3-86

3-86

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 2 DECEMBER 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de eerste minister over «de uitspraken van de kroonprins en de eensgezindheid ter zake in de regering» (nr. 3-480)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën, antwoordt namens de heer Guy Verhofstadt, eerste minister.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik betreur dat de premier niet zelf antwoordt, terwijl hij in de Kamer aanwezig is. Kamer en Senaat liggen toch niet zo ver uit elkaar, maar blijkbaar verwaardigt hij zich niet op vragen van senatoren te antwoorden.

Zoals intussen ruimschoots bekend is, heeft kroonprins Filip een aantal uitspraken gedaan over een politieke partij, onze partij. Iets dergelijks is nooit vertoond en de uitspraken zijn, naar algemeen wordt aangenomen, onverenigbaar met zijn huidige rol en met de plaats die hij binnen afzienbare tijd in het landsbestuur ambieert in te nemen. Misschien kan hij die ambities nu voorgoed opbergen.

De vraag of de onverantwoordelijkheid van de Koning, zoals die in de Grondwet is gestipuleerd, bij uitbreiding ook geldt voor de kroonprins, is eigenlijk niet meer aan de orde, want de regering heeft al gereageerd en daarmee de vraag beantwoord. De eerste minister heeft afstand genomen van de uitspraken van de kroonprins, maar pleitte tegelijkertijd verzachtende omstandigheden door ze toe te schrijven aan een emotionele reactie, ook al zei de prins blijkbaar twee keer tegen de journalist dat hij zijn uitspraken goed moest opschrijven. Het was dus geen slip of the tongue.

Eigenlijk moeten we onze collega-senator, de kroonprins, dankbaar zijn. Zijn uitlatingen zijn in de praktijk compleet verkeerd uitgedraaid. Hij heeft zich opgeworpen als de man die het land bijeen wil houden, maar in de praktijk is hij erin geslaagd nog maar eens aan te tonen hoe sterk Vlaanderen en Wallonië van elkaar verschillen. Het Hof heeft eindelijk kleur bekend. Niet alleen onze partij, het Vlaams Belang, wordt aangevallen, maar uiteindelijk wordt het hele streven naar Vlaamse autonomie onderuitgehaald. Ik herinner me dat Luc Van den Brande in 1993 door het Hof op het matje werd geroepen omdat hij zich als minister-president uitsprak voor het confederalisme. Voor het Hof was ook hij eigenlijk bezig de poten vanonder de stoel van het Belgische koninkrijk te zagen. Nu haalt een kroonprins, een vorst in wording, zomaar eventjes het hele Vlaamse streven naar autonomie onderuit. Dat kan natuurlijk niet.

Bijzonder leerrijk zijn ook de verschillende reacties en vooral de Franstalige. Er is het officiële communiqué van de premier dat zegt dat de prins een beetje terughoudender had moeten zijn, maar goed, hij was wat emotioneel. Heel wat leden van de regering, en niet de minste, lieten een heel ander geluid horen. De Van Cauwenberghes, de Di Rupo's bijvoorbeeld. Volgens Di Rupo sprak prins Filip als de toekomstige Koning. We mogen dus nog veel meer verwachten als hij effectief koning wordt. Vice-eerste minister Reynders zei: `Le prince a exprimé l'opinion des Francophones.' Het spijt me, maar in ons staatsbestel heeft le prince niets te `exprimeren', niet l'opinion des Francophones, en al helemaal niet l'opinion des Flamands. De reacties maken het voor de Vlaamse publieke opinie in elk geval heel duidelijk dat de Franstalige partijen en het Hof één front vormen tegen het Vlaamse streven naar autonomie. Als prins Filip ooit koning wordt, dan zitten we met een Waalse koning. Dat is voor ons bijzonder duidelijk en ik ben hem dankbaar dat hij dit zo openlijk heeft geëtaleerd.

Ik kom nu tot mijn vragen. Blijft de reactie van de regering in deze zaak beperkt tot de lauwe reactie van de premier? Bestaat er over de afkeuring van deze uitspraken eensgezindheid in de regering, gelet op de reactie van een aantal Franstalige ministers en voorzitters van partijen, ook van meerderheidspartijen? Gelet op het feit dat het Hof met deze uitspraken in het institutionele debat resoluut de kant kiest van de Franstaligen, rijst meteen ook de vraag of we in deze persoon wel over de geschikte troonopvolger beschikken. Is de regering het er nog altijd over eens dat hij klaar is voor de job? Overweegt de regering structurele maatregelen te nemen om dergelijke zwaar over de schreef gaande uitlatingen van het Hof in de toekomst onmogelijk te maken?

De heer Didier Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën. - Ik lees het antwoord dat de eerste minister in de Kamer heeft gegeven.

Toen ik gisteren de uitspraak van prins Filip naar aanleiding van zijn gesprek in de marge van een galadiner in Shanghai vernam, heb ik hem onmiddellijk gecontacteerd. Tijdens dit gesprek heeft de Prins mij toelichting gegeven over de context van zijn woorden. Na dit gesprek heb ik hierover gesteld dat "ik mij kan voorstellen dat de Prins zich afzet tegen partijen die de splitsing van het land voorstaan, maar dat dit evenwel niet in overeenstemming is met de huidige en vooral de toekomstige constitutionele rol van de Prins in ons land. Die rol vraagt immers terughoudendheid in de uitspraken, in het bijzonder over de federale staatsstructuur en de beleidsautonomie van de onderscheiden overheden, alsook over politieke partijen, zelfs indien deze partijen het niet goed menen met de toekomst van ons land."

Volgens artikel 88 van de Grondwet is de persoon des Konings onschendbaar en zijn zijn ministers verantwoordelijk. Deze regel houdt in dat de Koning door niemand ter verantwoording kan worden geroepen. Dergelijke onschendbaarheid betekent dat de verantwoording voor de handelingen van de Koning door anderen moet worden gedragen. Uit de strekking van artikel 88 van de Grondwet komt tot uiting dat het opnemen van deze verantwoordelijkheid door de ministers van de federale regering geschiedt.

De vraag rijst of deze redenering evenzeer van toepassing kan worden verklaard op de overige leden van de Koninklijke Familie. Daartoe zal men echter tevergeefs in de Grondwet een bepaling zoeken waarin iets wordt gezegd over de ministeriële verantwoordelijkheid voor de overige leden. Ook de rechtsleer is hierover niet eenduidig.

Zelf stelde ik reeds op 3 mei 2000 in de commissie voor de Binnenlandse Zaken van de Kamer het volgende, ik citeer: "Ik vind dat de leden van de Koninklijke Familie in onze moderne tijd perfect aan de maatschappelijke debatten moeten kunnen deelnemen. Ik vind ook dat dit moet gebeuren zonder dat polemieken ontstaan of zonder dat persoonlijke aanvallen worden gelanceerd". Anders gezegd, het is volstrekt begrijpelijk dat de Koninklijke Familie zich uitspreekt over de grote maatschappelijke thema's en de toekomst van ons land of dat zij onze democratische waarden verdedigt. Evenzo is het evident dat zij blijk moet geven van terughoudendheid in alle politieke debatten die rijzen in het kader van onze democratische instellingen.

Beste collega's, deze traditie van terughoudendheid inzake tussenkomsten vanwege leden van de Koninklijke Familie in het politieke debat, wordt gemotiveerd door het feit dat ze moeten vermijden dat ze in het centrum van een polemiek terechtkomen en op die manier het risico lopen zelf het voorwerp van politieke controverse te worden. Het risico bestaat immers dat dergelijke controverse ook afstraalt op de monarchie zelf, en het Staatshoofd in het bijzonder, wiens politieke neutraliteit onbetwistbaar moet zijn. Precies daarom vindt de regering dat deze principes en traditie de beste garantie zijn voor ons systeem van constitutionele monarchie.

Intussen heeft de virulente reactie van de heer Van Hauthem op de uitspraken van de Prins wel één zaak duidelijk gemaakt. Wat de heer Van Hauthem eigenlijk wil, is de desintegratie van het land, de afbraak van onze instellingen. De regering, haar meerderheid en alle andere partijen hier vertegenwoordigd zullen dit niet laten gebeuren.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Het antwoord dat de vice-eerste minister voorleest, is dubbelzinnig. Aan de ene kant zegt de regering dat de kroonprins terughoudend moet zijn, maar aan de andere kant schaart ze zich toch achter wat hij heeft gezegd. De regering gaat dan wel voorbij aan het feit dat die meneer op de tien dagen dat de handelsmissie China bezocht, drie keer uit de bocht is gegaan. Eerst was er de zaak Morel, later hield hij zowaar een pleidooi om buitenlandse handel te herfederaliseren en nu presteert hij het om wat geen enkel lid van het Hof ooit heeft gedaan, een partij in het bijzonder en het Vlaamse streven naar autonomie, zoals het in het Vlaamse regeerakkoord is opgenomen, in het algemeen aan te vallen.

Het feit dat de regering zich daar nu inhoudelijk volledig achter schaart maakt het plaatje alleen nog duidelijker. Het Hof, dat bent u, mijnheer de vice-eerste minister, dat is de PS, de MR en de CDH. Want net als Di Rupo en Van Cauwenberghe staat u inhoudelijk volledig achter de uitspraken van de prins. De andere kant, dat zijn de andere partijen. De Vlaams excellenties hebben zich gewoon aan het officiële communiqué gehouden. Dat is een groot verschil.

Ons wordt verweten dat we nogal virulent hebben gereageerd. Nogal wiedes, zou ik denken. Stel je voor dat de kroonprins bijvoorbeeld de PS had aangevallen. Dan zou de reactie nog heel wat virulenter en de crisis institutioneel en constitutioneel nog veel groter zijn geweest.

Ik hoop alleen dat heel dit debat de Vlamingen helpt om hun ogen te openen. Het Hof heeft nooit aan hun kant gestaan en het zal dat ook nooit doen. De kroonprins die later de monarch van alle Belgen moet worden, heeft dat nog eens in alle duidelijkheid gezegd en de regering zet zich daar nog achter ook!