3-81

3-81

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 21 OKTOBER 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Dedecker aan de minister van Mobiliteit over ęde effecten van een strengere verkeerswet en hogere verkeersboetenĽ (nr. 3-414)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Volgens cijfers van de parketten zouden er in de eerste jaarhelft van 2004 6% minder verkeersongevallen met gewonden zijn in vergelijking met de eerste jaarhelft van 2003. Het aantal ongevallen met dodelijke slachtoffers zou constant zijn gebleven. Het is overigens de eerste keer dat we de cijfers zo vlug krijgen.

We worden in kennis gesteld van cijfers voor 2004, terwijl het NIS pas op 5 mei enkele cijfers van 2002 bekendmaakte. De NIS-cijfers omvatten dan nog enkel de dodelijke ongevallen. De meest recente officiŽle cijfers dateren van 2001. Ons land kent een zeer omslachtige registratiemethode. Het verheugt me dat er nu sneller kan worden opgetreden op basis van de beschikbare cijfers. Halfjaarcijfers op zich leren hoe dan ook bijzonder weinig. Een meer wetenschappelijke methode bestaat erin de trend te bestuderen op langere termijn. Er zijn ook vergelijkingen nodig met buitenlandse trends, zowel met landen met een strenge als met een soepelere verkeerswetgeving. In de Belgische statistieken is het aantal doden dat wordt geregistreerd niet helemaal correct. In vele landen, en vroeger ook in BelgiŽ, wordt er gerekend met overledenen binnen de dertig dagen. Ik vermoed dat de minister ook rekening houdt met het aantal overledenen binnen de dertig dagen.

Het is vreemd dat de daling zich sterker doorzet in WalloniŽ, waar de pakkans veel lager ligt en ruim ťťn derde van de PV's wordt geseponeerd. Ik stel me dan ook vragen bij de conclusie van de minister dat de strengere verkeerswet en de hogere boetes een significante invloed hebben.

Gaat het om globale nationale cijfers of zijn ze beperkt tot bepaalde rechtsgebieden?

Hoe staaft de minister zijn uitspraak dat de wet en de boeten een positief effect hebben? In Vlaanderen viert de flitspaalcultuur hoogtij: er staan er 1004. In Brussel staan er vier, in WalloniŽ staan er dertien, waarvan ik weet dat er ťťn werkt. Nochtans is de daling van het aantal ongevallen in WalloniŽ sterker dan in Vlaanderen: -7,73%, in vergelijking met -6% in Vlaanderen. In Vlaanderen worden 83% van alle verkeersboetes van het hele land uitgeschreven. Heeft de daling van het aantal verkeersslachtoffers niet meer te maken met versmalde wegen en met het aantal files? Uit de statistieken blijkt ook dat 43% van het aantal ongevallen op autosnelwegen door vrachtwagens wordt veroorzaakt.

Hoe verklaart de Minister dat de daling groter zou zijn in WalloniŽ dan in Vlaanderen? Werden de cijfers besproken op de interdepartementale werkgroep ongevallenstatistieken? Zo ja, wat is de conclusie van de werkgroep? Zo neen, waarom niet?

Is de minister van plan 96 extra flitspalen te plaatsen op de autowegen en zullen die dan enkel in Vlaanderen worden geplaatst? Dit zou tot gevolg hebben dat er op 600 km autoweg om de zes km een flitspaal staat. Wij gaan naar een Big Brother-maatschappij.

De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - Er bestaat inderdaad een methode om het aantal ongevallen met gewonden en/of dodelijke slachtoffers sneller te kennen. Die cijfers kunnen namelijk worden opgevraagd bij de verschillende parketten, want zij ontvangen alle processen-verbaal van ongevallen met gewonden. We hebben die methode toegepast en kunnen dus de cijfers van de periode van januari tot augustus 2004 vergelijken met dezelfde periode van 2003. Die cijfers zeggen niet alles, maar ze geven toch een trend aan.

Bovendien kunnen we die cijfers verder verfijnen met de ongevallencijfers van de federale politie die verantwoordelijk is voor de autowegen en de ermee gelijkgestelde wegen.

Vervolgens zijn er nog de gegevens van de verschillende politiezones. Ik hoop dat we daarover binnen een maand zullen kunnen beschikken.

Het is onze bedoeling om een steeds grotere periode van 2004 te vergelijken met dezelfde periode van 2003.

Wij willen iedereen bewust maken van het aantal ongevallen, want jammer genoeg komen er in ons land nog elke week twee mensen om het leven op de autowegen. Die vaststelling zou tot enige bezinning over het verkeersbeleid mogen stemmen.

Toch mag het belang van de cijfers niet worden overdreven, ze betreffen louter en alleen het aantal ongevallen en er kan dan ook alleen een stijging of een daling van het aantal ongevallen uit worden afgeleid.

Ik herinner mij niet dat ik zou hebben beweerd dat er een significant verband bestaat tussen de daling van het aantal ongevallen en de nieuwe verkeerswet. Ik verzamel cijfers om de verkeerswet te evalueren en ik wil geenszins vooruitlopen op eventuele conclusies.

Uit de cijfers kan evenmin worden afgeleid dat de boetes tot een groter aantal ongevallen zouden hebben geleid. We stellen voorlopig alleen vast dat er nog veel ongevallen zijn en dat er zich met uitzondering van het Brusselse Gewest een dalende trend aftekent. Dat alles moet echter nog nauwkeuriger worden geanalyseerd.

Het verschil van de ene regio tot de andere moet met de nodige omzichtigheid worden bekeken. Een en ander zou te maken kunnen hebben met de bevolkingsdichtheid en met de dichtheid van het wegennet, kortom met de verkeersdichtheid. Ik beloof u dat ik zal nagaan hoe betere vergelijkingen kunnen worden gemaakt.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Ik blijf een beetje onvoldaan.

Ik heb aan de minister een verklaring gevraagd voor de relatief sterkere daling van het aantal ongevallen in WalloniŽ in vergelijking met Vlaanderen, waar een veel restrictiever en repressiever beleid wordt gevoerd. Zoals blijkt uit de statistieken worden immers 83% van de boetes geÔnd in Vlaanderen, waar een veel grotere flitscultuur bestaat.

De heer Renaat Landuyt, minister van Mobiliteit. - Ik zal die vragen meenemen naar de evaluatie van de nieuwe verkeerswet.

In zijn verklaring heeft de eerste minister beloofd dat er een evaluatie zal worden gemaakt in samenwerking met het middenveld en met iedereen die over deze problematiek een uitspraak wil doen. Uit die evaluatie zal moeten blijken welke maatregelen moeten worden aangescherpt en welke eventueel voor verandering vatbaar zijn.