3-1152/1

3-1152/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

1 APRIL 2005


Voorstel van wet tot aanvulling van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, wat betreft de fragmentatiebommen

(Ingediend door de heer Philippe Mahoux)


TOELICHTING


Een fragmentatiebom, ook wel eens clusterbom of splinterbom genoemd, is een hol projectiel, dat door een vliegtuig wordt afgeworpen of door artillerie wordt afgeschoten, en tijdens de val ontploft waardoor tientallen, honderden, zelfs duizenden kleinere bommen vrijkomen. Dat wapen dient om legerbasissen of andere infrastructuur te vernietigen of onbruikbaar te maken en om troepenbewegingen te bemoeilijken.

Een fragmentatiebom richt verschrikkelijk veel schade aan omdat gemiddeld 5 ą 30 % van die kleinere bommen niet ontploffen wanneer zij op de grond terechtkomen. Zoals bij een antipersoonsmijn blijft het explosiegevaar nog jaren bestaan en kunnen dezelfde drama's plaatsvinden. Fragmentatiebommen worden al decennia lang gebruikt en worden thans steeds vaker gedropt op verschillende slagvelden, zoals Afghanistan of Irak.

Voorts maken die wapens een groot aantal slachtoffers onder de burgers en dat is dan weer strijdig met de regels van het internationaal recht. Er moet dus spoedig een wetgevingsinitiatief op gang komen. Op het internationale vlak zijn er momenteel een reeks besprekingen bezig om dat soort bommen te bannen. Een aantal Europese landen zoals Duitsland en Groot-Brittanniė hebben onlangs over die problematiek een definitief standpunt ingenomen. Wat het verbod op antipersoonsmijnen betreft is Belgiė steeds een koploper geweest en dat moet het ook blijven voor het invoeren van een verbod op fragmentatiebommen.

Philippe MAHOUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In artikel 3, eerste lid, van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, vervangen bij de wet van 9 maart 1995, worden de woorden « antipersonenmijnen en valstrikmijnen of soortgelijke mechanismen » vervangen door de woorden « antipersonenmijnen, valstrikmijnen en fragmentatiebommen of soortgelijke mechanismen ».

Art. 3

In artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1936, 30 januari 1991 en 9 maart 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A) in het vierde lid worden de woorden « op de antipersonenmijnen en valstrikmijnen of soortgelijke mechanismen » vervangen door de woorden « op de antipersonenmijnen, valstrikmijnen, fragmentatiebommen of soortgelijke mechanismen »;

B) in het vijfde lid worden de woorden « als antipersonenmijn, valstrikmijn of soortgelijk mechanisme » vervangen door de woorden « als antipersonenmijn, valstrikmijn, fragmentatiebom of soortgelijk mechanisme ».

Art. 4

In artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 30 januari 1991, 9 maart 1995, 24 juni 1996 en 30 maart 2000, worden de woorden « antipersonenmijnen, valstrikmijnen, of soortgelijke mechanismen » telkens vervangen door de woorden « antipersonenmijnen, valstrikmijnen, fragmentatiebommen of soortgelijke mechanismen ».

14 april 2005.

Philippe MAHOUX.