3-1430/1 | 3-1430/1 |
16 NOVEMBER 2005
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) zijn onontbeerlijk om het prestatieniveau van de overheid te vergroten. ICT moet tevens de kloof overheid-burger verkleinen en de economie stimuleren.
De razendsnelle opkomst van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en de daarmee gepaard gaande nieuwe diensten brengen meer en meer verandering in de manier waarop we leven, werken, leren, kopen, verkopen, onze vrije tijd besteden, met elkaar handelen en communiceren, onszelf uitdrukken en voor elkaar zorgen ... Zij liggen aan de basis van de zogenaamde « e-maatschappij » van de toekomst.
Het belang van die ontwikkelingen kan nauwelijks onderschat worden, zowel voor de burger als voor ondernemingen en de overheid. ICT is onontbeerlijk om het prestatieniveau en de dienstverlening van de overheid (verder) te verbeteren, en tevens de kloof tussen de overheid en de burger of de onderneming te verkleinen. ICT helpt ondernemingen om hun productiviteit en concurrentievermogen te vergroten, met als gevolg een positieve impact op economische groei en werkgelegenheid. Dit alles brengt de burger meer welvaart, welzijn, betere levenskwaliteit en bijkomende kansen op zelfontplooiing.
In Nederland, bijvoorbeeld, verwijst men graag naar het Belgisch model omdat men in ons land de complexiteit ervan niet als een rem ervaart, doch het aandurft om e-governement als een conditio sine qua non te behandelen. Alle Belgische overheden, zowel op federaal als op gemeenschaps- en gewestelijk niveau, investeren al jaren in de automatisering van hun diensten.
De Senaat erkent de uitdagingen en het belang van de snelle evolutie naar de e-maatschappij. Onder meer om die redenen werd op 3 juni 2005 de conferentie « Op weg naar de e-maatschappij » georganiseerd.
Door het koppelen van beleidsvisies aan relevante praktijkervaringen — en visies vanuit de sector — werden tijdens deze conferentie, in overleg met het Belgisch bedrijfsleven, prioriteiten voor de nabije toekomst vooropgesteld. De conclusies moeten alle overheden verder aanmoedigen in hun ICT-beleid. Zij laten ook toe te onderzoeken hoe het best met de bedrijfswereld wordt samengewerkt om vooropgestelde prioriteiten te realiseren.
Voor de Senaat is er — over de partijgrenzen en de gemeenschappen heen — een belangrijke rol weggelegd in dit debat, met name die van gangmaker en waakhond die ervoor zorgt dat die materie de plaats krijgt welke ze verdient in het maatschappelijk debat. Binnen onder meer de Senaatscommissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden kan worden nagegaan op welke manier België zich door middel van de kenniseconomie binnen Europa sterker kan positioneren. De kenniseconomie biedt België immers de kans om op Europees en internationaal niveau op het voorplan te treden.
Vooral in onze gecompliceerde staatsstructuur is een geïntegreerde aanpak over de diverse beleidsniveaus heen van cruciaal belang om in het opzet te slagen. Het is niet de bedoeling om alles opnieuw uit te vinden. Veel bestaat al, maar hetgeen bestaat moet geïntegreerd én als referentie (h)erkend worden.
Gesteund door de diverse regeringen van ons land, de industrie en de academische wereld moeten maatregelen worden genomen die België toelaten opnieuw het voortouw te nemen in de evolutie naar de kennis- en informatiemaatschappij.
Dit voorstel van resolutie heeft dan ook tot doel het debat hoog op de politieke agenda te houden.
| Jean-Marie DEDECKER. |
De Senaat,
A. Vaststellende dat de informatie- en communicatietechnologie (ICT) onontbeerlijk is voor het voeren van een efficiënt beleid door de diverse overheden en voor een productief en concurrentieel bedrijfsleven;
B. Gelet op de visie en aanbevelingen van de beleidsverantwoordelijken, de academische wereld en de bedrijfswereld, zoals verwoord door de diverse gastsprekers op de conferentie « Op weg naar de e-maatschappij » van 3 juni 2005, met in het bijzonder :
— de visie van Europees Commissaris Viviane Reding over « De rol van ICT in de hernieuwde Europese doelstellingen van Lissabon » en het nieuwe plan « i2010 »;
— de verklaring van eerste minister Guy Verhofstadt;
C. Gelet op de conclusies van de bovenvermelde conferentie waaruit blijkt dat het hoog tijd is om de economische en maatschappelijke opportuniteiten geboden door ICT ten volle te benutten, en hiertoe een krachtdadig en geïntegreerd ICT-beleid uit te werken, bestaande uit :
a) Een « motor » die een sterke voortrekkersrol kan vervullen om het ingezette elan aan te houden en vooral om te voorkomen dat ons land achterop zou raken;
b) Een overzichtelijk en toegankelijk « dashboard » met de nodige graadmeters (« meten om te weten » : correcte meting is fundamenteel voor het te voeren ICT-beleid en kan de bereikte vooruitgang zichtbaar maken), gekoppeld aan concrete doelstellingen;
c) Een duidelijke koers, een « roadbook » dat enerzijds fungeert als leidraad voor het toekomstig beleid en anderzijds als strategisch plan om de evolutie naar de kennis- en informatiemaatschappij veilig te stellen, aansluitend op de Europese aanbevelingen van het plan « i2010 »;
D. Overwegende dat de evolutie naar de toekomstige e-maatschappij afhankelijk is van de volgende kritische succesfactoren : (1) toegang voor burgers, ondernemingen en overheid; (2) kennis en vaardigheden; (3) veiligheid en vertrouwen; (4) voldoende aanbod van diverse toepassingen zoals daar kunnen zijn e-health en KMO-toepassingen; (5) een structurele omkadering (via beleid, wetgeving, regulering, innovatie, ...) door de overheid.
Vraagt de federale regering,
1. Na te gaan welke beleidsmaatregelen er genomen dienen te worden, zowel budgettair als inhoudelijk, ter uitvoering van de conclusies genomen tijdens de Conferentie « Op weg naar de e-maatschappij » op 3 juni 2005 in de Senaat, met name voor het uitwerken van een krachtdadig en geïntegreerd ICT-beleid, bestaande uit een motor, dashboard, roadbook, ...;
2. Na te gaan op welke manier er een structurele samenwerking kan tot stand komen, in de vorm van een « Kerngroep e-Maatschappij », tussen de diverse onontbeerlijke actoren als daar zijn de federale, gemeenschaps- en gewestregeringen, een evenredige vertegenwoordiging uit de bedrijfswereld (« captains of industry ») en de academische wereld;
3. Een performantiemetriek (bestaande uit sleutelindicatoren en graadmeters) op te stellen die door alle actoren als referentie erkend en ondersteund kan worden en die toelaat duidelijke doelstellingen te definiëren, knelpunten te traceren en elke vooruitgang meetbaar te maken;
4. Een geïntegreerd beleidsplan voor de evolutie naar de e-maatschappij uit te werken, gebaseerd op de volgende pijlers :
a) e-inclusie : de toegankelijkheid tot de e-maatschappij voor burgers, ondernemingen en overheden maximaal garanderen, waarbij wordt gekomen tot :
— doelgerichte maatregelen voor specifieke doelgroepen (senioren, thuisblijvenden, laaggeschoolden, werkzoekenden, kansarmen, maar ook economische doelgroepen, zoals zelfstandigen en KMO's) die achterop blijven (niet alleen maatschappelijke doelgroepen teneinde de digitale kloof te dichten) welke ontstaat omwille van financiële, sociale en/of logistieke redenen;
— een globale benadering, die verder gaat dan de louter materiële input, maar ook investeert in opleiding, vorming (onder meer van onderwijzend personeel), bewustmaking van de ICT-mogelijkheden en de daarmee verband houdende veiligheidsproblematiek;
b) e-veiligheid/privacy :
— het ontwerpen van een sensibiliseringscampagne, noodzakelijk omdat — rekening houdend met het allesdoordringende karakter van ICT — er dringend nood is aan bewustwording bij de burgers en de bedrijfswereld omtrent veiligheid, vertrouwen en privacy in de ICT-sfeer;
— het lanceren van een publieke webstek die fungeert als centraal meldpunt (met andere woorden als virtueel « politiekantoor » in de vorm van één veiligheidsloket), waarop eveneens informatie en advies wordt aangeboden, samen met (gratis of betalende) software en tools, en koppelingen naar aanverwante instanties en dienstenleveranciers;
— het voorzien van (een kader voor) ICT-veiligheidsadviseurs, die ook binnen de overheid aangeworven moeten worden;
c) het stimuleren van relevante toepassingen, door gerichte ondersteuning van innovatie en investeringen met klemtoon op specifieke « vlaggenschepen », die op lange termijn ook zorgen voor een multiplicatie-effect van technologische vernieuwingen in andere sectoren, waarbij wordt gedacht aan :
— e-gezondheidszorg : het stimuleren van toepassingen voor het uitwisselen van medisch-administratieve informatie tussen diverse actoren (overheid, mutualiteiten, zorgverstrekkers, apotheken, farmaceutische sector, ...), elektronische dossiers en gegevens-/beeldverwerking, evenals toepassingen voor tele-geneeskunde en tele-zorg welke tegelijk de kostenefficiëntie én het comfort van de patiënt zullen verhogen;
— ICT als hefboom voor KMO's : het opzetten van een drempelverlagend kader voor ondersteuning en stimulering van ICT-gebruik in samenwerking met de sectororganisaties, met als doel de professionalisering en concurrentiekracht van KMO's te versterken;
— elektronische identiteitskaart : het stimuleren van toepassingen op basis van de elektronische identiteitskaart als sleutel tot meer eenvoudige, meer flexibele en veilige dienstverlening langs elektronische weg;
d) het stimuleren van innovatie in de bedrijfswereld;
5. In alle gevallen een actieve rol van de diverse overheden te concretiseren binnen een coherent, stabiel, transparant en toekomstgericht regelgevend kader, waarbinnen in samenwerkings- en uitwisselingsruimte voor verschillende actoren wordt voorzien, dat hen in staat stelt zelf, bij voorrang, initiatieven te ontwikkelen;
6. De bestaande bevoegdheden in het kader van het ICT-beleid in kaart te brengen teneinde te kunnen komen tot een coherent beleid en versnippering tegen te gaan.
26 september 2005.
| Jean-Marie DEDECKER. |