3-104

3-104

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 24 MAART 2005 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Karim Van Overmeire aan de minister van Buitenlandse Zaken over «de verkiezingen in Zimbabwe» (nr. 3-713)

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - De Raad van Bestuur van het Internationaal Monetair Fonds besliste vorige maand om Zimbabwe voorlopig niet uit het IMF te zetten. Met dit gebaar wil het IMF Zimbabwe nog een laatste kans bieden om zijn ernstig afgetakelde economie er weer bovenop te helpen en de niet nagekomen financiële verplichtingen alsnog te realiseren. Binnen de 6 maanden volgt dan een nieuwe evaluatie. Wanneer dan blijkt dat Zimbabwe geen vorderingen heeft gemaakt, wordt het land zonder pardon uitgerangeerd.

Sinds de Zimbabwaanse president Robert Mugabe in 2000 een erg gewelddadige en catastrofale herverdeling van de landbouwgrond doorvoerde, is de republiek in ijltempo verzeild geraakt in een economische nachtmerrie, waarbij de achterstallen bij het IMF momenteel oplopen tot 306 miljoen USD. Alle ogen zijn dan ook gericht op de parlementsverkiezingen van 31 maart. Indien de partij ZANU-PF (Afrikaanse Nationale Unie voor Zimbabwe - Patriottisch Front) van de marxistische president Mugabe aan de macht blijft, wordt het weinig waarschijnlijk dat aan de economische malaise een einde komt. Wat de minister zei over de Congolese leiders, geldt namelijk zeker ook voor die van Zimbabwe. Nu al staat met zekerheid vast dat de verkiezingen niet eerlijk zullen verlopen. De media worden gemanipuleerd en politieke tegenstanders geïntimideerd, bedreigd of simpelweg uit de weg geruimd. Buitenlandse waarnemers zijn er dan ook niet welkom.

Welke houding neemt onze regering aan ten aanzien van de politieke situatie in Zimbabwe en het huidige regime aldaar?

In welke mate kan en wil België meer druk uitoefenen op het land zodat de verkiezingen toch op regelmatige wijze kunnen verlopen? Wordt er terzake een initiatief genomen?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Ons land heeft al voordat de sancties tegen Zimbabwe in 2002 werden ingesteld, tevergeefs geprobeerd om een dialoog tot stand te brengen tussen Zimbabwe en de Europese Unie, onder andere onder het Belgische voorzitterschap in 2001. We hoopten daarmee een aantal pijnpunten van het regeringsbeleid zoals de onafhankelijkheid van het gerecht en de eerbiediging van de rechtsstaat, de vrijheid van meningsuiting en van vereniging, vrije en eerlijke verkiezingen, landhervormingen en good governance aan te kaarten.

Het is duidelijk dat de ongeordende en gewelddadige landhervorming politieke doeleinden had, te weten de greep van de regeringspartij op het platteland te handhaven, daar waar de steden al voor de oppositie gewonnen waren. Het is evenzeer duidelijk dat er een probleem was met de ongelijke landverdeling, een erfenis van de kolonisatie, die echter werd aangepakt op een manier die een ramp was voor 's lands economie, die precies heel sterk van de landbouw afhangt.

De maatregelen die België samen met andere lidstaten van de Europese Unie in 2002 heeft genomen en sindsdien handhaaft, betreffen de leden van het regime die een reisverbod werd opgelegd en wiens goederen in Europa bevroren werden. Een uitzondering wordt evenwel gemaakt voor internationale vergaderingen zoals die van de ACP-landen in Brussel, waarvoor ons land gedragsrechtelijk verplicht is toegang te verlenen voor vertegenwoordigers van Zimbabwe.

Zimbabwe heeft ook zijn Europese ontwikkelingshulp verloren, met uitzondering van de humanitaire hulp aan de bevolking, die nog altijd gehandhaafd blijft.

Wij staan op één lijn met de Europese lidstaten om de schending van de mensenrechten, de beknotting van de persvrijheid, de aanvallen op de rechtsstaat en op de onafhankelijkheid van het gerecht, het geweld tijdens en voor de vorige verkiezingen, het ongelijke speelveld voor de oppositie en de beperkingen op de vrijheid van vereniging zoals vastgelegd in het ontwerp van NGO-wet, te veroordelen. Zo lang hier geen verandering in komt, blijven de genomen maatregelen onverkort gelden.

Ik wijs er ten slotte op dat de oppositiepartij Movement for Democratic Change in Brussel vertegenwoordigd is.

Ik vrees ervoor dat we bijzonder weinig kunnen doen om de komende verkiezingen toch op een regelmatige wijze te laten verlopen. Overigens vinden die al op 31 maart aanstaande plaats. Er rest ons dus heel weinig tijd en door het feit dat de Europese Unie zijn hulp heeft ingetrokken hebben we een belangrijke hefboom om meer druk uit te oefenen verloren.

De vraagsteller zegt dat er geen gelijk speelveld is voor de verkiezingen van 31 maart. Dat is juist. De kiesomschrijvingen werden zodanig ingedeeld dat de steden ondervertegenwoordigd zijn en het platteland oververtegenwoordigd is. De mogelijkheid voor de oppositie om campagne te voeren is beknot. De controle op de verkiezingsplichtplegingen blijft in handen van het regime. Toch moet worden vastgesteld dat er minder geweld is bij deze verkiezingscampagne dan bij de vorige. Mijns inziens wil de regering de SADC-buren en andere uitgenodigde waarnemers paaien. Ik moet trouwens zeggen dat de Europese ambassades hun vertegenwoordiging ter plaatse versterkt hebben. Ook België heeft dat gedaan. Het ambassadepersoneel zal voor een gedeelte van de monitoring instaan. Het gaat om ongeveer 80 mensen en er zijn 4.000 kiesbureaus. Er zijn dus een aantal Europeanen aanwezig en ook onze ambassadeur en een speciaal ter plaatse gezonden ambtenaar zullen deelnemen aan de waarneming. Ik geef toe dat dit alles vrij beperkt blijft en dat de kans dat de verkiezingen normaal verlopen, niet bijzonder groot is. Laten wij daarover oordelen zodra ze zijn afgelopen.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Ik dank de minister voor zijn antwoord.

De sancties die werden ingesteld werpen bijzonder weinig vruchten af. Ik wou dan ook graag van de minister vernemen welke positie niet alleen de andere Europese landen ter zake innemen, maar ook de Afrikaanse leiders, die het regime in Zimbabwe de hand boven het hoofd houden en toch niet op dezelfde lijn staan als de Europese landen en vinden dat Europa met die sancties een stuk te ver gaat.

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Het klopt dat een aantal Afrikaanse landen weinig kritiek hebben op Zimbabwe. Ik betreur dat. Als de Afrikaanse landen de peer review ernstig willen nemen, dan zouden ze inderdaad meer kritiek op Zimbabwe moeten uitoefenen dan nu het geval is.