3-82

3-82

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 28 OKTOBER 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Anke Van dermeersch aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over ęde aanstelling en het gebruik van beŽdigde tolken en vertalers in gerechtelijke proceduresĽ (nr. 3-383)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt namens mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). - Op 22 december 2003 signaleerde het parket van de procureur des Konings te Gent via een zeer dringende rondzendbrief aan een aantal gerechtelijke en politionele instanties enkele dringende problemen in verband met het taalgebruik in gerechtszaken. Tegelijkertijd stelde hij in zijn rondzendbrief een aantal gewaagde kunstgrepen voor om hieraan voorlopig een mouw te passen, maar liet hij ook duidelijk uitschijnen dat de wetgever dit probleem dringend moet oplossen.

Om welk probleem gaat het hier?

Bij wet van 3 mei 2003 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken wat betreft de vertalingen van mondelinge verklaringen moeten in strafzaken alle partijen die de taal van de rechtspleging niet verstaan, worden bijgestaan door een beŽdigde tolk en dit in elke fase van de procedure. Deze regel geldt dus ook voor de ondervragingen van het opsporings- en van het gerechtelijk onderzoek; dit alles op straffe van nietigheid.

Het parket verwijst in zijn rondzendbrief naar een arrest van 16 september 1998 van het Hof van Cassatie dat stelt dat wanneer bij een verhoor een beroep wordt gedaan op een vertaler, in de processen-verbaal uitdrukkelijk dient te worden vermeld dat het gaat om een beŽdigd vertaler en dit weerom op straffe van nietigheid.

Het ontbreken van een wettelijke regeling ter zake is zeker geen futiliteit, maar een zeer dringend op te lossen probleem, waarop overigens reeds meer dan een jaar geleden werd gewezen. Het Hof van Beroep heeft namelijk in een arrest van 18 juni 2003 een verdachte definitief vrijgesproken met als enige reden dat in de processen-verbaal enkel melding was gemaakt van het gebruik van tolken tijdens het verhoor zonder te verduidelijken dat de tolken beŽdigd waren.

Het voorhanden zijn van beŽdigde tolken en de vermelding ervan in gerechtelijke stukken is dus van kapitaal belang. Bij ontstentenis van beŽdigde tolken en/of bij niet-vermelding van hun aanwezigheid in het proces-verbaal kunnen buitenlanders of anderstalige criminelen zonder meer vrijuit gaan ingevolge een zeer banale procedurefout. De nietigheid geldt immers niet alleen voor de processen-verbaal van verhoor, maar tevens voor alle bewijzen die er rechtstreeks of onrechtstreeks uit voortvloeien. Een kleine fout kan dus zware gevolgen hebben.

Zoals wij leren uit de rondzendbrief is het erge aan die zaak dat er momenteel geen enkele wettekst bestaat die de functie, het statuut, de aanstelling en de beŽdigingsprocedure van de zogenaamd beŽdigde tolken en vertalers vaststelt, zodat het absoluut niet duidelijk is wanneer een tolk of een vertaler als beŽdigd kan worden beschouwd. Dat geldt vooral voor de verhoren door politiediensten of leden van het openbaar ministerie. Voor die diensten bestaat er geen enkele wetgevende bepaling over het statuut van de beŽdigde tolk of vertaler, over de eed die zij moeten hebben afgelegd noch over de ervoor vereiste kennis.

De problematiek inzake eed en erkenning geldt tevens voor andere gerechtelijke diensten die een beroep moeten doen op beŽdigde vertalers of beŽdigde tolken, zij het in mindere mate.

Gelet op artikel 192 van de gecoŲrdineerde Grondwet dat bepaalt dat geen eed kan worden opgelegd dan krachtens de wet die de eedformule vaststelt, komt dit er in feite op neer dat die diensten geen beŽdigde tolken kunnen aanstellen of zich ter zake slechts op een zeer gebrekkige wijze kunnen behelpen.

Die problematiek is al langer dan een jaar reŽel en dringend. Al zeven maanden geleden heeft de minister van Justitie verklaard dat zij er zich mee inliet. Tot op heden hebben wij echter nog geen resultaten gezien.

De politie en de gerechtelijke diensten zitten met een huizenhoog probleem. De juridische onduidelijkheid is totaal en het risico bestaat dat heel wat processen zullen spaak lopen en dat veroordelingen van vreemdelingen of anderstaligen nietig worden verklaard.

Waarom is er voor die hoogdringende problemen nog geen oplossing gevonden?

Welke knelpunten beletten een snelle regeling?

Hoe staan de zaken er momenteel voor? Wanneer mag ik eindelijk een wettelijke regeling verwachten?

In maart 2004 kon de minister niet antwoorden op de vraag van senator Vanhecke naar het aantal zaken dat ingevolge deze problemen al waren spaak gelopen. De minister beloofde wel om hierover navraag te doen bij de gerechtelijke autoriteiten.

Heeft de minister dat gedaan en, zo ja, hoeveel zaken zijn tot op heden effectief op een sisser afgelopen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De minister van Justitie is niet onverschillig voor de problematiek van de tolken en vertalers. Haar diensten hebben een voorontwerp van wet klaar dat in de loop van de maand juli 2004 voor goedkeuring werd voorgelegd aan de minister bevoegd voor ambtenarenzaken.

Enkele dagen geleden ontving ze een antwoord waarin enkele tekstopmerkingen werden geformuleerd. Er zijn geen problemen over de grond van de zaak.

Eens het advies van de inspecteur van FinanciŽn is gekend, kan het voorontwerp aan de Ministerraad worden voorgelegd. De minister van Justitie verwacht dat dit niet lang meer zal duren.

Ze is op de hoogte van ťťn zaak waarin het vermelde probleem moeilijkheden heeft veroorzaakt.