3-855/1 | 3-855/1 |
7 OKTOBER 2004
Iedereen is het erover eens dat een efficiënt verkeershandhavingsbeleid een belangrijke bijdrage kan leveren tot de verhoging van de verkeersveiligheid. Verkeersdeskundigen, zoals Miran Scheers, stellen dat handhaving als middel tot gedragsbeïnvloeding in het verkeer minstens even doeltreffend is als educatieve, infrastructurele of vervoertechnische maatregelen (Secura, nr. 45).
Recentelijk geraakte het debat in een stroomversnelling met de nieuwe verkeerswet, maar hogere boetes alleen volstaan wellicht niet : de roep naar meer controle blijft bestaan. Destijds werd er in Peer een gemeentelijk referendum georganiseerd en inwoners aldaar hebben gelijk : het grote euvel is het gebrek aan voldoende controle. Er moeten geen nieuwe regels komen als de oude niet afgedwongen kunnen worden; daarbij speelt de lokale politie een hoofdrol.
Ongeacht alle mooie beloften merken we op het terrein één grote realiteit : de lokale politie, die toezicht houdt op het gros van de wegen, wordt vleugellam gemaakt door ontelbare verwarrende richtlijnen via een lawine van omzendbrieven, een statuut dat de inzetbaarheid voor de gemeenten vermindert, financiële moeilijkheden van de gemeenten, enz. Niettemin zou de controle juist het efficiëntst binnen deze lokale zones gebeuren (cf. infra). De lokale overheid kijkt machteloos toe hoe het ongenoegen bij haar burgers toeneemt, terwijl zij niet de middelen heeft om doeltreffend op te treden.
Verkeershandhaving slaat op het geheel van maatregelen en middelen om de naleving van de verkeersregels af te dwingen en te voorkomen dat ze opnieuw worden overtreden. Gelet op het belang van het verkeer beschouwen we verkeersveiligheid met betrekking tot activiteiten van de politiediensten als een aparte pijler. Niettemin is hieraan in de politiehervorming weinig aandacht besteed omdat deze hervorming hoofdzakelijk rond de criminaliteitsproblematiek opgebouwd was. Steeds meer tijd wordt opgeslorpt door andere politietaken, zoals het transporteren van geld en gevangenen, het afhandelen van kantschriften tot het vaststellen van geluidsoverlast in dancings. De politievakbond stelde dat het opdrijven van de controles op lokaal niveau onrealistisch is (8 januari 2002).
De lokale politieke verantwoordelijken worden geconfronteerd, enerzijds, met een bevolking die via de massamedia wordt ingelepeld dat verkeersveiligheid een prioriteit is en dat de controle daarop wordt verstevigd en, aan de andere kant, met onvoldoende middelen om alle veiligheidsproblemen adequaat aan te pakken.
Als men de verdeling van het aantal ongevallen en slachtoffers volgens het wegtype analyseert, springt het belang van een lokaal handhavingsbeleid duidelijk in het oog.
In het jaar 2000 waren er voor Vlaanderen 3 049 letselongevallen op de autosnelwegen en verkeerswisselaars. Op de gewest- en provinciewegen vielen er echter 16 488 letselongevallen te noteren en op de gemeentewegen 13 486. Kortom, van de meer dan 30 000 letselongevallen waren er slechts 10 % op de autosnelwegen. Dat wil zeggen dat 90 % van de letselongevallen plaatsvinden op de wegen waarvoor, sinds de politiehervorming, de lokale politie instaat voor het handhavingsbeleid.
Wat het aantal dodelijke ongevallen betreft zien we ongeveer dezelfde verhouding terugkeren. In Vlaanderen vielen er in het jaar 2000 op de autosnelwegen 143 dodelijke slachtoffers. Op de gewest- en provinciewegen 503, op de gemeentewegen 225. Dat betekent dat ook hier een grote meerderheid, 84 %, van de dodelijke slachtoffers in het controlegebied van de lokale politie valt.
In vergelijking met het buitenland kunnen we inderdaad spreken van jaarlijkse slachtingen op de wegen in België en dit voor het overgrote gedeelte binnen het beleidsgebied van de lokale politiezones.
Alhoewel ook deze regering het probleem van de verkeersveiligheid als prioritair beschouwt, wordt de echte hete aardappel van de strengere politiecontroles volledig naar de gemeenten doorgeschoven.
Mevrouw Miran Scheers, onderzoekster bij het BIVV (Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid) houdt een vurig pleidooi voor het uitbouwen van gespecialiseerde en logistiek uitgebouwde verkeerseenheden op het niveau van de lokale politiezones. Voor gespecialiseerde acties moeten ze een beroep kunnen doen op een ondersteuning door de federale politie.
Als men de cijfers ziet van de verkeersongevallen en de verkeersslachtoffers, enerzijds, en, anderzijds, de nieuwe structuur van de politie met een grote verantwoordelijkheid voor de lokale politiezones, dan kan men niet anders dan ook die zones te responsabiliseren. Een kleine enquête bij een tiental Vlaamse burgemeesters toonde aan dat allen hiervoor gewonnen zijn.
De lokale politie kan immers het best inschatten waar zich de pijnpunten bevinden (gevaarlijke kruispunten, overdreven snelheid, concentratie van zwakke weggebruikers, zwarte punten) en die dus opnemen in diverse projecten van gericht verkeerstoezicht. Vermits niet alle verkeersovertredingen kunnen worden vastgesteld, is het aangewezen te streven naar meer gericht verkeerstoezicht, waarbij bepaalde categorieën van verkeersovertredingen prioritair kunnen worden aangepakt in functie van tijd en plaats. Projecten van gericht verkeerstoezicht verhogen de kans op succes. De lokale overheid kan deze gevaarlijke verkeerssituaties en de acties dienaangaande opnemen in haar veiligheidsplannen.
We stellen daarom voor dat de hoge verwachtingen die men stelt in de lokale politiezones gepaard gaan met een grotere responsabilisering van de lokale overheid. Als de lokale overheid beslist tot een strenger optreden op het vlak van bijvoorbeeld overdreven snelheid, kost haar dat manschappen en middelen die ze niet op andere misschien meer sympathieke terreinen kan inzetten. Zoals elders het heffen van belastingen en het realiseren van bepaalde projecten hand in hand gaan en het nadeel van het ene gecompenseerd wordt door de lusten van het andere, zo is het ook evident dat er op het vlak van verkeersveiligheid een verband bestaat tussen, enerzijds, de baten van een strenger handhavingsbeleid en, anderzijds, het nadeel van het treffen van de bewoners met verkeersboetes. Nu is er absoluut geen band tussen het ene en het andere.
Als een politieagent een proces-verbaal opmaakt leidt dit meestal tot een boete : hetzij een onmiddellijke inning, hetzij een minnelijke schikking, hetzij een financiële straf op basis van de uitspraak van een politierechter. Dit geld stroomt nu voor groot deel naar de federale regering en een klein deel wordt onder de verschillende politiezones verdeeld, volgens bepaalde criteria. Wij willen met ons voorstel de nadruk leggen op het belonen van de pakkans.
Wij willen dat de lokale overheid die haar verantwoordelijkheid neemt om voldoende verkeersovertredingen vast te stellen, daarvoor de nodige toestellen aankoopt, zoals radars en onbemande camera's, en personeel inzet, ook voor een stukje financiële middelen kan beuren uit de opgelegde boetes.
We wensen op die manier de lokale overheid volledig te responsabiliseren, zoals er ook op andere beleidsvlakken een vaste relatie bestaat tussen belastingen en verwezenlijkingen. Natuurlijk is het uiteindelijke doel van verhoogde verkeerscontrole en het opstellen van processen-verbaal het terugdringen van het aantal verkeersovertredingen. Als het aantal daalt, zullen samen met de inkomstenmindering ook de controles kunnen afnemen. Er zal op een bepaald moment een optimale wisselwerking van pakkans (lees ook : inzet van manschappen en middelen) en overtredingen (lees ook : inkomsten uit de boetes) ontstaan, waar de lokale overheid haar verantwoordelijkheid in neemt.
Artikel 2
De indexering van het bedrag van de opbrengsten van 2002 (het bedrag dat in de federale kas blijft) wordt opgeheven. Dit heeft tot gevolg dat de politiezones gaandeweg jaarlijks over meer middelen kunnen beschikken afhankelijk van de evolutie van de koopkracht. Hierdoor nemen hun middelen jaarlijks toe en kan de lokale overheid meer inspanningen leveren om de verkeersveiligheid te verhogen.
Artikel 3
Dit artikel voorziet in een grote responsabilisering van de politiezones. De politiezones die meer inspanningen doen op het vlak van verkeersveiligheid zullen immers ook meer boetes moeten uitschrijven. Hiervan zal een deel terugvloeien naar de politiezone. Omdat er politiezones zijn waar minder ontvangsten uit boetes worden gerealiseerd dan in 2002 zal de totaliteit van het bedrag dat kan uitgekeerd worden iets kleiner zijn dan de som van de inkomsten uit alle zones met overschot. Dit probleem wordt door een quotiënt gecorrigeerd.
Artikel 4
Dit artikel voorkomt dat zones die al veel investeerden in materieel en in manschappen, voordat de huidige regelgeving in werking trad, verplicht zouden worden om nog meer inspanningen te verrichten. Het moet mogelijk zijn dat politiezones die reeds prioritair bezig waren met verkeersveiligheid, hun beleid gewoon kunnen verderzetten of eventueel aanpassen, zonder dat zij hiervoor gestraft worden ofwel onzinnige extra uitgaven zouden moeten maken. Als politiezones kunnen aantonen dat hun beleid vruchten afwerpt, dan moet dit volstaan zonder dat zij koste wat het wil nieuwe initiatieven moeten ontwikkelen.
| Patrik VANKRUNKELSVEN. Annemie VAN de CASTEELE. Ludwig CALUWÉ. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
Artikel 68ter, tweede lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, ingevoegd door de wet van 7 februari 2003, wordt opgeheven.
Art. 3
Artikel 68quater van dezelfde wet, ingevoegd door dezelfde wet, wordt vervangen als volgt :
« Art. 68quater. Het aan een politiezone toegewezen bedrag bedraagt P × Q op voorwaarde dat het een positief getal is.
P is het aandeel van ontvangsten, zoals bedoeld in artikel 68bis, § 1, die gerealiseerd worden in één bepaalde politiezone, verminderd met het bedrag van dezelfde soort ontvangsten in dezelfde zone in 2002.
Q is de verhouding van, enerzijds, de som van alle meerinkomsten van alle politiezones, zoals gedefinieerd in het tweede lid met, anderzijds, de globale middelen als bedoeld in artikel 68bis, § 1.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de criteria en het mechanisme van de overeenkomst, als bedoeld in artikel 68bis, § 1, waaraan een politiezone moet voldoen om de hierboven bedoelde ontvangsten te kunnen verkrijgen. »
Art. 4
In artikel 68quinquies van dezelfde wet, ingevoegd door dezelfde wet, worden in het derde lid, eerste en tweede gedachtestreepjes, de woorden « of verderzetten » telkens ingevoegd na de woorden « het opzetten ».
16 juli 2004.
| Patrik VANKRUNKELSVEN. Annemie VAN de CASTEELE. Ludwig CALUWÉ. |