Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-34

ZITTING 2004-2005

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Minister van Ambtenarenzaken, Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijke Kansen (Ambtenarenzaken)

Vraag nr. 3-2000 van de heer Steverlynck d.d. 7 januari 2005 (N.) :
Handelstransacties. — Betalingsachterstand.

De tekst van deze vraag is dezelfde als die van vraag nr. 3-1990 aan de vice-eerste minister en minister van Financiën, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 2417).

Antwoord : Ik mag vooreerst het geachte lid erop attenderen dat de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, geen afbreuk doet aan het koninklijk besluit van 26 september 1996 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregelen van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken. Voor facturen in het kader van overheidsopdrachten voor leveringen en diensten, bedraagt de betalingstermijn 50 dagen; voor de overige facturen is deze termijn conform de bepalingen van de voornoemde wet van 2 augustus 2002.

Behoudens enkele afzonderlijke gevallen, werden de facturen binnen de vereiste termijn betaald.

In 2003 werden geen verwijlinteresten betaald; in 2004 bedroeg dat bedrag 90 974,02 euro. De verwijlinteresten die in 2004 werden betaald, zijn te wijten aan de toepassing van het ankerprincipe dat de betaling van de facturen heeft overgedragen naar het volgende jaar.

Nieuwe maatregelen werden per 1 januari 2005 ingevoerd. De boekhoudkundige processen werden herzien en per 1 januari 2005 werd een nieuwe software geïnstalleerd die erover moet waken dat de facturen binnen de wettelijk gestelde termijn worden gekweten. De overgangsperiode die de installatie van het nieuwe boekhoudkundige systeem met zich meebrengt, zou geen twee maanden mogen overschrijden.

De toepassing van deze nieuwe maatregelen zou in de toekomst de betalingstermijnen nog moeten inkorten en, in de mate van het mogelijke, de verwijlinteresten moeten beperken.

Wat inzonderheid Selor betreft :

1. De betalingstermijn die Selor in 2003 en 2004 diende te respecteren ten aanzien van zijn leveranciers bedroeg 30 dagen.

2. Selor heeft gemiddeld genomen zijn leveranciers betaald binnen de termijn van 30 dagen behalve wanneer er zich een vertraging voordeed ingevolge het ankerprincipe in de betaling van de dotatie (zoals het geval was in het 3e en 4e trimester 2004).

3. In 2003, werd ongeveer 2 % van de facturen niet betaald binnen de gestelde termijn.

Wat 2004 betreft, kon ingevolge de laattijdige betaling van de dotatie ongeveer 10 % van de facturen niet vereffend worden binnen deze termijn.

4. Selor heeft in 2003 en 2004 geen enkele intrest of vergoeding wegens laattijdigheid betaald.