3-82 | 3-82 |
Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra au nom de M. Patrick Dewael, vice-premier ministre et ministre de l'Intérieur.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Uit een evaluatierapport van de directie van de basisopleiding tot politie-inspecteur blijkt dat het in onze modelstaat slecht gesteld is met de kwaliteit van de pas afgestudeerde politieagent.
De onderzoekers ondervroegen ongeveer 500 actoren zoals net afgestudeerde politiemensen, korpschefs van zones waar de nieuwelingen terecht waren gekomen en docenten en directeurs van de politiescholen. In het eindrapport, Eva 2003 genaamd, staat een lijst van 119 dringend te verbeteren zaken.
In de eerste plaats werd bij de aspiranten een grondig gebrek aan zowel theoretische kennis als inlevingsvermogen vastgesteld. Het in de praktijk brengen van wat werd geleerd lijkt niet te lukken.
Vervolgens ontdekte het rapport dat de aspiranten lacunes vertonen in de theoretische kennis, meer bepaald wat betreft de inbreuken op de wegcode, de beschikkingen inzake verplichte verzekering en inschrijving, de tachograaf en het vervoer van gevaarlijke goederen op de weg. Eveneens beheersen de betrokkenen de verkeersregeling onvoldoende. Ook blijkt uit de evaluatie dat de huidige opleiding de student blijkbaar niet de onmisbare automatismen bijbrengt op het vlak van zelfverdediging en het gebruik van wapens.
Verder wordt eveneens een gebrek aan theoretische kennis van het gerechtelijk onderdeel vastgesteld. Zo slaagt de aspirant er niet in om de samenstellende delen van een inbreuk te onderscheiden die nodig zijn voor de uitvoering van een gerechtelijk onderzoek en het opstellen van een proces-verbaal. Ook de gerechtelijke documentatie wordt niet beheerst.
In het Eva-rapport 2003 wordt vervolgens vastgesteld dat er heel wat schort aan het opleidingssysteem en ik citeer letterlijk: "Een aspirant kan in de opleiding slagen ondanks het feit dat hij echte zwakheden vertoont in sommige domeinen, met inbegrip van het professioneel functioneren." Het verhaal is nog niet ten einde, maar wel eentonig. Er is een gebrekkige discipline en een verkeerde attitude, onder andere geen uniformiteit in de kledij en een gebrek aan strengheid en respect voor de functie. Ten slotte vermeldt het rapport enkele praktische problemen zoals het gebrek aan onderhoud van de wapens en de afwezigheid van een dienstvoertuig per school.
Het rapport poogt ook aan te geven waar de problemen - geheel of gedeeltelijk - vandaan kunnen komen. Zo geeft de meerderheid van de bevraagden aan dat ze ongerust zijn over de afwezigheid van een systematisch moraliteitsonderzoek bij de rekrutering. Vooral docenten en begeleiders geven aan dat een pak studenten op scholen terechtkomen zonder het gewenste niveau te bezitten om te kunnen slagen. Dit heeft een daling van de kwaliteit van de kandidaten tot gevolg.
De onderzoekers stellen eveneens voor om bij de selectie een nieuwe taaltest te hanteren, daar een groot aantal aspiranten grote gebreken blijken te vertonen in de kennis van de eigen moedertaal.
Graag had ik van de minister dan ook het volgende vernomen. Welke conclusies trekt hij uit dit wel zorgwekkend rapport? Ik hoop dat men zich vergist, want als dat allemaal waar is, dan ziet het er niet goed uit voor de politie van morgen. Welke maatregelen zal de minister nemen om op korte termijn de lacunes zoals geformuleerd in het rapport weg te werken?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Het onderzoek EVA 2003 werd in de loop van 2003, gevoerd door de Directie van de opleiding. De analyse van de resultaten werd opgenomen in verschillende rapporten, die gepubliceerd werden in december 2003, januari 2004 en maart 2004.
De minister heeft uiteraard niet op deze rapporten gewacht om aandacht te besteden aan de kritiek die, onder meer door het Comité P, op de politieopleiding werd geuit. De minister vroeg om de problematiek van de opleiding te bespreken in de Begeleidingscommissie voor de hervorming.
In haar conclusies beval de commissie in juni 2004 een grotere openheid van de politieopleiding aan. In deze geest van openheid wilde de minister dan ook dat de evaluatie zou worden voortgezet in colloquia die door de directie van de opleiding worden georganiseerd. Op die manier krijgen de opleidingspartners de mogelijkheid te vergaderen en de standpunten te vergelijken. Voor de minister maken deze colloquia integraal deel uit van de evaluatie. We moeten dus eerst de resultaten en de analyse ervan afwachten alvorens radicale wijzigingen van de basisopleiding te plannen.
Sommige grieven zijn nochtans gerichter en maken onmiddellijke maatregelen mogelijk. De minister geeft enkele voorbeelden: de uitwerking van een tuchtreglement voor de aspiranten, het afschaffen van het tussentijds examen of de vereenvoudiging van het administratief beheer van de opleiding met de scholen.
Zoals gezegd, moeten we voor een grondiger vernieuwing van de opleiding, de analyse van de colloquia afwachten. De minister heeft de directie van de opleiding gevraagd tegen het einde van 2004 een inventaris van de grieven op te stellen, evenals een actieplan met de initiatieven die kunnen worden genomen om de problemen te verhelpen. Een reeks factoren zorgen ervoor dat het opleidingsproces niet volmaakt is en slechts door de krachten te bundelen kunnen we verbeteringen bereiken. De politieopleiding is een collectief en solidair werk.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De minister geeft zoals gebruikelijk een hooggestemd antwoord, van het niveau van de Académie française. Spijtig genoeg heb ik geen volledig antwoord gekregen op de vraag over de concrete bezwaren aangaande het Eva-rapport. Misschien wist de minister het antwoord voor het rapport is verschenen en heeft hij reeds de nodige maatregelen genomen, nog voor wij werden gealarmeerd. In het rapport staan een aantal problemen inzake opleiding, taalkennis, het verkeersreglement en attitudes voor verkeersregeling. De minister beweert het tussentijds examen te willen afschaffen. Is dat de enige oplossing?.
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Dat is vereenvoudigen!
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - We zullen de problematiek op de voet volgen.