3-1199/1

3-1199/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

19 MEI 2005


Voorstel van resolutie om de gebrekkige vertegenwoordiging van de diverse bevolkingsminderheden in de overheidsdiensten en -instellingen te verhelpen

(Ingediend door mevrouw Amina Derbaki Sbaï en de heer Philippe Moureaux)


TOELICHTING


Dit voorstel, dat ertoe strekt een billijke representativiteit tot stand te brengen van alle bevolkingslagen in onze overheidsdiensten, moet niet worden beschouwd als een systeem van positieve discriminatie, maar heeft de bedoeling de klemtoon te leggen op de voorbeeldfunctie die de overheid binnen haar eigen instellingen en diensten kan vervullen.

Er zijn zowel op Belgisch als op Europees niveau al heel wat reglementeringen tot stand gebracht ter bestrijding van discriminatie bij aanwervingen :

— artikel 2bis van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden;

— de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 38 van 6 december 1983 betreffende de werving en selectie van werknemers;

— artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam;

— de wet van 25 februari 2003ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.

Deze resolutie past dus niet in een dwangmatige aanpak. Toch moet er rekening mee worden gehouden dat de federale, gewestelijke, parastatale en lokale instellingen en administraties samen de grootste werkgever van het land zijn.

Daarom is het zinloos een privé-onderneming te straffen voor discriminerende daden bij de aanwerving, zolang men in de overheidsdiensten en -instellingen niet bewijst dat men op ondubbelzinnige wijze het voorbeeld geeft van een billijke representativiteit.

Amina DERBAKI SBAÏ.
Philippe MOUREAUX.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. Herinnerend aan :

— artikel 2bis van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden;

— de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 38 van 6 december 1983 betreffende de werving en selectie van werknemers;

— artikel 13 van het Verdrag van Amsterdam;

— de wet van 25 februari 2003ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding.

B. Vaststellende dat die bepalingen een betekenisvolle doorbraak betekenen in de strijd tegen discriminatie bij de aanwerving;

C. Tevens vaststellende dat de aanwezigheid van de diverse minderheden in de overheidsdiensten en -instellingen abnormaal laag is;

D. Overwegende dat de federale, gewestelijke, parastatale en lokale instellingen en diensten de grootste werkgever van het land zijn;

E. Overwegende dat, om een voorbeeld te stellen, de billijke aanwezigheid van de minderheden in de overheidsdiensten en -instellingen moet worden gestimuleerd;

Vraagt de regering :

1. door middel van procedures die wettelijk zijn vastgelegd, een normale aanwezigheid van de minderheden in de overheidsdiensten en -instellingen aan te moedigen;

2. de ontwikkeling aan te vatten van interne procedures die de follow-up organiseren en verzekeren van de maatregelen die in de wetgeving zijn genomen en aan de diverse overheidsorganen zijn aangepast;

3. jaarlijkse een audit uit te voeren om na te gaan of de wettelijk bepaalde procedures en de interne procedures in acht worden genomen.

15 april 2005.

Amina DERBAKI SBAÏ.
Philippe MOUREAUX.