3-110 | 3-110 |
De voorzitter. - De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit antwoordt namens de heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven.
De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Op de meeste vragen over dit onderwerp komen steevast ontwijkende antwoorden. Het oudste antwoord dateert van 1994. De minister antwoordde toen: `Belgacom deelt mij mee dat het ongebruikelijk is voor een openbare dienst, en evenzeer voor een autonoom overheidsbedrijf, informatie te verstrekken met betrekking tot de Civiele lijst van het Koningshuis'. De minister schond daarmee flagrant het controlerecht van de volksvertegenwoordiging. Over het koningshuis moet er immers worden gezwegen.
Het ongedateerde antwoord dat ikzelf mocht ontvangen op mijn vraag van 9 september 2004 was zo mogelijk nog beledigender. Opnieuw is het antwoord afkomstig van Belgacom. `Belgacom is niet in staat om op deze vragen te antwoorden omdat de gevraagde informatie beschermd is door het telecommunicatiegeheim in toepassing van artikel 109ter D van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven'. Ik stel vast dat op één en dezelfde vraag in 1994 en in 2004 een totaal ander antwoord werd gegeven. In 1994 maakte Belgacom zich er nog van af met te stellen dat het `ongebruikelijk' was iets over het Koningshuis te vertellen. In 2004 beroept datzelfde Belgacom zich op de wet van 1991, gewijzigd in 1997.
Eigenlijk kan ik het antwoord van 1994 vrij vertalen als: `Bemoei u er niet mee, wij pamperen het Koningshuis wanneer wij willen'. Dat was nog eerlijker dan de verwijzing naar enige wettelijke grond voor het niet antwoorden.
De bewuste wet bepaalt in het betrokken artikel immers: `Behoudens toestemming van alle andere personen, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de hierna bedoelde informatie, identificatie of gegevens, is het iedereen verboden zelf of door toedoen van een derde, met opzet kennis te nemen van gegevens inzake telecommunicatie, die betrekking hebben op een ander persoon.' Ik citeer hier bewust niet de zinsneden die naar bedrieglijk opzet verwijzen.
De wordingsgeschiedenis van de wet toont duidelijk aan dat hier bedoeld wordt dat niemand gesprekken of faxen mag onderscheppen en er dus `geen kennis' van mag nemen. Nergens wordt aangetoond dat de bewuste wet zou toelaten ongecontroleerd gratis aansluitingen of gesprekken weg te geven, die dan betaald worden door de wél-betalers van Belgacom.
Het lijkt me echt een hoogst archaïsche werkwijze om vast te houden aan de verzwijgingstraditie van vorige eeuwen voor wat de gunsten aan koningen betreft. Volgens mij heeft de burger het volste recht om te weten waarvoor zijn belastinggelden worden aangewend.
Ik begrijp dus niet dat de minister in deze klakkeloos de zienswijze van Belgacom volgt, en niet zelf de opdracht tot openheid geeft aan een overheidsbedrijf. Gratis bestaat immers niet, het betekent op kosten van de burger. Zoniet, staat de weg voor oncontroleerbare afwending van belastinggelden, ook voor frauduleuze doeleinden, even ver open als de deur naar massale telefoonconsumptie door alle leden van de koninklijke hofhouding.
Indien Belgacom toch vasthoudt aan de hoogst merkwaardige interpretatie van de bewuste wet, dan zou ik graag vernemen wanneer zij de eerste paragraaf van artikel 109ter D heeft toegepast. Met andere woorden, wanneer vroeg Belgacom `toestemming' aan het Koningshuis om de gevraagde informatie te mogen bezorgen aan de volksvertegenwoordiging, en wat was het antwoord? Ik neem aan dat Belgacom geen moeite zal hebben om mij afschriften van de betreffende correspondentie te bezorgen, tenzij er geen enkele vraag was, maar dan veegt Belgacom manifest zijn voeten aan dezelfde wet waarmee zij mij om de oren slaat.
Meent de minister niet dat het controlerecht van de volksvertegenwoordiging op de correcte besteding van belastinggelden ten allen tijde moet gevrijwaard worden, zelfs indien daarvoor `heilige huisjes' moeten worden gesloopt? Welke wetgeving regelt het gratis beroep dat alle leden van de koninklijke familie kunnen doen op Belgacom, zowel wat installatie- en abonnementskosten, als wat de gespreks- en gebruikskosten betreft?
Hoeveel van dergelijke gratis-klanten worden door Belgacom geholpen, en tot welke domeinen behoren zij? Welke bedragen worden door Belgacom als gederfde inkomsten geraamd per domein? Specifiek wat het Koningshuis betreft: welke bedragen moest Belgacom de laatste 10 jaar derven door de gunstregeling?
De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - Indien wij aan Belgacom zouden vragen of de heer Verreycken klant is bij Belgacom, en hoe het zit met zijn rekeningen, moet Belgacom weigeren daarop te antwoorden op grond van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Indien we dezelfde vraag stellen over iemand anders, hoop ik dat het antwoord van Belgacom hetzelfde zal blijven, zoniet heeft de wet geen zin.
De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - De persoonlijke levenssfeer heeft hiermee niets te maken. Ik vraag nooit naar de inhoud van een gesprek of van een fax. Ik vraag naar belastinggelden die onterecht werden aangewend. Blijkbaar is dat onmogelijk als het om een heilig huisje, zoals het koningshuis gaat.
Ik ben ervan overtuigd dat er tussen dit en twintig jaar in de hele wereld nog vier koningen zullen overblijven: harten, schoppen, klaveren en de vierde. Alle andere koningen zullen naar de geschiedenisboekjes verwezen zijn. Op dat ogenblik zullen hier politici op het spreekgestoelte komen roepen dat het een schande was en dat ze altijd wel geweten hebben dat dergelijke archaïsche instellingen ooit moesten verdwijnen. Vandaag worden onze vragen nog afgewimpeld. Over twintig jaar zal dat anders zijn, tenzij de minister er nog een vijfde koning wil aan toevoegen, een van hoge gisting dan.
We hebben recht op eerlijke antwoorden, zelfs als het om dergelijke instellingen gaat. Ik vroeg nooit naar de persoonlijke levenssfeer, alleen naar belastinggelden. Vermits het mijn opdracht is dit te controleren, zal ik mijn vraag moeten blijven stellen.