket van de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen overnemen. De magistraten en de personeelsleden van dit rechtscollege zullen geïncorporeerd worden in de nieuwe Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

De invoering van de nieuwe asielprocedure zal geleidelijk gebeuren en er zullen duidelijke regels worden uitgewerkt om te bepalen welke aanvragen volgens de oude en welke volgens de nieuwe procedure moeten worden behandeld. Er bestaat dan ook geen risico dat bepaalde dossiers geen behandeling zouden krijgen.

In de nieuwe asielprocedure zal er ook geen sprake meer zijn van enige inmenging van de minister van Binnenlandse Zaken wat de inhoud van een asielbeslissing betreft. Wel krijgt de minister de mogelijkheid om de Commissaris-generaal te verzoeken asielaanvragen sneller te behandelen, als hij vaststelt dat er een oneigenlijk gebruik van de asielprocedure dreigt.

De hervorming van de asielprocedure zal ook worden aangegrepen om de omzetting van de Europese kwalificatierichtlijn te realiseren. De bestaande systemen van subsidiaire bescherming zullen hierdoor duidelijker in de asielreglementering worden ingeschreven. Ik heb het over de subsidiaire bescherming van het zogenaamde B-statuut, dat deel zal uitmaken van de globale procedure.

Inzake de oorlogsvluchtelingen wijs ik erop dat richtlijn 2001/55 inzake de tijdelijke bescherming reeds in het Belgische recht is omgezet, namelijk in de artikelen 57/29 en volgende van de vreemdelingenwet. Vluchtelingen uit Kosovo konden, tijdens de oorlog in Kosovo, een ad hoc beschermingssysteem genieten. Na het beëindigen van de oorlog in hun thuisland werd hen de mogelijkheid geboden om te opteren voor een vrijwillige terugkeer of voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning op basis van de bestaande bepalingen in de vreemdelingenwet. Ik zie geen reden om deze situatie aan te passen.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Tegen wanneer mogen we het ontwerp met betrekking tot de hervorming van de asielprocedure in het parlement verwachten?

Er bevinden zich nog steeds ongeveer 10.000 vluchtelingen uit Kosovo in ons land. Zij verblijven inmiddels al een tiental jaar in ons land. Hun verblijf wordt echter niet geregulariseerd. Waarom niet? Is de reden te zoeken in het feit dat ze niet vrijwillig zijn teruggekeerd? Ze zijn nooit echt uitgeprocedeerd.

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Er wordt oneigenlijk gebruik gemaakt van tijdelijke rechten. Als naar aanleiding van een tijdelijke oorlogssituatie een ad hoc procedure wordt uitgewerkt om de burgers uit die oorlogsgebieden op te vangen, is het evident dat als de oorlogssituatie in het land eindigt ook de tijdelijke procedure wordt opgeheven. Zijn mevrouw Thijs en CD&V er voorstander van dat al degenen die ooit een tijdelijke situatie hebben ontvlucht onbeperkt in ons land moeten kunnen blijven? Dat zou me verbazen. Sommige oorlogsvluchtelingen zijn misschien in ons land gebleven, maar zij kunnen geen aanspraak laten gelden op welk recht dan ook. Wij hebben gedaan waartoe we ons hebben verbonden, ook op internationaal vlak.

In mijn antwoord op de vraag over de termijn waarbinnen het ontwerp over de hervorming van de asielprocedure aan het parlement zal worden voorgelegd, ben ik de woorden van een partijgenoot van mevrouw Thijs, thans burgemeester van Vilvoorde, indachtig: ik wil geen beloftes doen over termijnen.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Die mensen uit Kosovo verblijven nu ruim tien jaar in ons land. Ik pleit er niet voor om het verblijf van iedereen te regulariseren; er zijn rechten en plichten en er zijn termijnen die moeten worden gerespecteerd. Het probleem is echter dat die mensen wel in ons land zijn. Welke oplossing gaan we hen bieden? Die mensen zijn hier, maar kunnen bijvoorbeeld niet werken.

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Zij kunnen steeds in verantwoorde omstandigheden terugkeren. De voorbije weken heeft de Dienst Vreemdelingenzaken een toename van het aantal asielzoekers uit Bulgarije en Roemenië vastgesteld. Die twee landen hebben de ambitie om tegen 1 januari 2007 lid te worden van de Europese Unie. Dit is de wereld op zijn kop: enerzijds hebben deze landen de ambitie om lid te worden van de Europese Unie, en anderzijds komen burgers uit die landen naar België om asiel aan te vragen en roepen ze de Conventie van Genève in. Ik ben naar die twee landen gegaan om mijn boodschap duidelijk te herhalen. De mensen die uit die landen komen, zijn geen asielzoekers, maar vooral economische vluchtelingen.

Ik ben een groot voorstander van de organisatie van een verantwoorde begeleide terugkeer van de vluchtelingen uit Kosovo. Ik geef de voorkeur aan een individuele terugkeren ik wil daarbij rekening houden met omstandigheden zoals het einde van een schooljaar. Soms is een gedwongen terugkeer evenwel onvermijdelijk. Het moet duidelijk zijn dat tijdelijk ook echt tijdelijk betekent.