Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-37

ZITTING 2004-2005

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Financiën

Vraag nr. 3-2233 van de heer Dedecker d.d. 18 februari 2005 (N.) :
Nevenrechten. — Fiscale behandeling.

Een uitvoerend kunstenaar ontvangt een vergoeding voor zijn gepresteerde arbeid, meer bepaald voor zijn geleverde artistieke prestatie. Indien van die artistieke prestatie een beeld en/of geluidsopname wordt gemaakt, ontvangt hij vaak een extra vergoeding. Dit zijn de zogenaamde naburige rechten of nevenrechten. Deze rechten zijn niet dezelfde als de auteursrechten, die rechten verlenen voor de scheppende kunstenaar.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord gekregen op de volgende vraag :

Kunnen de betreffende inkomsten (nevenrechten, niet auteursrechten), zoals hierboven aangehaald, al dan niet aangemerkt worden als roerende inkomsten zoals bedoeld in artikel 17, § 1, 3º, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) en zijn deze al dan niet belastbaar als beroepsinkomsten zoals bedoeld in artikel 23, § 1, 2º, WIB 1992 ?