Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-43

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven Overheidsbedrijven

Vraag nr. 3-2610 van de heer Buysse d.d. 4 mei 2005 (N.) :
Noordzee. — Nultolerantie. — Inzet van onbemande vliegtuigjes.

Op 10 december 2003 kondigde u, in lijn van wat in het regeerakkoord staat vermeld, een « nultolerantieplan voor de Noordzee » aan. In dit programma wordt onder andere de strijd opgevoerd tegen de illegale lozingen van olie in de Noordzee. U beloofde daarom de controle drastisch te verscherpen, dit door middel van onbemande militaire verkenningsvliegtuigjes (UAV's). Bedoeling was althans de verkenningsvliegtuigjes in te zetten tegen 2005.

Bovendien zou een referentiemagistraat, gespecialiseerd in maritieme verontreiniging worden aangesteld, zou worden gewerkt aan een draaiboek — samen met de ministers van justitie, binnenlandse zaken en mobiliteit- en beloofde u daarnaast ook werk te maken van een koninklijk besluit waardoor, conform artikel 40 van de wet van 20 januari 1999 betreffende de bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, eindelijk criteria en nadere regels zouden vastgesteld worden die het mogelijk moeten maken de milieuverstoring en de kosten van herstel hiervan te bepalen.

In september 2004 zouden inderdaad een aantal geheime proefvluchten zijn uitgevoerd met onbemande verkenningsvliegtuigjes, die eveneens zouden worden ingezet om drugstrafieken, transporten van illegalen en visserij-inbreuken op te sporen. Enige probleem hierbij was evenwel dat de minister van Landsverdediging Flahaut nog steeds geen akkoord ondertekende om de vliegtuigen ter beschikking te stellen aan andere ministeries, zoals die van Noordzee, Justitie en Financiën.

Graag had ik vernomen :

1. Worden de onbemande verkenningsvliegtuigjes reeds ingezet boven de Noordzee om milieuverontreiniging op te sporen ?

a) Zo neen, welke redenen roept de geachte minister hiervoor in ? Werd hierover reeds een akkoord bereikt met de minister van Landsverdediging ?

b) Zo neen, wanneer worden volgens de geachte minister de eerste controles met de vliegtuigjes uitgevoerd ?

2. In hoeverre is er reeds sprake van een referentiemagistraat ? Werd hierover reeds overlegd met uw collega van Justitie ?

3. In hoeverre is er reeds sprake van een draaiboek voor mariene rampen ?

4. In hoeverre is werk gemaakt van een koninklijk besluit, ter uitvoering van artikel 40 van de wet van 20 januari 1999 ? Wanneer verwacht de geachte minister dit koninklijk besluit ?

Antwoord : In antwoord op de gestelde vragen heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

1. Op basis van vluchten in het verleden worden momenteel in samenwerking tussen mijn diensten en deze van Defensie, de technische en organisatorische aspecten geoptimaliseerd.

2. Het College van procureurs-generaal heeft begin februari 2004 twee magistraten, met name de eerste substituut procureur des Konings te Brugge en de eerste substituut procureur des Konings te Veurne, belast met een coördinatieopdracht inzake de bescherming van de Noordzee.

3. Het draaiboek voor mariene rampen is in volle ontwikkeling en vormt één van de prioriteiten van de Kustwacht. Zowel het Overlegplatform als het Permanent Secretariaat van de Kustwacht behandelen dit thema. In het bijzonder wordt het bestaande Rampenplan Noordzee aangevuld met een aantal operationele procedures. De Sectie Marien Milieu van het directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is rechtstreeks betrokken bij de ontwikkeling van voormeld draaiboek.

4. De Sectie Marien Milieu van het directoraat-generaal Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is volop bezig met de voorbereiding van een koninklijk besluit tot vaststelling van de criteria en nadere regels volgens welke een milieuverstoring en de kosten van het herstel ervan moeten worden vastgesteld.