3-113 | 3-113 |
De voorzitter. - Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw, antwoordt namens de heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
De heer Wouter Beke (CD&V). - Minister Demotte heeft beslist de protonpompinhibitoren, PPI's, over te hevelen van hoofdstuk I van de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten naar hoofdstuk II van deze lijst. Volgens FeBelGen, de federatie van genericaproducenten, is die beslissing gebaseerd op foute interpretaties.
De minister baseerde zich op cijfers van Farmanet om die beslissing te nemen. Die cijfers toonden aan dat het aantal defined daily doses, DDD's, tussen november 2002 en december 2004 steeg van 7 miljoen naar 13 miljoen euro. In dezelfde periode liepen de RIZIV-uitgaven op van 105 tot 132 miljoen euro. Deze verhoging zou echter niet te wijten zijn aan de komst van generische PPI's, maar wel aan de introductie op de markt van nieuwe originele maagzuurremmers.
Kan de minister de motivatie voor zijn beslissing verduidelijken? Hoofdstuk I gaf de arts namelijk minder administratief werk en meer verantwoordelijkheid en bespaarde de patiënt een gastroscopie en veel geld. Dat verhoogde de kwaliteit en de toegankelijkheid van de behandeling. Door de gemaakte afspraken inzake de terugbetaling eenzijdig te wijzigen dreigt de positie van de generica te worden ondermijnd.
Sommigen menen dat de beslissing van de minister geen besparing, maar een extra kost van 32 miljoen euro zal opleveren, namelijk 21 miljoen euro voor de gastroscopie van 275.000 patiënten en 11 miljoen euro voor de verschuiving naar de duurdere maagzuurremmers.
Overweegt de minister om in te gaan op de suggestie om de generische PPI's weer in hoofdstuk I op te nemen en de keuze voor een gastroscopie over te laten aan de artsen en de patiënten? Waarom werden de gemaakte afspraken eenzijdig gewijzigd? Erkent de minister de foute interpretatie van de cijfers? Hoe zal de minister omgaan met de extra kosten die uit zijn beslissing zouden kunnen voortvloeien?
Mevrouw Sabine Laruelle, minister van Middenstand en Landbouw. - In de vraag zijn enkele onjuistheden geslopen. De cijfers van de RIZIV-uitgaven voor PPI's van november 2002 tot december 2004 die de heer Beke citeert, hebben feitelijk betrekking op de uitgaven voor PPI's in de periode van januari 2002 tot december 2004 in publieke officina's en niet in ziekenhuizen. Voor het jaar 2004 gaat het bovendien om een extrapolatie op basis van de gegevens van Farmanet voor het eerste trimester van 2004. Ten tweede worden de DDD's niet in euro uitgedrukt. Het gaat immers om een eenheid van volume. Ten derde suggereert de heer Beke dat de kosten voor de originele PPI's toenemen en de kosten voor de generieke PPI's afnemen. In feite deed zich de jongste jaren het omgekeerde fenomeen voor.
Volgens de gegevens van Farmanet zijn de RIZIV-kosten voor de PPI's in de officina's gestegen van 105 miljoen euro in 2002 tot 125 miljoen euro in 2003. Op grond van een extrapolatie worden de kosten voor 2004 op 133 miljoen euro geraamd. De definitieve cijfers voor 2004 zijn immers nog niet bekend.
Het aandeel van de goedkopere PPI's uit hoofdstuk I steeg in 2002 met 4 miljoen euro, in 2003 met 38 miljoen euro en zal in 2004 naar verwachting met 60 miljoen euro stijgen. Het aandeel van de duurdere PPI's uit hoofdstuk IV daalde in 2002 met 101 miljoen euro, in 2003 met 87 miljoen en zal in 2004 naar verwachting met 73 miljoen euro dalen. De introductie, na een belangrijke prijsreductie, van goedkope PPI's in hoofdstuk I heeft dus niet geleid tot een algemene besparing, hoewel dat toch de bedoeling was van de introductie van generieke PPI's op de Belgische markt.
Het klopt niet dat de patiënt voor een a posteriori controle - hoofdstuk II - altijd een gastroscopie moet ondergaan. Zo krijgen bijvoorbeeld risicopatiënten die een PPI innemen samen met een ontstekingsremmer, terugbetaling van de PPI zonder voorafgaande gastroscopie.
De huidige herziening van de terugbetaling gebeurde in het licht van nieuwe internationale en Belgische wetenschappelijke richtlijnen voor het adequate gebruik van maagzuurremmers. Het is wenselijk dat de voorschrijvende artsen zich deze nieuwe wetenschappelijke aanbevelingen eigen maken en zo adequaat mogelijk voorschrijven. Daarom was een harmonisering van de nieuwe terminologie en behandelingsstrategie met zuurremmers, vergoedbaar in de hoofdstukken II en IV, wenselijk.
De gegevens van Farmanet werden niet verkeerd geïnterpreteerd. De tendensen zijn duidelijk, zelfs met een extrapolatie voor 2004. De minister heeft op grond van artikel 64 van de nieuwe gezondheidswet de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen gevraagd de uitgaven voor PPI's te analyseren. Hij verwacht binnen drie maanden een eerste analyse.