(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Volgens mijn informatie deelt het beheerscontract 2005 en 2007 van de NMBS de stations in twee categorieėn in, enerzijds de « voornaamste stopplaatsen » met een minimum van 7 500 mensen per week en anderzijds de « secundaire stopplaatsen » van minder dan 7 500 mensen per week.
In de provincie Luxemburg bijvoorbeeld zullen alleen de stations van Aarlen en Libramont beschouwd worden als « voornaamste stopplaatsen ».
Deze nieuwe verdeling heeft als gevolg dat, op de lijn Namen-Aarlen, ingevolge artikel 20 van het beheerscontract dat voorziet in een haalbaarheidsstudie van de externe verdeling van de spoorwegdiensten voor de secundaire stopplaatsen, de treinbiljetten voortaan moeten aangekocht worden in de zelfbedieningszaken en supermarkten van Marbehan, Marloie en Jemelle. Het station van Marloie wordt in de week door 5 000 reizigers bezocht en in het weekeinde door 300 ą 400 reizigers, zodat het niet de vereiste 7 500 bereikt om als belangrijkste stopplaats te worden beschouwd. Bent u niet van oordeel dat sommige stations, afgezien van wiskundige overwegingen, een sociaal-economische rol vervullen die veel belangrijker is dan die welke sommige technici ze willen toekennen ?
Zou meer in het algemeen het aantal persartikelen of parlementaire interpellaties over die vraag u er niet toe moeten brengen om de criteria te herzien die bepalend zijn voor het feit of een station grondige herstructureringen moet ondergaan die eventueel tot de sluiting kunnen leiden ?
Moet er in dat geval niet meer overleg worden gepleegd met de lokale besturen, waarbij de studie-Bain zou kunnen dienen als interessant werkdocument ? Dat zou het eveneens mogelijk maken dat rekening wordt gehouden met de inspanningen voor herdynamisering die door de overheid in de omgeving van de bedoelde sites worden verricht.