3-90

3-90

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 22 DECEMBER 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over ęde registratie van wapens in het Centraal WapenregisterĽ (nr. 3-456)

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Op donderdag 1 juli 2004 heb ik al vragen gesteld over de werking van het Centraal Wapenregister (CWR). De antwoorden die minister Demotte toen namens de minister van Justitie gaf, waren heel teleurstellend.

Ik schets nogmaals de situatie en stel dezelfde vragen als op 1 juli alsook enkele bijkomende vragen om na te gaan of er een evolutie in het dossier is.

In januari 2002 keurde de Ministerraad op voordracht van de minister van Justitie een voorontwerp van wet over de vuurwapens goed. Dat voorontwerp van wet sluit aan op de circulaire van de Europese Gemeenschap van 1991 en op de werkzaamheden van de Internationale Conferentie van de Verenigde Naties met betrekking tot de onwettige wapenhandel.

Het doel van die wet is dat BelgiŽ deelneemt aan een proces dat erop gericht is de onwettige wapenhandel te voorkomen, te bestrijden en alle aspecten ervan uit te roeien. Daarvoor worden twee uitgangspunten gehanteerd.

Enerzijds wordt beoogd alle wapens die ons land binnenkomen, te kunnen opsporen, zelfs de wapens bestemd om opnieuw te worden uitgevoerd. De opsporing wordt verzekerd door de testbank in Luik, waar alle vervaardigde of ingevoerde wapens zouden moeten worden aangegeven, en door het Centraal Wapenregister (CWR), de gegevensbank waar de gegevens geregistreerd worden. Het CWR heeft als opdracht de taak te vergemakkelijken van de overheden en van de diensten die bevoegd zijn om de aanvragen voor machtigingen of vergunningen te ontvangen en om de dossiers bij te houden. Het CWR werkt ook voor de politiediensten en voor de administratieve en gerechtelijke overheden. De federale politie wordt belast met de controle op de wapenhandelaars.

Anderzijds wil de wet de wapenmarkt beveiligen. De gouverneurs reiken de vergunningen uit en een federale wapendienst werd in het leven geroepen om het beroep tegen beslissingen van de gouverneur te behandelen en de controle erop te verzekeren. De opzet is de strijd aan te gaan tegen de verspreiding van krachtige wapens die vaak in de zware criminaliteit worden gebruikt.

Elk ingevoerd of vervaardigd wapen dient dus te worden geregistreerd in het CWR. Volgens sommige wapenhandelaars gebeurt dit echter niet. De lokale politiediensten vullen nieuwe gegevens niet aan en geven als oorzaak daarvoor informaticaproblemen op.

In juli van dit jaar meldde minister Demotte dat bepaalde politiekorpsen nog niet via informaticasystemen verbonden zijn.

De Algemene Directie van de Federale Gerechtelijke Politie werkte op dat moment een actieplan uit om de problemen op te lossen. Kunnen we inzage krijgen in dat actieplan? Kan de minister nu controleren of de wapendiensten elk wapen registreren? Is de achterstand van de gegevensinvoer ondertussen verholpen? Zijn er inmiddels rapporten en cijfers beschikbaar over de gegevensinvoer in het CWR? Zijn alle overheden bij het CWR betrokken voor het uitwerken van statistieken? In juli had de minister geen zicht op het aantal beslissingen inzake wapenvergunningen die door de gouverneurs worden afgegeven. Het dossier van het CWR werd op dat ogenblik bestudeerd. Tot welke conclusies leidde die studie?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - We zijn bijna rond met de aanpassing van de wetgeving van 1933 over het beleid inzake vuurwapens en munitie.

Het coderen van de gegevens inzake vuurwapens en van de houders van dat soort wapens stelt inderdaad een probleem omdat het Centraal Wapenregister sinds vele jaren onvoldoende is uitgerust, zowel wat middelen als wat personeel betreft.

We moeten het Centraal Wapenregister opnieuw evalueren, zodat we extra middelen voor personeel en materiŽle uitrusting kunnen toekennen om de huidige toestand te verhelpen.

De lokale politiediensten, die de gegevens bijwerken, hebben nog steeds problemen met informaticaverbindingen. Daarvoor moet de komende maanden een oplossing worden gevonden.

Mijn departement werkt eveneens proactief aan een verbeterde registratie van de gegevens en het coderen ervan om vuurwapens op een betrouwbare wijze te kunnen opsporen.

Het actieplan van de Algemene Directie van de Gerechtelijke Politie is gericht op de uitbouw van de huidige cel die in deze materie gespecialiseerd is: wapenkennis, informatie over officieel of zwart wapenverkeer, informatie over de wetgeving en de controlemodaliteiten voor aanvragen, bijzondere dossiers, wapenhandelaars, wapenverzamelingen, enzovoort. Het beoogt tevens de opleiding van het personeel op het vlak van de politiezones, de begeleiding bij grootschalige controles, enzovoort. Dat moet de verschillende politiezones in staat stellen uitstekend werk te verrichten, de informatie en de ervaring van die heel actieve en performante afdeling ten volle te benutten en een kwalitatief hoogstaande begeleiding en steun te bieden.

Op een vorige vraag over dit onderwerp heb ik begin november 2004 geantwoord dat ik nog niet over de correcte gegevens beschikte inzake de vergunning voor wapenbezit en de machtiging tot wapendracht. Dat is nog altijd het geval, als gevolg van de versnippering van de gegevens. Ik streef echter de vereenvoudiging na van de verschillende beleidsniveaus die betrokken zijn bij de registratie van vuurwapens en een hergroepering van de instanties die een beslissende rol spelen bij de vergunning en de aflevering ervan.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Tegen wanneer wordt het nieuwe wetsontwerp verwacht? Velen vinden dat het er snel moet komen. Worden bij de uitwerking van het nieuwe wetsontwerp voldoende groepen betrokken, zoals bijvoorbeeld de sportschutters?

Toen ik mijn vraag in juli heb gesteld, werd mij geantwoord dat aan een evaluatie werd gewerkt. Vandaag zijn er nog geen cijfers beschikbaar. Ik vind dat niet correct tegenover het parlement.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - De interkabinettenwerkgroepen zullen begin 2005 hun werkzaamheden aanvatten.