3-113

3-113

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 MEI 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Luc Willems aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven over «de onveiligheid op risicotreinen» (nr. 3-825)

De voorzitter. - De heer Bruno Tobback, minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen, antwoordt namens de heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven.

De heer Luc Willems (VLD). - Op 9 mei 2005 werden heel wat pendelaars geconfronteerd met treinvertragingen veroorzaakt door een wilde staking van de treinbegeleiders. Met die staking wilden de treinbegeleiders protesteren tegen de toenemende agressie van bepaalde passagiers en het gebrek aan veiligheidsmaatregelen.

Inmiddels hebben de directie en de vakbonden van de NMBS afgesproken dat er meer begeleidend personeel zal worden ingezet op de zogenaamde risicolijnen, zoals de lijn Antwerpen-Charleroi. Er zal tevens een informatiecampagne worden gestart die de treinreizigers beter moet informeren over de diverse soorten vervoersbewijzen, om zo eventuele discussies met de treinbegeleiders te beperken.

Welke normen hanteert de NMBS bij het bepalen van wat een risicolijn is? Hoe zullen de afgesproken maatregelen concreet worden ingevuld? Wanneer zullen de afgesproken maatregelen effectief worden uitgevoerd?

De heer Bruno Tobback, minister van Leefmilieu en minister van Pensioenen. - Na de bewuste actie op 9 mei zijn de NMBS en de erkende vakbondsorganisaties, namelijk ACV, Transcom en ACOD, overeengekomen om een gezamenlijke informatiecampagne te organiseren over de gebruiksvoorwaarden van de NMBS-producten. Dat zal onder andere gebeuren via een perscampagne in Metro en affiches in de treinen. Een definitieve datum voor de start van de campagne is er op het moment nog niet.

Er werd ook overeengekomen om onmiddellijk naar oplossingen te zoeken om de samenstelling van de laatste treinen op de risicolijnen 25, 96, 124, 161 en 94 aan te passen aan de behoeften. Dat zou ten laatste tegen 12 juni 2005 gebeuren. Tegelijk zal nagegaan worden of een bijkomende controlebediende kan worden ingezet op de eerste en de laatste trein van de dag op die risicolijnen. B-Security en Securail zullen ook zo spoedig mogelijk meer gerichte acties organiseren in samenwerking met de SPC.

Er zal ook gezocht worden naar bijkomende initiatieven van juridische aard die in het kader van de programmawet kunnen worden ingediend, maar daarover zijn op het ogenblik nog geen beslissingen genomen.

Over die verschillende voorstellen wordt in elk geval paritair onderhandeld met de erkende organisaties.

De beslissing over welke lijn een risicolijn is, gebeurt na de opmaak van een risicoanalyse door de diensten van de Corporate Security Service aan de hand van volgende parameters: de meldingen aan de centrale meldkamer van bepaalde misdrijven zoals diefstal, agressie, vandalisme, beschadigingen en inbreuken op de spoorwegwetgeving in het algemeen, het aantal vaststellingen van `onregelmatige' reizigers, dat wil zeggen reizigers zonder geldig vervoerbewijs, het aantal gevallen van agressie tegenover het personeel en de politiestatistieken betreffende de criminaliteit op een bepaalde lijn.

De heer Luc Willems (VLD). - Ik dank de minister voor het antwoord. Ik zal nog een aparte vraag stellen aan de bevoegde minister over de impact op het budgettaire vlak, want die bijkomende maatregelen zijn wenselijk en noodzakelijk, maar hebben wellicht ook gevolgen op financieel gebied.