3-593/2 | 3-593/2 |
2 MAART 2005
De commissie heeft dit wetsvoorstel besproken tijdens haar vergaderingen van 2 februari en 2 maart 2005.
De heer Brotcorne legt uit dat het voorstel gaat over de situatie van de vrijwilligers, die gedefinieerd kunnen worden als volgt : « personen die onbezoldigde activiteiten uitoefenen binnen een georganiseerde of gereglementeerde structuur ».
Het gaat dus om activiteiten die tegelijkertijd vrijwillig plaatshebben (zonder bezoldiging) en occasioneel zijn (niet permanent).
Het voorstel wil voorzien in een vrijstelling van de vergoedingen die zulke personen krijgen van een club, federatie, vereniging, VZW of andere regulier samengestelde overheid, in het kader van de doelstellingen van die organisatie en eigenlijk reėle kosten dekken.
Het is de bedoeling dat de Koning een bedrag bepaalt. In het wetsvoorstel wordt dat bedrag gebracht op niet minder dan 100 euro per dag en 1 490 euro per jaar.
Momenteel is er een omzendbrief die de fiscale vrijstelling regelt van de vergoedingen die vrijwilligers ontvangen. Er bestaan echter andere, vroegere omzendbrieven in verband met bepaalde sectoren.
Het voorstel strekt ertoe de tegenwoordig per omzendbrief al geldende regeling in een wettekst te gieten, om zo tot een onweerlegbare wettelijke grondslag te komen die een op juridisch vlak samenhangende en betrouwbaardere aanpak mogelijk maakt.
De heer Brotcorne meent bovendien dat de verenigingswereld ook om dit soort omkadering vraagt. Er is eensgezindheid dat vrijwilligerswerk een belangrijke rol speelt bij het voortbestaan van een reeks structuren voor sociale begeleiding. Hij denkt dus dat dit wetsvoorstel erdoor komt.
Standpunt van de minister van Financiėn
De vertegenwoordiger van de minister van Financiėn kan niet bevestigen of het hier eenvoudigweg gaat om het aanpassen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen aan wat in de omzendbrief staat.
Bovendien heeft hij wanneer het om « vrijwilligers » ging altijd aangenomen dat zij hun activiteiten uitoefenen zonder enige vergoeding en op onbaatzuchtige wijze, in het kader van een structuur die wel georganiseerd of gereglementeerd kan zijn.
De heer Brotcorne antwoordt dat het voorstel vooral de kosten betreft die de vrijwilligers zouden doen.
Vorige spreker verklaart dat de omzendbrief niet voorziet in afwijkingen van de definitie van « vrijwilliger ». De brief zegt gewoon dat de vergoedingen die aan de vrijwilligers worden uitbetaald, binnen de huidige limiet van 26,31 euro per dag en 1 052 euro per jaar, niet belastbaar zijn. Wat verstaat men echter onder « vergoedingen » ? De omzendbrief wil duidelijk niet dat daarin de vergoedingen zijn begrepen die het Wetboek van de inkomstenbelastingen principieel belast.
De omzendbrief zegt dat de vergoedingen uitsluitend de terugbetaling mogen inhouden van kosten die de vrijwilligers hebben gedaan.
In de omzendbrief staat dat die vergoedingen niet belastbaar zijn omdat het gaat om de terugbetaling van kosten die de vrijwilligers hebben gemaakt bij de uitvoering van hun activiteiten. Doorgaans gaat het om veeleer geringe vergoedingen, die worden uitgekeerd met name aan amateursportlui. Die vergoedingen vertegenwoordigen uitsluitend de gedeeltelijke of zelfs gehele terugbetaling van de kosten die hun vrijwillige activiteiten meebrengen.
De minister van Financiėn vindt dat, voor het ogenblik, de omzendbrief al « gul » genoeg is om binnen het kader van de bestaande wetgeving te blijven. Anders zouden we op een ander terrein terechtkomen, waarbij bedragen die werkelijk een bezoldiging worden ook van belasting worden vrijgesteld. Dat zou dan problemen veroorzaken ten opzichte van andere categorieėn van bezoldigde personen.
Antwoord van de heer Brotcorne
De heer Brotcorne bevestigt opnieuw, in antwoord op de vertegenwoordiger van de minister, dat het wel om reėle kosten gaat. Hij heeft naar de bestaande omzendbrief verwezen. Indien die niet voldoet, kan hij altijd worden ingetrokken. Het voorstel strekt ertoe een wettelijke grondslag te geven die hetzelfde doel nastreeft als de omzendbrief.
Algemene bespreking
De heer Van Nieuwkerke meent dat het voorstel gewoon de bedragen voorzien in de huidige regeling, opgesteld in 1999, wil optrekken.
Als een sportclub kan bewijzen dat vrijwillige medewerkers voor haar rekening werkelijk uitgaven hebben gedaan, kan ze die terugbetalen.
De meeste clubs klagen er trouwens over dat ze zich « verplicht » zien een aantal vergoedingen in het « zwart » uit te betalen. De hier voorgestelde maatregel zou dat compenseren via niet te bewijzen betalingen aan vrijwilligers.
In de praktijk riskeert het misbruik van de hier voorgestelde maatregel dan ook groot te zijn. Vandaar kan de SP.a-fractie het wetsvoorstel onmogelijk goedkeuren.
De heer Steverlynck van zijn kant vindt het wetsvoorstel goed omdat hij ervan overtuigd is dat inspanningen nodig zijn om het statuut van de vrijwilliger te verbeteren. Wel is het wetsvoorstel allicht niet voldoende sluitend om misbruiken tegen te gaan.
Artikel 1 wordt verworpen met 7 stemmen tegen 2 stemmen, hetgeen de verwerping van het wetsvoorstel tot gevolg heeft.
Dit verslag is eenparig goedgekeurd door de 10 aanwezige leden.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Berni COLLAS. | Jean-Marie DEDECKER. |