3-132

3-132

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 10 NOVEMBER 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de minister van Buitenlandse Zaken over ęhet Belgische voorzitterschap van de OVSE in 2006Ľ (nr. 3-1062)

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Op de Ministerraad in Maastricht heeft BelgiŽ de opdracht gekregen het voorzitterschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa voor 2006 op zich te nemen. Dit voorzitterschap is van zeer groot belang, omdat het de politieke leiding heeft van de OVSE en uitvoering geeft aan de besluiten.

Al eerder heeft BelgiŽ getoond dat het een belangrijke rol opneemt binnen de OVSE. Zo was BelgiŽ in 2003 covoorzitter van de werkgroep bestrijding van de mensenhandel en heeft ons land in deze functie mee een actieplan tegen de mensenhandel uitgewerkt. Op 13 en 14 september 2004 organiseerde BelgiŽ in Brussel de OVSE-conferentie over verdraagzaamheid en de strijd tegen racisme, xenofobie en discriminatie.

Gelet op onze actieve rol binnen de OVSE op het vlak van mensenhandel en racismebestrijding lijken deze onderwerpen grote prioriteiten voor het voorzitterschap in 2006 te zijn.

Het OVSE-voorzitterschap gaat over bijna twee maanden van start. Wat heeft de Belgische regering reeds gerealiseerd om dat voorzitterschap voor te bereiden? Welke invulling zal het eraan geven? Wat zal BelgiŽ ondernemen om mensenhandel en racismebestrijding hoog op de agenda te plaatsen?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Het voorzitterschap van de OVSE wordt waargenomen door de minister van Buitenlandse Zaken. Daarnaast heeft de regering de heer Pierre Chevalier aangeduid als bijzonder gezant voor het OVSE-voorzitterschap. Hij zal me vergezellen of vervangen bij bezoeken en bijeenkomsten waaraan de waarnemend voorzitter moet deelnemen.

Binnen de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken werd een cel OVSE-voorzitterschap opgericht. Die beschikt over zeventien personeelsleden: diplomaten, ambtenaren en contractuele personeelsleden. Daarenboven werd onze permanente vertegenwoordiging bij de OVSE versterkt.

In voorbereiding op ons voorzitterschap hebben de heer Chevalier en ikzelf de voorbije maanden zowel in Brussel als in het buitenland talrijke contacten op hoog niveau gehad met ministers en vertegenwoordigers van vele andere OVSE-landen, met de secretaris-generaal van de OVSE, met verantwoordelijken van andere OVSE-organen en -instellingen en met de bijzondere vertegenwoordigers van de OVSE. De contacten betroffen onder meer de problematiek van tolerantie en mensenhandel. Ook met andere internationale instellingen en organisaties, zoals de Europese Unie, de Verenigde Naties en de Raad van Europa, hebben we contacten gelegd.

Inhoudelijk werken we aan een nota voor de Belgische Ministerraad die de krachtlijnen van ons voorzitterschap uiteenzet. Naargelang van de besluiten en mogelijke opdrachten die de Ministerraad in Ljubljana op 5 en 6 december ons zal geven, zullen we onze beleidsnota verder finaliseren. Ik zal die nota eveneens voorstellen aan het Parlement. De bespreking ervan zou kunnen gebeuren in een gemeenschappelijke vergadering van Kamer en Senaat, onmiddellijk na de behandeling in de regering, zodat we over het programma uitvoerig van gedachten kunnen wisselen.

Daarnaast zullen we ook de dialoog met de civiele maatschappij en de NGO's aangaan. Aan de koepelorganisaties zal ik een subsidie verlenen voor een OVSE-conferentie in 2006.

Momenteel werken we aan de `aankleding' van ons voorzitterschap, onder meer met het ontwerpen van een logo en een specifieke webstek over het voorzitterschap. Er is ook al voorbereidend werk gestart voor de organisatie van de ministeriŽle slotbijeenkomst in december 2006 en van andere conferenties en seminaries die tijdens ons voorzitterschap zullen plaatsvinden.

In de beleidsnota zal uiteraard de invulling van het voorzitterschap uitvoerig worden beschreven, maar ik wil nu al enkele prioriteiten en accenten van ons voorzitterschap overlopen.

Ik zie drie grote invalshoeken. Ten eerste zullen we een actieve rol op ons moeten nemen in de institutionele hervorming van de OVSE en wellicht ook in de actualisering van het mandaat van de organisatie.

Ten tweede zullen we, in het kader van een beter evenwicht tussen de korven, onze aandacht richten op een versterking van de economische dimensie. We streven ernaar om het samenwerkingsmechanisme van het Stabiliteitspact van de Balkan in de OVSE ingang te doen vinden, vooral dan in de transportsector. De benoeming van onze landgenoot Bernard Snoy et d'Oppuers aan het hoofd van het economische onderdeel van de OVSE vormt daarbij een belangrijke troef.

Ten derde zal de strijd tegen de internationale criminaliteit en de bevordering van de `rule of law' een centraal thema van ons voorzitterschap zijn. De mensenhandel maakt daarvan uiteraard deel uit. Het is bovendien een thema dat ook de gewone burger interesseert. Vanzelfsprekend zullen we daarbij met andere departementen samenwerken, in de eerste plaats met Binnenlandse Zaken en Justitie.

Tot slot wil ons land als `Chairman-in-Office' constructief bijdragen aan de inspanningen van de internationale gemeenschap met betrekking tot Kosovo en de zogenaamde `frozen conflicts' in MoldaviŽ, de Kaukasus, Zuid-OssetiŽ, AbchaziŽ en natuurlijk Nagorno-Karabach.

Het klopt dat we in het verleden de strijd tegen mensenhandel en racisme altijd hoog in het vaandel hebben gevoerd. Mevrouw Thijs heeft daar terecht naar verwezen. We zullen dat blijven doen.

Racismebestrijding maakt deel uit van de tolerantiethematiek in de OVSE die kan worden omschreven als de bestrijding van alle vormen van racisme, xenofobie, antisemitisme en discriminatie. De OVSE beschikt daarvoor over instrumenten: het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, beter bekend onder de Engelse afkorting ODIHR, drie persoonlijke vertegenwoordigers van het voorzitterschap, onder wie mevrouw Crickley als vertegenwoordiger voor de strijd tegen racisme, xenofobie en discriminatie, en specifieke conferenties over het thema. Het mandaat van de drie speciale vertegenwoordigers, die sinds een jaar actief zijn, loopt eind dit jaar af, maar ons voorzitterschap zal het verlengen.

De afgelopen jaren vond telkens een ministeriŽle tolerantieconferentie plaats. De laatste had plaats in Cůrdoba in juni 2005 en in september 2004 was er een in Brussel. In de OVSE wordt momenteel de vraag gesteld of de regelmaat van een jaarlijkse conferentie op ministerieel niveau moet worden behouden. Zou het niet beter zijn tussentijdse opvolgingsconferenties te houden op het niveau van de uitvoerende beleidsverantwoordelijken? Grote conferenties hebben hun zin en doel, maar kunnen dit doel niet waarmaken als de opvolging en uitvoering niet gewaarborgd is. Daarom wensen vele OVSE-partners tijd vrij te maken voor toetsing, opvolging en uitvoering. Wat dit voor ons voorzitterschap betekent - wordt het een ministeriŽle dan wel een andere tolerantieconferentie? - zal wellicht op de ministeriŽle bijeenkomst in Ljubljana van 5 en 6 december worden beslist. Als voorzitter moeten we beschikbaar zijn om de consensus onder de OVSE-leden uit te voeren en we zullen dat ook doen. ReŽle doelmatigheid van onze actie is hierbij van groter belang dan diplomatiek prestige.

Strijd tegen de mensenhandel is een prioriteit voor de OVSE en zal tijdens ons voorzitterschap een prioriteit blijven. De OVSE treedt op tegen de verschillende aspecten van mensenhandel, met aandacht voor slachtoffers ťn vervolging. Dit vindt zijn vertaling in activiteiten van zowel het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, de strategische politie-eenheid SPMU in het Secretariaat-generaal van de OVSE, een bijzondere OVSE-cel voor bijstand in de strijd tegen de mensenhandel en de bijzondere vertegenwoordiger van het voorzitterschap, een functie die momenteel door mevrouw Konrad wordt uitgeoefend. BelgiŽ zal in 2006 voortbouwen op de belangrijke activiteit die de OVSE reeds ontplooit in de strijd tegen de mensenhandel, met specifieke aandacht voor kinderhandel, mensenhandel voor economische exploitatie en de aanpak van de opbrengsten van mensenhandel.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Ik dank de minister voor het omstandig antwoord. Het zou goed zijn dat ook het parlement hieraan de nodige aandacht besteedt.

Misschien zou de Senaat volgend jaar iets rond het OVSE-voorzitterschap kunnen organiseren. Er zijn daarvoor voldoende actuele thema's voorhanden, onder meer de internationale criminaliteit en de racismebestrijding.

De voorzitter. - Er hebben al twee vergaderingen plaatsgevonden over onze samenwerking rond dat voorzitterschap, waarvan ťťn samen met de heer De Croo, en ťťn met de OVSE-delegatie, waarvan ik voorzitter ben. Van 2 tot 7 juli is er een werkweek van de OVSE in het Europees Parlement. Tijdens die week zal een avondbijeenkomst worden georganiseerd in Laken. Op woensdagavond is er een bijeenkomst in Kamer en Senaat. Ik zelf ben verslaggever van de werkgroep mensenrechten. We kunnen bovendien een vergadering beleggen met de minister van Buitenlandse Zaken en met de heer De Croo. De leden van de OVSE-delegatie, de heer Chevalier en de geÔnteresseerde leden van de commissies voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging kunnen daaraan deelnemen.