3-824/1

3-824/1

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

16 JULI 2004


Wetsvoorstel tot wijziging van de bijlage van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, teneinde de personeelsformaties van het gerechtelijk arrondissement Eupen aan te passen aan de werkelijke behoeften

(Ingediend door de heer Berni Collas)


TOELICHTING


De benarde situatie waarin de magistraten van de rechtbank van eerste aanleg en van het parket van de procureur des Konings in het arrondissement Eupen verkeren, werd uitvoerig beschreven in de toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 259bis-9 van het Gerechtelijk Wetboek teneinde het opnieuw mogelijk te maken om het examen inzake beroepsbekwaamheid van magistraten en het vergelijkend toelatingsexamen tot de gerechtelijke stage in het Duits af te leggen. Voor meer details verwijzen wij dus naar het stuk nr. 3-823/1.

Samengevat kan men stellen dat de magistraten van het arrondissement Eupen te kampen hebben met een onrustbarende werklast.

Enerzijds stelt men vast dat men geen nieuwe magistraten meer kan aanwerven. Wij menen dat dit in de eerste plaats te wijten is aan het feit dat de Duitstalige kandidaten het examen inzake beroepsbekwaamheid en het vergelijkend toelatingsexamen tot de stage in het Frans moeten afleggen. Om die reden hebben wij het bovenvermelde voorstel ingediend, dat de mogelijkheid biedt om die proeven ook in het Duits af te leggen.

Anderzijds moet men vaststellen dat de personeelsformaties waarin de wet nu voorziet ontoereikend zijn om de werklast op te vangen waarmee de magistraten van het arrondissement Eupen te kampen hebben. Sinds 1999 werden immers nieuwe bevoegdheden inzake collectieve schuldenregeling en fiscale geschillen overgeheveld, zonder dat de personeelsformaties van de rechtbank of het parket van Eupen aangepast werden, wat in andere arrondissementen van vergelijkbare omvang wel gebeurd is.

Dit voorstel strekt er dus toe de personeelsformaties uit te breiden om ze op dezelfde manier in te vullen als die van andere « kleine » arrondissementen (vijf rechters, naast de voorzitter en de ondervoorzitter voor de rechtbank van eerste aanleg in plaats van de huidige vier en zes magistraten voor het parket van de procureur des Konings in plaats van de huidige vier).

Dit initiatief is misschien verrassend, zeker als men rekening houdt met de wervingsproblemen die in de toelichting bij het bovenvermelde wetsontwerp uiteengezet zijn. Desondanks menen wij dat de personeelsformaties aangepast moeten worden aan de werkelijke behoeften. Bovendien is het maar rechtvaardig dat de personeelsformaties vastgelegd worden aan de hand van criteria die overal elders gehanteerd worden, ongeacht de kandidaten die op een bepaald ogenblik in aanmerking komen. Ten slotte menen wij dat de uitbreiding van de personeelsformaties het indienen van nieuwe kandidaturen kan stimuleren, vooral als die maatregel samenvalt met die van het genoemde wetsvoorstel nr. 3-823/1.

Berni COLLAS.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2

In tabel III « Rechtbanken van eerste aanleg », gevoegd bij de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, vervangen bij de wet van 20 juli 1998 en gewijzigd bij de wetten van 28 maart 2000 en van 16 juli 2002, worden de cijfers « 4 » en « 3 » in de kolom « Rechters » en « Substituut-procureurs des Konings » vervangen door het cijfer « 5 ».

9 juni 2004.

Berni COLLAS.