Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-38

ZITTING 2004-2005

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven (Overheidsbedrijven)

Vraag nr. 3-2311 van de heer Willems d.d. 9 maart 2005 (N.) :
Hogesnelheidslijn Brussel-Amsterdam. — Ontmoeting met Nederlandse minister. — Nederlandse eisen.

Ik verwijs naar uw antwoorden op de door mij gestelde mondelinge vragen van 24 maart 2004 nr. 3-260 (Parlementaire Handelingen nr. 3-49 van 25 maart 2004, blz. 10) en 15 december 2004 nr. 3-498 (Parlementaire Handelingen nr. 3-88 van 16 december 2004, blz. 58) betreffende de hogesnelheidslijn (HSL) naar Nederland in verband met de langere reistijd. De geachte minister heeft met de Nederlandse minister Carla Peijs op 25 januari 2005 van gedachte gewisseld.

In zijn antwoord op mijn mondelinge vraag nr. 3-498 stelt hij dat Nederland geen nieuwe eisen op tafel heeft gelegd, maar dat er in de Nederlandse Tweede Kamer wel een misverstand is ontstaan over het verdrag dat in 1996 tussen de Nederlandse en de Belgische Staat werd gesloten.

Uit de pers vernam ik dat er tijdens zijn gesprek van 25 januari 2005 geen beslissingen werden genomen en dat er moet verder worden gepraat om enkele resterende geschillen over de exploitatie van de hogesnelheidslijn Brussel-Amsterdam weg te werken.

1. Is er inderdaad een misverstand tussen België en Nederland omtrent dit dossier ?

2. Wat zijn de concrete besluiten van het gesprek met de Nederlandse minister ?

3. Heeft de Nederlandse minister bijkomende eisen op tafel gelegd, ondanks het verdrag van 1996 ?

4. Wat is de houding van de federale regering ten opzichte van de Nederlandse eisen ?

5. Wat zijn de resterende geschillen betreffende de exploitatie van de HSL ?