3-119 | 3-119 |
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Tot op heden zijn de Belgische herverzekeraars aan geen specifieke wetgeving onderworpen.
Op 7 juni laatsleden keurde het Europees Parlement de herverzekeringsrichtlijn goed. Deze richtlijn heeft als doel een wettelijk kader voor het bedrijfseconomisch toezicht op herverzekeringsactiviteiten in de Europese Unie vast te leggen. De nationale toezichthouder is verantwoordelijk voor het toezicht op de reglementering.
De herverzekeraars zijn vragende partij voor een spoedige omzetting van de richtlijn naar nationale wetgeving. Een wettelijk kader zal immers het vertrouwen van verzekeringsondernemingen in herverzekeraars doen toenemen.
Hoe staat de minister tegenover de nieuwe reglementering?
Is de minister de wens van de herverzekeraars voor een spoedige omzetting van de Europese richtlijn genegen?
Op welke manier zal de herverzekeringsrichtlijn omgezet worden in nationale wetgeving?
Op welke termijn zal dit gebeuren?
Hoe zal het toezicht op Belgische herverzekeraars geregeld worden?
Welke zullen de voorschriften zijn inzake verplichte reserves die door de herverzekeraars moeten aangelegd worden? Hoe zal de solvabiliteitsmarge moeten berekend worden en hoe gaat men daarbij rekening houden met de onbeperkte dekkingen bij schade?
De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - De op 7 juni door het Europees Parlement goedgekeurde richtlijn maakt deel uit van de communautaire wetgeving op verzekeringsgebied. Die richtlijn brengt in de sector de interne markt tot stand en voorziet de Unie van een geharmoniseerd toezichtkader voor het herverzekeringsbedrijf.
De richtlijn bevindt zich in de ontwerpfase en moet nog worden goedgekeurd door de Europese Raad. Volgens het voorliggende ontwerp zullen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking moeten doen treden uiterlijk twee jaar volgend op de dag van de bekendmaking van de richtlijn in het publicatieblad van de Europese Unie.
Hoewel de richtlijn een geharmoniseerde toezichtregelgeving beoogt, zijn er toch belangrijke punten die elke lidstaat zelf moet invullen. Dat geldt in het bijzonder voor de berekening van de vereiste solvabiliteitsmarge en de technische voorzieningen in levensherverzekeringen, de bepaling van de herverzekeringsactiviteiten waarvoor een egalisatiereserve dient te worden aangelegd, en de door de herverzekeraars na te leven beleggingsregels.
Het voorbereidend en regelgevend werk zal wellicht aanzienlijk zijn, temeer daar de toepassing van de richtlijn ook wijzigingen in de huidige reglementering betreffende het toezicht op directe verzekeringsondernemingen zal vereisen. Het is bijgevolg voorbarig nu reeds te antwoorden op specifieke vragen over de concrete toepassing, de termijnen en de wijze van omzetting van de richtlijn.
Het is evenwel de bedoeling de voorbereidende werkzaamheden spoedig aan te vatten. Er zal overleg met de sector worden gepleegd en de adviezen van de Commissie voor verzekeringen en de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen zullen worden ingewonnen.
In het voorstel van richtlijn zijn geen bijzondere voorschriften opgenomen die de voorwaarden regelen waaraan herverzekeringsovereenkomsten moeten voldoen. Nochtans zullen de herverzekeraars volgens het nieuwe toezichtstelsel hun activiteiten op een voorzichtige wijze moeten uitoefenen. Dat houdt in dat ze in hun herverzekeringsovereenkomsten geen waarborgen zullen kunnen verlenen die ze financieel niet kunnen dragen. We zullen dus plafonneringen moeten instellen.
De heer Jan Steverlynck (CD&V). - We hebben inderdaad wat marge bij de omzetting van de richtlijn. De concurrentiemogelijkheden van onze herverzekeraars moeten echter gewaarborgd blijven. In ons land zijn niet zo veel maatschappijen actief in dat domein. Ze moeten bij de omzetting voldoende kansen krijgen.
De minister zei dat een plafonnering nodig zal zijn. Kan hij daarover iets meer zeggen? Er bestaat immers een verschil tussen de dekking van schade aan personen en aan goederen. Hoe zal dit dossier worden aangepakt?
De heer Marc Verwilghen, minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid. - Er zal een onbeperkte dekking komen voor lichamelijke schade, maar voor materiële schade zal een plafond worden ingevoerd.