3-118 | 3-118 |
De voorzitter. - De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën, antwoordt namens mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - De ministerraad besliste op 10 december van vorig jaar om de vestigingswet, die bepaalt over welke beroepsbekwaamheden een persoon moet beschikken om bepaalde activiteiten uit te oefenen, te moderniseren en af te slanken. Naar aanleiding daarvan vroeg de minister elke federatie om tegen eind januari 2005 een verslag op te stellen, waarin moest worden aangetoond of de vestigingswet nog een toegevoegde waarde had. Op die manier werd de toegangsreglementering aanvankelijk voor 11 van de 42 gereglementeerde beroepen in twijfel getrokken.
Uiteindelijk werd in de ministerraad van 15 april beslist de vestigingswetgeving voor acht beroepen af te schaffen, meer in het bijzonder voor fotograaf, molenaar, handelaar in foerage en stro, handelaar in inlandse granen, kleinhandelaar in vaste brandstoffen, kleinhandelaar in vloeibare brandstoffen, wasser en horlogemaker. Meer dan 10.000 bedrijven zouden in de bewuste sectoren actief zijn.
Onder druk van de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging en onder het mom van het afschaffen van overbodige regelgevende drempels wil de minister zo starters een flexibel en stimulerend kader aanbieden om het aantal faillissementen te beperken. De verschillende beroepsfederaties vrezen echter net het omgekeerde en nemen Nederland als voorbeeld. Daar leidde de afschaffing van de vestigingswet immers tot een aanzienlijke toename van het aantal faillissementen. Bovendien voorspellen ondernemers die actief zijn in deze sectoren, een wildgroei en vrezen zij voor hun toekomst. De vakkennis zal immers afnemen en de kwaliteitsgarantie grotendeels verdwijnen.
Vertegenwoordigers van deze sectoren vragen, zowel in het belang van de ondernemers als van de consument, dan ook de vestigingswet voor deze beroepen per beroepsactiviteit te moderniseren, maar niet af te schaffen. Een zwakke erkenningsregeling heeft voor hen geen enkele toegevoegde waarde. Integendeel. Volgens de organisaties heeft de minister geen oren naar hun argumentatie en wil ze de afschaffing zo snel mogelijk invoeren.
De Hoge Raad voor zelfstandigen en KMO's heeft op 18 mei voor een tweede maal negatief advies uitgebracht, aangezien de vermeende voordelen gezien niet opwegen tegen de nadelen. De Hoge Raad wil actief meewerken aan een modernisering van de bestaande reglementering of aan het uitwerken van een alternatief systeem.
Werd het advies van de Hoge Raad reeds geanalyseerd en wordt het gevolgd? Gaat de minister in op het verzoek van de Hoge Raad om in overleg te zoeken naar een alternatieve aanpassing van de vestigingsreglementering? Zo niet, om welke redenen? Welke beslissingen werden hierover concreet genomen? Heeft de minister de ministerraad hierover reeds ingelicht en zo ja, wat is hiervan het resultaat? Na analyse van het advies van de Hoge Raad zou het ontwerp van koninklijk besluit voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd. Werd het ontwerp reeds overgezonden aan deze instantie?
De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën. - De Hoge Raad voor de zelfstandigen en de KMO heeft in mei een tweede advies uitgebracht over het ontwerp van koninklijk besluit tot afschaffing van de uitoefeningsvoorwaarden voor zelfstandige beroepsbedrijvigheden in de handel en het ambacht. De minister zal dit advies tijdens een volgende ministerraad ter informatie overmaken.
Het standpunt van de minister in dit dossier werd steeds gedicteerd door haar wil een wettelijk en reglementair kader te bieden dat de oprichting en de ontwikkeling van zelfstandige bedrijven en KMO's in de hand werkt. Dit standpunt deelt ze trouwens met de Hoge Raad.
Daarom heeft ze de conformiteit van de regelgeving onderzocht en het niveau van de vestigingseisen, onder meer inzake inhoud en opleidingsmogelijkheden, en de huidige stand van het beroep geanalyseerd.
Er werd ook gekeken naar de meerwaarde van de vestigingswet ten opzicht van het geheel van de wettelijke en reglementaire bepalingen waaraan de betrokken sectoren zijn onderworpen. Het advies van de Hoge Raad heeft maar beperkt aandacht voor deze invalshoek.
Het overleg met de sectoren is nog aan de gang. De minister heeft in dit dossier nog geen definitieve beslissing genomen, ook al staat het nu al vast dat bepaalde reglementeringen worden afgeschaft, bijvoorbeeld voor de toegang tot het beroep van molenaar, handelaar in inlandse granen of handelaar in foerage en stro.
Het ontwerp van koninklijk besluit werd voor advies naar de Raad van State gestuurd. Het is wachten op dit advies voor het ontwerp in de ministerraad kan worden besproken.
Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - Ik wijs er nogmaals op dat beroepsreglementering toch een belangrijke overheidstaak is. Onze huidige reglementering is vaak achterhaald door de technologische evolutie en de EU-concurrentie. Toch is het belangrijk ze niet zomaar af te schaffen, omdat ze een kwaliteitsnorm vormt en een richtsnoer is voor het organiseren van opleidingen en onderwijs. Het is dus belangrijk af te wegen of de beoogde administratieve vereenvoudiging wel opweegt tegen de nadelen die een afschaffing van de beroepsreglementering eventueel kan meebrengen.