3-88

3-88

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 16 DECEMBER 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Fauzaya Talhaoui aan de minister van Buitenlandse Zaken over ęde ratificatie van de Arbeidsmigrantenconventie van de Verenigde Naties van 18 december 1990Ľ (nr. 3-502)

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Op 18 december vindt de Internationale Dag van de Migrant plaats. Op 18 december 1990 werd immers de internationale conventie ondertekend die tot doel heeft de fundamentele rechten en vrijheden en andere rechten van arbeidsmigranten en hun familieleden te beschermen.

BelgiŽ is een migratieland, ook al heeft het in 1974 een migratiestop afgekondigd. Iedereen weet dat die stop relatief en soms zelfs een beetje hypocriet is. Het is tijd om in BelgiŽ en in Europa het maatschappelijke debat over migratie op gang te brengen, zowel tussen de politici onderling als met de bevolking. Ik heb hierin blijkbaar een bondgenoot gekregen in de minister van Binnenlandse Zaken, de heer Dewael, die ook het debat wil aangaan.

Alle arbeidskrachten, dus ook de zogenaamde migranten, kunnen rekenen op bescherming van hun fundamentele rechten en vrijheden. Toch durft BelgiŽ het na 14 jaar nog altijd niet aan om de VN-conventie te ondertekenen en te ratificeren. Nochtans komen de fundamentele rechten en vrijheden die daarin aan migrerende personen worden toegekend ook al voor in andere conventies en verdragen, zoals in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, in de VN-conventies inzake de bescherming van de politieke rechten, de socio-economische en culturele rechten, de vrouwenrechten en de kinderrechten en in diverse conventies van de IAO. Al die verdragen heeft BelgiŽ samen met heel wat andere Europese landen geratificeerd.

In zijn antwoord op mijn parlementaire vraag van 10 september 2003 antwoordde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken dat er nog geen initiatieven waren ondernomen om de Arbeidsmigrantenconventie te ondertekenen. In de maanden na de ondertekening ervan waren bepaalde landen tot de vaststelling gekomen dat er heel wat juridische obstakels bestonden voor de ratificatie. Nochtans heeft toenmalig minister Frank Vandenbroucke tijdens de vorige regeerperiode professor Marie-Claire Foblets en haar team de opdracht gegeven een verkennende studie uit te voeren. Die experts hebben de rechtsgevolgen van een Belgische ratificatie onderzocht en uit hun studie blijkt - ik baseer mij hierbij ook op een artikel uit Journal des tribunaux du travail - dat de juridische obstakels toch niet al te groot zijn. De Belgische interne regelgeving zou bovendien reeds in hoge mate in overeenstemming zijn met deze conventie.

Heeft de minister na het lezen van de verkennende studie zijn standpunt gewijzigd? Wat is de Belgische houding op Europees vlak? Het Europees Economisch en Sociaal Comitť heeft in een mededeling van 30 juni 2004 een positief standpunt geformuleerd over de ratificatie van deze conventie. Het comitť wil de lidstaten van de Europese Unie helpen bij de ratificatie van de overeenkomst. Zal BelgiŽ dit positieve advies op het Europese niveau verdedigen?

De heer Karel De Gucht, minister van Buitenlandse Zaken. - Het beheer van het dossier van de arbeidsmigranten is een transversale kwestie. Meerdere federale departementen en gemeenschapsdepartementen zijn bevoegd voor de verschillende elementen ervan.

Sinds de goedkeuring van deze conventie hebben de verschillende betrokken departementen meermaals overleg gepleegd. Dit overleg heeft aangetoond dat een eventuele ratificatie door ons land verschillende juridische vragen oproept. Daarom was ons land tot op heden niet bij machte over te gaan tot ratificatie van de betrokken conventie.

Na de publicatie van de studie van professor Foblets, die in grote mate aan dit onderwerp is gewijd, werd een nieuwe overlegronde gehouden met de verschillende betrokken departementen (Justitie, Arbeid en Tewerkstelling en Sociale Zekerheid) om het standpunt van ons land te actualiseren. De kwestie werd eveneens bestudeerd door de Adviesraad voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Uit het interdepartementaal overleg is opnieuw gebleken dat belangrijke juridische vragen een obstakel voor de ratificering blijven vormen. Het blijkt dus te gaan over een complexe en gevoelige materie waarover op Belgisch niveau geen politieke consensus bestaat.

Sinds haar inwerkingtreding op 1 juli 2003 is de betrokken conventie door een twintigtal landen geratificeerd, waarvan echter geen enkel tot de Europese Unie behoort.

In 1994 vroeg de Europese Commissie aan alle Europese lidstaten deze conventie te onderzoeken met het oog op ratificatie. Vandaag moet ik vaststellen dat deze oproep van de Commissie sindsdien bij de lidstaten geen enkele weerklank heeft gevonden.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Het stemt me hoopvol, omdat de verschillende overheden in ons complexe land toch verder de juridische implicaties van de conventie willen onderzoeken. Dat is al een vooruitgang tegenover de vorige keer.

Ook in de Europese context, met het recente advies van het Europees Sociaal Comitť, gaan we een positieve richting uit. Blijkbaar leeft er in Europa een bereidwilligheid om die conventie toch als volwaardig te bekijken en te onderzoeken, vooral ook omdat Europa migratie steeds belangrijker vindt. Ik verwijs hierbij naar de Europese Top. Voor het eerst spreekt Europa opnieuw over legale migratie en wordt aan de lidstaten gevraagd dit te onderzoeken. Ook in dat licht kan de ratificatie van de conventie een hoopvol teken zijn.