Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-36

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Staatssecretaris voor Europese Zaken, toegevoegd aan de minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 3-2228 van mevrouw Talhaoui d.d. 14 februari 2005 (N.) :
Europese richtlijnen. — Omzetting in nationaal recht. — Vertraging.

De Europese Commissie heeft BelgiŽ zopas voor het Hof van Justitie in Luxemburg gedaagd wegens inbreuken op de Europese milieuwetgeving. Dit bewijst dat ons land nog steeds problemen heeft met het tijdig omzetten van Europese richtlijnen in nationaal recht. Aangezien hij bevoegd is voor de omzetting van de Europese richtlijnen, zou ik dan ook graag van de geachte staatssecretaris vernemen hoe het staat met de omzetting van de andere richtlijnen in de Belgische rechtsorde.

1. Graag had ik van de geachte staatssecretaris een overzicht gekregen van de nog om te zetten richtlijnen met de bijhorende deadlines. Hoeveel en welke van deze richtlijnen moeten door de federale overheid uitgevoerd worden ?

2. Kan hij meedelen hoeveel procedures wegens niet-nakoming momenteel lopende zijn tegen BelgiŽ bij het Hof van Justitie ? In hoeveel andere gevallen heeft de commissie reeds een waarschuwing gericht aan BelgiŽ ? Hoeveel van deze richtlijnen moesten door de federale overheid uitgevoerd worden ?

3. Graag zou ik ook van de geachte staatssecretaris vernemen welke extra inspanningen geleverd zullen worden om de omzetting van deze niet-tijdig omgezette richtlijnen te versnellen.

4. Kan hij meedelen waar BelgiŽ inzake de interne omzetting van richtlijnen gerangschikt kan worden in vergelijking met de andere EU-landen ?

5. Kan hij mij zeggen welke maatregelen hij zal nemen om dergelijke dagvaardingen/waarschuwingen in de toekomst te vermijden ?

Antwoorden : 1. BelgiŽ dient heden 11 maart 2005 nog 54 richtlijnen om te zetten waarvan de tijdslimiet voor omzetting overschreden is. De federale overheid is exclusief bevoegd voor de omzetting van 30 van deze richtlijnen en is samen met de deelstaten bevoegd voor de omzetting van 18 van deze richtlijnen. Het overzicht van de richtlijnen met de bijhorende tijdslimieten wordt bijgevoegd.

2. Er zijn 9 beroepen tegen BelgiŽ hangende voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen wegens niet-omzetting, niet-tijdige omzetting en niet-correcte omzetting. De Commissie heeft in 42 gevallen een ingebrekestelling, een met reden omkleed advies of een aankondiging van een toekomstige dagvaarding uitgevaardigd, dat zich in 27 gevallen richt tot de federale overheid en in 11 gevallen tot de deelstaten en de federale overheden. Deze ingebrekestellingen, met redenen omklede adviezen en aankondigingen van toekomstige dagvaardingen betreffen alleen de laattijdige richtlijnen.

3. In mijn hoedanigheid van staatssecretaris voor Europese Zaken behoort het tot mijn taken om toe te zien op de omzetting van de richtlijnen in het algemeen en om structurele aanpassingen voor te stellen om het omzettingsproces te versnellen. Voor de uitvoering van deze taak steun ik op het netwerk van eurocoŲrdinatoren uit alle federale en deelstaatadministraties en van de uitvoerende macht. Deze EurocoŲrdinatoren zijn de contact punten binnen hun respectievelijke departementen, die binnen het bevoegdheidsterrein van hun overheid moeten zorgen voor de omzetting van de specifieke richtlijnen en die sinds juni 2004 ook de voorstellen van richtlijnen onderzoeken op hun mogelijke, latere juridische implicaties (proactieve werking). Eind maart wordt, als gevolg van de samenwerking tussen de FOD Buitenlandse Zaken en de FOD Informatie- en Communicatietechnologie, de vernieuwde databank EURTRANSBEL gelanceerd, die een snelle doorstroming van informatie tussen de verschillende instanties van de uitvoerende macht moet waarborgen. Het netwerk van eurocoŲrdinatoren, de proactieve werking naar de voorstellen van richtlijnen toe en de geÔntegreerde en interactieve databank zijn structurele aanpassingen die op middellange termijn tot het stroomlijnen van de omzettingsproces van de Europese richtlijnen zullen bijdragen.

Tegelijkertijd is het noodzakelijk om de bovengenoemde achterstand weg te werken en daarvoor zijn er bijkomende maatregelen nodig met een onmiddellijke impact. In de eerste plaats wordt dit vertaald in een intensivering van het politiek overleg voor elke laattijdige richtlijn door de regelmatige agendering van de omzettingsproblematiek op de vergaderingen van de Ministerraad en het overlegcomitť, en op de veelvuldige vergaderingen met de beleidscellen van de verschillende ministers.

Daar het bij de omzetting ook gaat over wetsvoorstellen en het parlementair werk, heb ik ten tweede een schrijven gericht aan de voorzitters van de Kamer en van de Senaat met betrekking tot de richtlijnen met een vertraging van minstens ťťn jaar. Ik maak hierbij nogmaals van de gelegenheid gebruik om het hele Parlement te verzoeken om bij zijn wetgevend werk de wetsontwerpen met betrekking tot de laattijdige richtlijnen prioritair te behandelen. Ik verwijs hierbij naar het wetsontwerp nr. 51K1348 tot wijziging van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, wat betreft de octrooibaarheid van de biotechnologiche uitvindingen (richtlijn 1998/44), dat werd aangenomen op 3 maart 2005 en aan de Senaat overgemaakt. Tevens zou ik uw aandacht willen vestigen op het wetsontwerp nr. 51K1137 houdende de omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn 2001/29/EG van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, dat werd ingediend op 17 mei 2004. Verder zijn er ook de wetsontwerpen betreffende het telecommunicatiepakket nr. 51/1425/001 betreffende de elektronische communicatie en nr. 51/1426/001 betreffende sommige juridische bepalingen inzake de elektronische communicatie (richtlijnen 2002/58, 2002/77, 2002/19, 2002/20, 2002/21, 2002/22), die werden ingediend op 4 september 2004. Op 7 februari werden de twee nieuwe wetsontwerpen 51/1595 en 51/1596 neergelegd bij de Kamer van volksvertegenwoordigers in uitvoering van de energie-richtlijnen 2003/55 en 2003/54.

Ten derde neem ik me voor om, in samenwerking met de minister van Binnenlandse Zaken, contact te leggen met de eerste voorzitter van de Raad van State om te onderzoeken welke mogelijkheden de Raad van State heeft om de Europese dossiers op federaal en gewestelijk niveau te ondersteunen.

De Belgische overleg- en adviesstructuur is verder van fundamenteel belang voor de goede werking van onze Staat. Raadgevende comitťs en organen komen tussen bij en werken aan de opstelling van tal van goede wetgevende teksten ter omzetting van richtlijnen. Ik gaf derwijze het netwerk van eurocoŲrdinatoren de opdracht om na te gaan op welke manier deze organen en comitťs enerzijds zwaarder kunnen wegen op het wordingsproces van de richtlijnen en om tevens te zien in welke mate zij kunnen deelnemen aan de gemeenschappelijke denkoefening om het wetgevend werk achteraf op een gestroomlijnde manier binnen de gestelde termijnen af te werken.

Ik neem me ten laatste voor om ten gerieve van de burger de lijst van de laattijdige richtlijnen openbaar te maken.

4. Op 10 januari stond BelgiŽ negende wat betreft de overmaking aan de Commissie van de nationale uitvoeringsmaatregelen in het algemeen. BelgiŽ stond derwijze achter Litouwen, Spanje, Oostenrijk, Denemarken, Hongarije, Finland, SloveniŽ en Polen. Aangeduid dient hier te worden dat BelgiŽ binnen de groep van de zes oprichtingslanden het hoogst gerangschikt staat en komt met 98,37 % notificaties boven het Europees gemiddelde van 97,69 % komt. In het tweede uitvoeringsrapport inzake de internemarktstrategie (2003-2006) van de Europese Commissie van 26 januari 2005 staat BelgiŽ, wat betreft de internemarktrichtlijnen, op de 16e plaats na Litouwen, Spanje, Nederland, Hongarije, Zweden, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Ierland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Polen, Frankrijk, SloveniŽ en Portugal. Met zijn deficit van 3,4 % doet BelgiŽ het weliswaar iets beter dan het Europees gemiddelde van 3,6 %. Hier dient wel gezegd te worden dat BelgiŽ op het vlak van de inbreuken wel een positief beeld uitdraagt en de grootste daling van alle lidstaten optekent. Sinds mei 2003 daalde het aantal openstaande dossiers immers met de helft, dus van 138 tot 67 ! Wat dit laatste betreft, gaat het hier wel niet alleen om de laattijdige richtlijnen, maar alle dossiers ongeacht de omzettingsfase waarin zij zich bevinden.

5. Verwezen wordt naar mijn antwoord op vraag 3.