3-68

3-68

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 1 JULI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jurgen Ceder aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over ęde maatregelen tegen antisemitisch geweldĽ (nr. 3-381)

De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Vorige week maakte de pers gewag van niet minder dan vier gevallen van antisemitisch geweld in het Antwerpse. In een van die gevallen liep het bijna fataal af. In de meeste gevallen, waarschijnlijk zelfs elke keer, waren de daders jonge allochtonen.

Dat antisemitisme en antisemitische gewelddaden in West-Europa toenemen, kan moeilijk worden ontkend. Uit een Franse studie van vorig jaar blijkt zelfs dat het merendeel van de racistische daden in feite antisemitische daden zijn. Het fenomeen doet zich ook in BelgiŽ voor.

Welke maatregelen zal de minister nemen om de joodse gemeenschap in BelgiŽ beter te beschermen tegen geweld of aanslagen?

Welke maatregelen zal de minister nemen om aanzetten tot antisemitisch geweld vanuit de moslimgemeenschap van BelgiŽ tegen te gaan?

Heeft het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding zich reeds burgerlijke partij gesteld tegen de daders van de geweldplegingen van vorige week?

Kan BelgiŽ geloofwaardig zijn in zijn `strijd' tegen het antisemitisme wanneer de nieuwe directeur van het CGKR, de heer Jozef De Witte, als voorzitter van 11.11.11. verantwoordelijk was voor de actie "Koop geen IsraŽlische producten!"? Ik heb de website van die organisatie nog eens bezocht en vastgesteld dat de oproep om geen IsraŽlische producten te kopen nog niet verdwenen is. De site geeft zelfs een zorgvuldig overzicht van de IsraŽlische producten die niet gekocht mogen worden. Heeft de heer De Witte zich reeds gedistantieerd van die vorm van Kauft nicht bei Juden?

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik wens allereerst te onderstrepen dat de incidenten waarvan melding wordt gemaakt, zeer ernstig moeten worden genomen. We moeten echter voorkomen dat we in een angstpsychose terechtkomen waarbij elk incident enorm wordt uitvergroot en een antisemitisch motief wordt toegedicht.

Ik heb in mijn contacten met de joodse gemeenschap benadrukt dat elk feit ernstig moet worden genomen en grondig moet worden onderzocht.

Voor de incidenten in Antwerpen verwijs ik naar de beslissing van de Antwerpse burgemeester tot verhoogde waakzaamheid van de Antwerpse politie. Zo zullen de patrouilles aan de joodse scholen worden opgevoerd. Dat komt bovenop de extra veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de joodse gemeenschap, die in Antwerpen reeds bestaan, onder meer in de diamantwijk.

De Antwerpse politie en het parket stellen alles in het werk om de daders van het dramatische incident te vatten. Ze zijn bijzonder alert voor nieuwe incidenten. Er werd ook afgesproken dat de joodse gemeenschap bij elk incident onmiddellijk een klacht indient.

Naar aanleiding van het incident in Antwerpen was er op maandag 28 juni in het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken een vergadering met alle politie- en inlichtingendiensten. Na die vergadering werd aan de lokale politie van zones met een joodse gemeenschap de opdracht gegeven bijzonder waakzaam te zijn. We breiden de Antwerpse maatregel dus uit tot het gehele Belgische grondgebied. Dat betekent concreet dat er meer zichtbare en onzichtbare politiepatrouilles zullen zijn en dat er een permanent contact is tussen de politie en de joodse gemeenschap.

Het crisiscentrum evalueert bovendien permanent de dreiging op basis van informatie die haar wordt verstrekt. Aan de hand daarvan kunnen ook extra maatregelen worden uitgevaardigd.

Uit mijn contact met de joodse gemeenschap op 29 juni blijkt dat de joodse gemeenschap over het algemeen tevreden is met de politiŽle aanpak. De joodse gemeenschap beseft dat het onmogelijk is om achter elke joodse vrouw of man een politieagent te plaatsen.

Er is tijdens dat contact ook ingegaan op de gerechtelijke aanpak, meer bepaald het kordaat optreden tegen alle mogelijke vormen van aanzetten tot antisemitisch geweld. Ik verwijs daarbij naar de wetgeving inzake racismebestrijding en tevens naar de talrijke publicaties op websites, naar interviews, enzovoort.

Het is gebleken dat er op dit ogenblik verschillende opsporingsonderzoeken lopen. Het is onmogelijk om daar veel commentaar bij te geven. In de meeste parketten is een referentiemagistraat inzake antisemitisme aangesteld, wat een structurele opvolging verzekert.

Bovendien heeft de minister van Justitie verklaard dat zij gebruik kan maken van haar positief injunctierecht ingeval de parketten nalaten op te treden.

Een derde pakket maatregelen heeft betrekking op de bestrijding van racisme en in het bijzonder van antisemitisme. Een politiŽle of justitiŽle aanpak volstaat niet. Blijkbaar worden mensen vandaag niet tot mikpunt wegens hun verklaringen, hun opvattingen of hun politieke overtuiging, maar wegens het feit dat ze jood zijn. Een multidisciplinaire aanpak is noodzakelijk, waarbij alle actoren die verantwoordelijkheid dragen, moeten worden ingeschakeld. Ik verwijs in dat verband naar het onderwijs en de media. De eerste minister heeft deze middag in dat verband in de Kamer van Volksvertegenwoordigers gepleit voor een interdepartementale of multidisciplinaire aanpak. Ook de gemeenschappen zouden daarbij worden betrokken. We kunnen uiteraard niet in hun plaats treden. Zodra de gewest- en gemeenschapsregeringen zijn geÔnstalleerd, zullen we contact opnemen met de politieke verantwoordelijken om een dergelijke aanpak te verzekeren.

Voor de vragen over het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding verwijs ik naar minister Arena, die ter zake bevoegd is.

De heer Jurgen Ceder (VL. BLOK). - Ik verheug me over de politiŽle en gerechtelijke maatregelen die naar aanleiding van dit dossier zullen worden genomen. Ik ben het eens met de minister dat die maatregelen niet volstaan en dat een ruimere aanpak noodzakelijk is. Op dat punt blijft hij evenwel vaag. Ik vraag me af of die vage bewoordingen ooit een concrete inhoud zullen krijgen. De enige manier om een probleem aan te pakken, is het te erkennen. In dit geval gaat het om het aanzetten tot haat of geweld van de moslimgemeenschap tegenover de joodse gemeenschap. Zolang de overheid niet bereid is het bestaan van dat probleem te erkennen, is een oplossing uitgesloten. De antiracismewetgeving werd tot nog toe uitsluitend gebruikt tegen autochtonen. Nog nooit werd een allochtoon vervolgd of veroordeeld wegens schending van die wet. Ik vraag me af wanneer die mentaliteit zal veranderen.