3-950/1

3-950/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

8 DECEMBER 2004


Wetsvoorstel houdende organisatie van een volksraadpleging over het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa

(Ingediend door de heer Karim Van Overmeire)


TOELICHTING


Op 29 oktober 2004 ondertekenden de staats- en regeringsleiders van de 25 EU-lidstaten het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa. Daarmee werd het startsein gegeven voor een ratificatieproces dat wellicht twee jaar zal duren en mogelijkerwijs moeizaam zal verlopen. De EU mikt op 1 november 2006 voor de inwerkingtreding van de bepalingen van dit « grondwettelijk verdrag ».

De ratificatieprocedure verschilt volgens de lidstaat. Enkele landen zullen zich beperken tot een ratificatie in het parlement, maar minstens negen landen hebben nu al beslist dat ze een referendum organiseren : Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië, Ierland, Portugal, Spanje, de Tsjechische Republiek, Nederland en Luxemburg.

Er zijn sterke argumenten om ook in ons land een volksraadpleging te organiseren, ook al heeft ze enkel een raadgevend karakter.

Het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa bestaat uit een preambule, vier delen en een reeks protocollen en verklaringen. Deel I legt de algemene principes vast. Deel II bestaat uit het Handvest van de grondrechten van de Unie. Deel III omschrijft het beleid en de werking van de Unie. Deel IV ten slotte bevat de algemene en slotbepalingen.

De preambule opent met een verwijzing naar het culturele, religieuze en humanistische erfgoed van Europa. Een expliciete verwijzing naar de christelijke tradities werd niet opgenomen. In de preambule wordt Europa als het ware « gedefinieerd », wat van belang kan zijn om toekomstige kandidaat-lidstaten op hun « Europees » karakter te toetsen.

In artikel I-1 wordt de Europese Unie ingesteld. Dat is een kwalitatieve stap ten opzichte van de huidige verdragen, waarin sprake is van verdragsluitende partijen. Met het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa is de Europese Unie niet langer een samenwerkingsverband van lidstaten, maar krijgt ze een federaal karakter. Artikel I-10 bevestigt trouwens het « burgerschap van de Unie ». Als gevolg van deze « Europese Grondwet » zal de institutionele architectuur van de Europese Unie een aantal zeer verregaande wijzigingen ondergaan. Niet alle veranderingen zijn in het voordeel van de kleinere lidstaten.

Het Handvest van de grondrechten (2000) was totnogtoe niet juridisch afdwingbaar. Nu wordt het in de « Europese Grondwet » geïntegreerd. De « burger van de Unie » kan er zich op beroepen ten aanzien van de Europese instellingen en ten aanzien van de lidstaten wanneer die het Europees recht toepassen.

Overal in Europa is men gewonnen voor samenwerking op terreinen waar een Europese aanpak logisch is en een duidelijke meerwaarde oplevert. De vraag is evenwel of de naties van Europa ook bereid zijn om een veel grotere stap te zetten, met name : het opgeven van een aanzienlijk deel van hun soevereiniteit en de toetreding tot een Europese federatie.

Een dergelijke belangrijke stap mag in elk geval niet gezet worden zonder een grondige discussie en zonder de raadpleging van de volkeren van Europa. Luidens haar preambule weerspiegelt de « Europese Grondwet » de wil van de burgers. Die stelling kan best vóór de inwerkingtreding ervan getoetst worden. Omdat het verdrag de verhouding tussen de naties van Europa en de Europese Unie fundamenteel wijzigt, beoogt dit voorstel de organisatie van een volksraadpleging. De raadpleging, waarvan de resultaten worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, maakt nadien ipso facto deel uit van het besluitvormingsproces over de Belgische toetreding tot het verdrag.

Karim VAN OVERMEIRE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Over de toetreding van België tot het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa wordt een volksraadpleging gehouden.

Binnen veertig dagen na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, worden alle burgers die regelmatig ingeschreven zijn op de kiezerslijsten voor de wetgevende verkiezingen, opgeroepen om met JA of NEEN te antwoorden op de volgende vraag :

« Wilt u dat ons land toetreedt tot het verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa ? »

Art. 3

De Koning bepaalt de nadere regels voor de organisatie van deze volksraadpleging, naar analogie van de in het Kieswetboek bepaalde regels met betrekking tot de verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Art. 4

De kandidaten die bij de wetgevende verkiezingen van 18 mei 2003 voor de vernieuwing van de Kamer van volksvertegenwoordigers werden voorgedragen, mogen een effectieve en een plaatsvervangende getuige aanwijzen om de stemverrichtingen en de stemopneming bij te wonen.

Art. 5

De Raad van State doet in algemene vergadering uitspraak over de bezwaren die tegen onregelmatigheden van de kiesverrichtingen ingediend worden.

Art. 6

De resultaten van de volksraadpleging worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

4 november 2004.

Karim VAN OVERMEIRE.