Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-49

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-2696 van de heer Van Overmeire d.d. 12 mei 2005 (N.) :
Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). — Toetreding van Taiwan. — Weigering. — Positie van België.

Taiwan is een democratische staat waarmee België handelsbetrekkingen onderhoudt en die tot de meest ontwikkelde landen ter wereld behoort, ook wat zijn gezondheidszorg betreft.

Taiwan wenst lid te worden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Dat blijkt tot op heden niet te kunnen omdat een communistisch land, de Volksrepubliek China, zich hiertegen verzet.

Alle landen hebben er nochtans belang bij dat er wel degelijk uitwisseling is tussen de WGO en Taiwan, zoals naar aanleiding van bijvoorbeeld de sars-epidemie overduidelijk is gebleken.

1. Wat is de positie van de Belgische diplomatie in deze aangelegenheid ?

2. Overweegt de geachte minister in de toekomst initiatieven te ontplooien in deze aangelegenheid ?

3. Welke bilaterale uitwisselingen bestaan er tussen België en Taiwan op het vlak van de volksgezondheid, de opleiding van zorgverstrekkers en het medisch onderzoek ?

4. Welke zijn de toekomstperspectieven voor de bilaterale samenwerking tussen België en Taiwan op het vlak van de volksgezondheid, de opleiding van zorgverstrekkers en het medisch onderzoek ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid als volgt te antwoorden.

1. a) De positie van de Belgische diplomatie in dit dossier is deze van de Europese Unie. België heeft het voorstel van de Europese Commissie ondersteund om de Directeur-generaal van de WGO (Wereldgezondheidsorganisatie) te bevragen naar de opvolging van de suggesties van de Unie naar aanleiding van de 57e algemene vergadering van de WGO (WHA) in 2004.

Rekening houdend met de onzekerheden in verband met de stabiliteit van de relaties tussen beiden, heeft de Unie, tijdens de WHA van 16 tot 25 mei 2005, haar vroeger overeengekomen standpunt aangehouden, namelijk verzet tegen het inschrijven van het agendapunt « Statuut van observator voor Taiwan » door een tegenstem van de Unie indien het punt wordt ingeschreven tijdens de plenaire vergadering en dus geen nationale posities.

Echter niets belet dat de directeur-generaal van de WGO een pragmatische oplossing zoekt, zowel voor de implementatie van het IGR (Internationaal Gezondheidsreglement) als voor andere technische vergaderingen van de WGO, die compatibel is met het eenheidsprincipe van China en het juridisch statuut van de WGO, en dit met als doel de toegang te faciliteren voor een beter gezondheidsniveau voor de Taiwanese bevolking.

In tegenstelling tot vorig jaar, heeft de vraag van Taiwan voor een observatorstatuut in 2005 niet geleid tot een algemeen debat in de WHA. De vraag werd gesteld bij de adoptie van de agenda. Zij heeft geleid tot twee interventies die voorstander waren om dit punt toe te voegen aan de agenda (Tchad en Malawi) en twee interventies tegen (China en Pakistan). De voorzitter heeft eenvoudig geconstateerd dat er geen unanimiteit was om het statuut van Taiwan te bespreken.

b) Tijdens de onderhandelingen van de experten over het nieuwe IGR, heeft Taiwan, via Nicaragua, geprobeerd de notie « territoires non-étatiques » in te brengen in het reglement. Dit voorstel was niet aanvaardbaar voor Peking, maar er werd een compromis gevonden door in het IGR de notie van « universele toepassing van het IGR » op te nemen.

De voorwaarden voor deelname van Taiwan aan de activiteiten van de WGO zijn vastgelegd in een Akkoord-Memorandum tussen de WGO en Peking. De inhoud van dit akkoord is nog geheim. De Directeur-generaal van de WGO verzekerde dat door dit akkoord Taiwan dezelfde voordelen geniet als zouden zij het statuut van observator hebben. Het is weinig waarschijnlijk dat Taiwan voldoening zal hebben met dit akkoord.

2. De Belgische houding in deze aangelegenheid wordt niet bepaald door mij, maar zal steeds gebeuren in samenspraak met de minister van Buitenlandse Zaken en met de Europese Unie.

3. Er bestaan geen officiële uitwisselingen tussen België en Taiwan op vlak van volksgezondheid, opleiding van zorgverstrekkers en het medisch onderzoek. Wel zijn er uitwisselingen en samenwerking in de privé-sector.

Zo zijn ten gevolge van een Belgisch initiatief twee hospitalen opgericht waarvan het ene, meer dan dertig jaar geleden, in het zuiden van Taiwan (Hu Wei) door een geestelijke uit Verviers. Het is gespecialiseerd in de verzorging van vroeggeborenen. Een tweede is in Taipei opgericht door Zusters van Scheut. Beide hospitalen maken thans deel uit van het privé-geneeskundig netwerk in Taiwan. Belgische verpleegsters van Scheut waren de eerste om ook in Taiwan een verpleeginstelling op te richten voor verzorging van Alzheimer-patiënten die thans model staat voor andere soortgelijke instellingen.

Belgische vorsers nemen geregeld deel aan congressen georganiseerd door de Taiwanese diensten voor volksgezondheid.

4. Er zijn geen toekomstperspectieven voor een bilaterale samenwerking tussen België en Taiwan op het vlak van de volksgezondheid, de opleiding van zorgverstrekkers en het medisch onderzoek. Alleen privé-initiatieven bieden perspectieven voor verdere uitwisselingen en samenwerking met Taiwan in de gebieden vermeld door het geacht Lid. Ook samenwerking tussen Universiteiten kan uitzicht bieden op meer uitwisseling.