3-1060/2

3-1060/2

Belgische Senaat

ZITTING 2005-2006

13 OKTOBER 2005


Wetsontwerp tot wijziging van een aantal wetten betreffende de dotaties aan het Rekenhof, de federale ombudsmannen, de benoemingscommissies voor het notariaat en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer


Evocatieprocedure


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 2

In het voorgestelde artikel 20bis het woord « gedetailleerde » doen vervallen.

Verantwoording

Het woord « gedetailleerde » in de zinsnede « De gedetailleerde begrotingsvoorstellen en rekeningen van het Rekenhof » valt niet te verzoenen met het begrip « dotatie », zoals het onder meer door de Raad van State is omschreven in zijn advies over het eerste wetsvoorstel van de heer Lano tot wijziging van een aantal wetten betreffende de dotaties aan het Rekenhof, de vaste comités van toezicht op de politie- en inlichtingendiensten, de federale ombudsmannen en de benoemingscommissies voor het notariaat (stuk Kamer, nr. 50-986/6). Bijgevolg dient dit woord te vervallen.

Nr. 2 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 4

De voorgestelde bepaling vervangen als volgt :

« De begrotingsvoorstellen en rekeningen van de federale ombudsmannen waarvoor een schema wordt gehanteerd dat vergelijkbaar is met het schema van de begroting en rekeningen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, worden ingediend bij en goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers die ook de uitvoering van de begroting controleert. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan zich daarin laten bijstaan door het Rekenhof. Het totaal van de kredieten op deze begroting wordt als dotatie ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van het Rijk. »

Verantwoording

Aangezien het wetsontwerp tot doel heeft « in een gemeenschappelijke onderbouw te voorzien voor de controle en de goedkeuring van de begrotingen en de rekeningen van (een aantal) instellingen » (stuk Kamer, nr. 51-608/1, blz. 3), verdient het aanbeveling de formule die in artikel 2 van het wetsontwerp voor het Rekenhof wordt gebruikt, over te nemen voor de andere in het wetsontwerp bedoelde instellingen zoals de federale ombudsmannen.

Nr. 3 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 6

De in punt b) voorgestelde § 12 vervangen als volgt :

« § 12. — De begrotingsvoorstellen en rekeningen van de benoemingscommissies waarvoor een schema wordt gehanteerd dat vergelijkbaar is met het schema van de begroting en rekeningen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, worden ingediend bij en goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers die ook de uitvoering van de begroting controleert. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan zich daarin laten bijstaan door het Rekenhof. Het totaal van de kredieten op deze begroting wordt als dotatie ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van het Rijk. »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 2.

Nr. 4 VAN DE HEER HUGO VANDENBERGHE

Art. 7

Het voorgestelde artikel 34, eerste lid, vervangen als volgt :

« De begrotingsvoorstellen en rekeningen van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer waarvoor een schema wordt gehanteerd dat vergelijkbaar is met het schema van de begroting en rekeningen van de Kamer van volksvertegenwoordigers, worden ingediend bij en goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers die ook de uitvoering van de begroting controleert. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan zich daarin laten bijstaan door het Rekenhof. Het totaal van de kredieten op deze begroting wordt als dotatie ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van het Rijk. »

Verantwoording

Zie de verantwoording van amendement nr. 2.

Hugo VANDENBERGHE.