3-100

3-100

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 10 MARS 2005 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Karim Van Overmeire au ministre des Affaires étrangères et au secrétaire d'État aux Affaires européennes sur «l'adhésion de l'Ukraine à l'Union européenne» (nº 3-651)

M. le président. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra au nom de M. Karel De Gucht, ministre des Affaires étrangères.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Sinds de oranje revolutie heeft Oekraïne duidelijk gekozen voor toetreding tot de Europese Unie. Zowel de huidige president, de heer Joesjtsjenko, als de premier, mevrouw Tymosjenko, zijn daarvoor vragende partij. Om dat te bereiken is men bereid de strijd aan te binden met de corruptie en de criminaliteit, streeft men naar een transparante economie, wordt de rechtspraak bijgeschaafd en de vrije meningsuiting in ere hersteld.

De vraag is alleen hoe de Europese Unie daarop zal reageren. Er werden al zaken in het vooruitzicht gesteld, zoals financiële tegemoetkomingen, een grotere toegang tot de Europese markt en steun voor de toetreding van Oekraïne tot de Wereldhandelsorganisatie. Waar het om gaat, is echter hoe de relaties tussen de Europese Unie en Oekraïne er uiteindelijk zullen uitzien.

Daarover bestaan twee standpunten. Volgens het ene moet Oekraïne genoegen nemen met een bevoorrecht partnership en volgens het andere kan Oekraïne, op termijn weliswaar, een volwaardig lid worden van de Europese Unie. Welk standpunt steunt de Belgische regering?

Ik heb onlangs tijdens een colloquium in de Senaat tal van argumenten gehoord ten gunste van een volwaardig lidmaatschap voor Turkije. Vandaag hoor ik het omgekeerde verhaal voor Oekraïne. Waarom kan Oekraïne geen volwaardig lid worden en Turkije wel? Oekraïne is veel Europeser dan Turkije ooit zal worden.

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Het beleid van de Europese Unie ten aanzien van Oekraïne beoogt de stabilisering van het land na de moeilijke periode van eind vorig jaar. Er bestaan in Oekraïne een aantal breuklijnen en het is van belang geen initiatieven te nemen die deze breuklijnen kunnen aanscherpen.

België is dan ook van oordeel dat het nu aanbieden van een toetredingsperspectief de stabilisering niet in de hand zal werken, maar veeleer het antagonisme in Oekraïne zal aanwakkeren. België is ervan overtuigd dat het bestaande wettelijke kader, namelijk het Partnerschaps- en Samenwerkingsakkoord en het Europees Nabuurschapsbeleid voor de Europese Unie toereikend zijn om de stabilisering te bevorderen.

België steunt bijgevolg het in het raam van het Europese Nabuurschapsbeleid aanvaarde Actieplan, dat nu in al zijn aspecten moet worden uitgevoerd. De heer Van Overmeire merkt terecht op dat de Europese Unie beslist heeft Oekraïne bij die tenuitvoerlegging te steunen. Bovendien heeft de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen op 21 februari 2005 een reeks maatregelen aangenomen die het Actieplan nog verder versterken en verrijken. Ze hebben onder meer betrekking op het aanknopen van gesprekken voor een versterkt akkoord tussen de Europese Unie en Oekraïne, het onderzoek van de mogelijkheden voor een versterkte samenwerking op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid, het uitdiepen van de commerciële en handelsrelaties tussen de EU en Oekraïne, de versterking van de samenwerking in sleutelsectoren zoals energie, transport, leefmilieu en gezondheid en de intensivering van de steun aan het proces van het in overeenstemming brengen van de Oekraïense met de Europese wetgeving.

In zijn betoog voor het Europese Parlement op 23 februari 2005 onderstreepte de Oekraïense president Joesjtsjenko dat hij de EU-positie begrijpt. Hij heeft echter duidelijk laten verstaan dat de uitbouw van nauwe betrekkingen met de Europese Unie zal afhangen van de concrete verwezenlijkingen van zijn land. De president voegde er wel aan toe dat toetreding een perspectief blijft.

De minister weigert dit dossier te koppelen aan het dossier Turkije. De Europese Raad van 16 en 17 december 2004 besliste om de onderhandelingen met Turkije te openen op 3 oktober 2005, wat niet de toetreding op zich betekent. Onderhandelingen zijn een open proces waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat.

De heer Karim Van Overmeire (VL. BELANG). - Van Oekraïne wordt gezegd dat het een land in tweespalt is. Dat argument geldt evenzeer voor Turkije want een groot deel van de Turkse bevolking is niet op Europa, maar op de islamitische wereld georiënteerd. Ik vind het jammer dat Turkije het Europese lidmaatschap als perspectief krijgt aangereikt, maar niet Oekraïne. Hier wordt met twee maten gemeten. Als een bevoorrecht partnerschap goed genoeg is voor Oekraïne, zijn alle argumenten voorhanden om het ook goed genoeg te achten voor Turkije.