(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
In artikel 8 van het samenwerkingsakkoord van 8 maart 1994 tussen de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten over de nadere regelen voor het sluiten van Gemengde Verdragen, wordt als principe gesteld dat de gemengde verdragen worden ondertekend door de federale minister van Buitenlandse Zaken (of een gevolmachtigd vertegenwoordiger) en een door de betrokken gewest- en/of gemeenschapsregering aangewezen minister (of een gevolmachtigd vertegenwoordiger).
Waarom werd bij de ondertekening van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa in Rome op 29 oktober 2004 van dit principe afgeweken en werd er gekozen voor een ondertekening op basis van « Formule 3 », namelijk één ondertekening, door een federale, gewestelijke of gemeenschapsminister, of een andere gemachtigde, met volmachten van alle betrokken overheden, in naam van het Koninkrijk België, maar met vermelding van alle andere betrokken entiteiten onder de handtekening ?
Dit verdrag is toch van het grootste belang voor de gemeenschappen en de gewesten in ons land.
Wordt hiermee niet verkeerdelijk de indruk gewekt van een ondergeschiktheid van het niveau van de deelstaten ten opzichte van het federale niveau, in plaats van de nevengeschiktheid die uit de Belgische Grondwet is voortvloeit ?