(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Het toezicht op het respecteren van het mariene milieu door schepen gebeurt op meerdere wijzen :
Het toezicht vanuit de lucht : wordt georganiseerd via militaire vliegtuigen, mede bemand door personeel van de Beheerseenheid van het mathematisch model van de Noordzee. Één toestel werd speciaal voor deze controlevluchten ingericht, maar soms gebruikt men een gewoon vliegtuig, uitgerust met vereenvoudigde apparatuur. Er wordt zo'n 250 uren/jaar gecontroleerd.
Hoe wordt hierbij tewerk gegaan ? Met andere woorden : gebeuren deze controles op vaste tijdstippen of onaangekondigd ? Overvliegt men de hele kust of kiest men gericht bepaalde zones uit per vlucht ?
Hoe vaak moet men zijn toevlucht nemen tot een ander dan het gespecialiseerde vliegtuig ?
Wie bepaalt wanneer de controles doorgaan : de BMM of de Krijgsmacht ?
Zijn de aanwezige teledetectiemiddelen ook 's nachts of bij mist inzetbaar ?
De bemanning van de controlevliegtuigen kan de schepen instructies geven. Hoe vaak gebeurt dit in realiteit ? Waaruit bestaan die instructies en hoe afdwingbaar zijn ze ? Hoe worden vastgestelde overtredingen verder opgevolgd (vervolging, sanctionering, ...) gelet op het feit dat de meeste schepen onder vreemde vlag varen ?
Het toezicht van op zee : gebeurt via de Controledienst van de scheepvaart, deel uitmakend van de FOD Mobiliteit en Vervoer, de Scheepvaartpolitie en de Zeemacht.
Hoe vaak gaf dit toezicht aanleiding tot vaststellingen van pollutie ? Worden ook andere dan milieucontroles uitgevoerd (bijvoorbeeld naar mensenhandel, werkomstandigheden en hygiëne aan boord, enz.) ? Leiden de vastgestelde inbreuken tot effectieve vervolgingen ?
De controles in de havens.
Hoe vaak hebben de bevoegde autoriteiten processen-verbaal opgesteld van milieudelicten ? Hoe vaak gaf dat aanleiding tot het verbod om de haven te verlaten vooraleer herstelwerken werden uitgevoerd en hoe vaak tot gerechtelijke vervolgingen ?
Welke andere sancties staan de toezichthoudende autoriteiten ter beschikking ?
Welk percentage van de binnenvarende schepen wordt gecontroleerd ? Hoeveel personeel wordt hiervoor gemiddeld dagelijks ingezet ?
Tot welke concrete resultaten leidde het koninklijk besluit tot omzetting van richtlijn 2000/59/EG van 27 november 2000 betreffende scheepsafval en ladingsresiduen ?
Antwoord : Ik kan het geachte lid het volgende mededelen.
De organisatie van het toezicht vanuit de lucht voor controle van de scheepvaart met als doel opsporing en vaststelling van illegale zeeverontreinigingen wordt verzekerd door de Beheerseenheid van het mathematisch model Noordzee (BMM), een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor natuurwetenschappen (KBIN) in samenwerking met de FOD Leefmilieu. Het vliegtuig dat hiervoor wordt ingezet is een militair verkenningstoestel van FOD Defensie (School van het licht vliegwezen te Brasschaat). Dit vliegtuig is door de BMM speciaal uitgerust met sensoren en apparatuur voor de detectie van zeeverontreinigingen. De controlevluchten worden maandelijks gepland door de BMM, in overleg met Defensie. Deze planning is strikt vertrouwelijk.
De toezichtsvluchten bedekken systematisch de Belgische zeegebieden en zijn gespreid over de noordelijke en zuidelijke toegangswegen, in de zones onder Franse, Britse en Nederlandse jurisdictie. Als het gespecialiseerde vliegtuig niet beschikbaar is omwille van onderhoud wordt een vervangtoestel van hetzelfde type ingezet, uitgerust met draagbare opname- en radio-apparatuur. Ongeveer een derde van de zendingen wordt zo uitgevoerd.
De samenwerkingsovereenkomst tussen het KBIN en Landsverdediging voorziet eveneens dat bij ongevallen op zee het vliegtuig kan opgeroepen worden voor extra vluchten. Het vliegtuig kan ook opereren 's nachts en bij mist : olieverontreniging kan dan nog met de sensoren worden opgespoord, maar de identificatie van een verdacht schip wordt wel fel bemoeilijk.
Wat het radiocontact tussen het vliegtuig en een schip op zee betreft, kan dit in de praktijk herleid worden tot twee gevallen :
1. Bij illegale verontreiniging wordt, na de vaststelling van de lozing en het verzamelen van het nodige bewijsmateriaal, radiocontact opgenomen met het schip, waarbij het vliegtuig informatie vraagt over onder meer de volgende aanloophaven en de identiteit van de kapitein. Het schip wordt tevens ingelicht over de vastgestelde pollutie.
2. In geval van een accidentele verontreiniging, heeft het vliegtuig een cruciale rol van luchtbegeleiding van oliebestrijdingsschepen op zee. Met behulp van de sensoren kan deze begeleiding zowel overdag als 's nachts plaatsvinden.
De agenten van de BMM hebben de bevoegdheid om in geval van scheepsincident instructies te geven om verontreiniging te voorkomen, beperken of stoppen. Ze kunnen in contact treden met schepen van de overheid om hun instructies te laten uitvoeren.
Van inbreuken op de wet van 1995 ter voorkoming van verontreiniging van de zee door schepen wordt een proces-verbaal opgesteld die wordt overgemaakt aan het parket. De vlaggestaat wordt hiervan via diplomatieke weg ingelicht.
De FOD Mobiliteit en Vervoer houdt geen toezicht op zee. Het politionele toezicht op zee behoort tot de bevoegdheid van mijn collega's van Binnenlandse Zaken en van Defensie.
Op vraag van de BMM, de scheepvaartpolitie of een buitenlandse autoriteit worden door de havenstaatcontrolediensten van de FOD Mobiliteit en Vervoer jaarlijks tien tot twintig onderzoeken uitgevoerd aan boord van vreemde schepen in de havens, in het kader van op zee gemelde pollutie-incidenten om de milieuvervuilende schepen te helpen opsporen en bewijsmateriaal te verzamelen.
De milieuvrijwarende uitrusting en het operationeel gebruik ervan wordt aan boord geïnspecteerd op conformiteit met de terzake geldende voorschriften van de internationale maritieme conventies. Indien ernstige tekortkomingen worden vastgesteld, mag het schip de haven niet verlaten vooraleer aangetoond is dat alles in orde werd gebracht. In 2003 werden op basis hiervan 65 schepen aangehouden.
25 % van de individuele schepen die de Belgische havens aandoen worden gecontroleerd. Daartoe worden dagelijks negen personeelsleden ingezet inclusief de administratieve ondersteuning.
In het kader van het toezicht op een concrete afgifte van scheepsafval zoals opgelegd door de richtlijn 2000/59/EG werden tijdens het eerste trimester van dit jaar reeds 393 schepen gecontroleerd door de FOD Mobiliteit en Vervoer.
Ten slotte kan ik u nog meedelen dat in het kader van mijn nultolerantiebeleid, dat gestoeld is op de volgende vijf pijlers :
maximalisatie van de pakkans;
verbetering van het vervolgingsbeleid;
actieve internationale strafrechtelijke samenwerking;
optimale inzetbaarheid van het oliebestrijdingsmateriaal;
integrale vergoeding van de milieuschadekosten.
Momenteel tal van acties worden ondernomen, die tot een optimalisatie van het toezicht zullen leiden. De kustwacht heeft hierin een belangrijke ondersteunende rol gekregen.