3-72 | 3-72 |
De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - De identiteitskaart, het internationale paspoort en het rijbewijs hebben een identificerende functie. De specificatie van de foto voor deze documenten is bijgevolg van uitzonderlijk belang; de foto moet zo goed mogelijk overeenstemmen met het gewone uiterlijke voorkomen van de persoon in kwestie. Uitzonderlijk en wegens ontegensprekelijke godsdienstige of medische redenen, kan een foto met hoofddeksel worden toegestaan, op voorwaarde dat het gezicht volledig vrij blijft. Voorhoofd, wangen, ogen, neus en kin moeten volledig zichtbaar zijn. Het is wenselijk maar niet vereist dat het haar en de oren eveneens zichtbaar zijn. Elk gemeentebestuur moet erop toezien dat een foto beantwoordt aan de vereisten en oordelen of ze valt onder de uitzonderingen waarin in de wet voorziet.
Kan echter eenzelfde persoon zich voor het ene document wel op de uitzonderingsregel beroepen en voor een ander document niet? Ik geef een concreet geval. Een vrouw met een Belgische identiteitskaart met een foto met hoofddoek vraagt in de gemeente een internationaal paspoort aan en geeft daarvoor twee foto's zonder hoofddoek. Naar verluidt zouden verschillende landen geen internationale paspoorten aanvaarden wanneer de houder ervan op de foto een hoofddoek draagt.
Aan welke voorwaarden moeten de foto's op een internationaal paspoort voldoen? Zijn er landen die internationale paspoorten weigeren wegens een foto met hoofddoek? Zo ja, welke landen? Zijn de gemeenteambtenaren hiervan op de hoogte? Wat gebeurt er als de persoon later wel foto's zonder hoofddoek geeft en de `ontegensprekelijke godsdienstige' motivering dus niet zo zwaarwichtig is? Bestaan hierover richtlijnen voor de gemeenteambtenaren?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - De technische normen voor pasfoto's op identiteitskaarten, internationale paspoorten en visa zijn vastgelegd in document 9303, eerste deel, van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO. Er wordt onder meer bepaald dat het gezicht van de houder op de foto 45 bij 35 mm groot moet zijn. Over hoofddoeken is in deze normen niets voorgeschreven. De minister van Buitenlandse Zaken deelt mij mede niet op te hoogte te zijn van landen die een paspoort weigeren omdat de houder op de foto een hoofddoek draagt.
De gemeentebesturen hebben van de FOD Buitenlandse Zaken uitvoerige instructies gekregen in verband met de afgifte van paspoorten. De normen die voor pasfoto's in acht moeten worden genomen worden daarin uiteengezet. Bovendien beschikken ze over een poster met voorbeelden van aanvaardbare foto's, opdat ze de pasfoto's die door de houders worden afgegeven, naar behoren kunnen keuren.
De omzendbrief van 20 september 1996 geeft de gemeenteambtenaren richtlijnen voor de identiteitskaarten. Het dragen van een hoofddoek op de foto bestemd voor de identiteitskaart is toegestaan om medische of religieuze redenen. De hoofddoek mag worden gedragen als op de foto de essentiėle elementen van het gelaat, zijnde het voorhoofd, de wangen, de neus, de ogen en de kin, duidelijk zichtbaar zijn. Het is alleszins uitgesloten dat het aangezicht geheel of gedeeltelijk bedekt is door een kledingsstuk.
Het gemeentebestuur moet erop toezien dat de foto's overeenstemmen met de voorgeschreven normen. De overeenkomst tussen de foto en de betrokken persoon dient door de gemeentebediende te worden gecontroleerd, zowel bij de behandeling van het basisdocument als bij de afgifte van de identiteitskaart. De titularis moet zich persoonlijk aanmelden bij het gemeentebestuur en moet het document ondertekenen in aanwezigheid van de bevoegde ambtenaar van de gemeentelijke overheid. Indien de gemeentebediende meent dat de foto niet voldoet aan de voorwaarden, moet hij hem weigeren.
Met deze werkwijze wordt voldaan aan twee eisen: het respecteren van de religieuze vrijheid en het identificeren van een persoon aan de hand van zijn identiteitskaart.
De heer Karim Van Overmeire (VL. BLOK). - Het is nog steeds niet duidelijk of een persoon zich voor het ene document op zijn godsdienst kan beroepen om een uitzondering te bekomen en voor het andere niet. Wat moet een ambtenaar in een dergelijk geval doen?
De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Mijn antwoord met betrekking tot de richtlijnen voor de ambtenaren was nochtans duidelijk.