3-66 | 3-66 |
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik heb altijd betreurd dat het Staatsblad is afgeschaft.
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Alleen de papieren versie is afgeschaft.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Voor mij komt dat op hetzelfde neer. Het Belgisch Staatsblad was aantrekkelijk door zijn jansenistische strengheid. Bovendien was het een goedkoop en natuurlijk slaapmiddel, dat geen negatieve gevolgen had voor de gezondheid. (Men glimlacht.)
Ik ben altijd van mening geweest dat individuele besluitvorming en dat wat ermee wordt gelijkgesteld, niet moet worden gedrukt. Maar algemene normatieve bepalingen - wijzigingen van de Grondwet, bijzondere wetten, wetten, materiële ministeriële en koninklijke besluiten - moeten worden gepubliceerd in een gedrukt Staatsblad. Niet iedereen maakt immers gebruik van de nieuwe communicatiemiddelen. Ook rijzen problemen inzake de rechtszekerheid: de teksten zijn immers makkelijker te manipuleren.
Het Arbitragehof heeft zich in een arrest bij mijn zienswijze aangesloten. Het heeft de bepalingen van de regering vernietigd en het oordeel geveld dat beslissing om het Staatsblad op slechts enkele papieren exemplaren te publiceren en te verspreiden, ongrondwettelijk was.
Het Staatsblad bracht de overheid trouwens per jaar 22 miljoen euro winst op.
Het Arbitragehof oordeelde dat het feit dat het Staatsblad enkel nog via het internet ter beschikking is, een schending is van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Aangezien het internet niet vrij toegankelijk is voor iedereen - men moet immers betalen voor een internetabonnement - is het Staatsblad ook niet meer toegankelijk voor alle burgers in gelijke mate. Het hof geeft de overheid tot 31 juli 2005 de tijd om met een oplossing voor de dag te komen.
Ik heb dan ook volgende vragen voor de staatssecretaris.
Welke maatregelen zal de regering nemen om tegemoet te komen aan de uitspraak van het Arbitragehof?
Acht de staatssecretaris het wenselijk om de internetversie van het Staatsblad uit te rusten van een blindsurferlabel zodat ook blinden en slechtzienden toegang hebben tot de internetversie van het Staatsblad?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Net als de heer Vandenberghe heb ik kennis genomen van het arrest van het Arbitragehof dat enkele artikelen van de programmawet van december 2002 heeft vernietigd.
Volgens dat arrest hebben we voor de wijziging tijd tot 31 juli 2005. Dat betekent niet noodzakelijk het opnieuw invoeren van een papieren versie, maar het uitvaardigen van voldoende begeleidende maatregelen die de toegang tot de officiële teksten waarborgen voor alle burgers. Bovendien moeten we de toegankelijkheid van het internet verbeteren.
Als reactie op dat belangwekkende arrest heeft de regering beslist een werkgroep samen te stellen onder het voorzitterschap van de minister van Justitie, waarin ikzelf en staatssecretaris Vanvelthoven, bevoegd voor de informatisering van de Staat, zitting zullen hebben.
Een studie van InSites wijst uit dat 63% van de Vlaamse huisgezinnen over een pc beschikt en dat 80% daarvan toegang heeft tot het internet. Bovendien hebben talloze mensen toegang via hun werk en hebben heel wat gemeentehuizen en openbare bibliotheken een internetaansluiting.
Het arrest wijst op enkele lacunes, zoals het niet kunnen garanderen door de federale overheid dat er een voor iedereen toegankelijke internetverbinding bestaat.
Vorige week heb ik in de Kamer medegedeeld dat een mogelijke oplossing erin zou kunnen bestaan dat alle openbare bibliotheken in ons land over een aantal pc's met internetverbinding zouden beschikken.
Het Vlaams centrum voor openbare bibliotheken reageerde daarop dat het ter beschikking stellen van pc's en een internetverbinding reeds in 1996 werd gerealiseerd. De Vlaamse overheid financierde toen de aankoop voor elke openbare bibliotheek in Vlaanderen van een pc met internetverbinding. Sindsdien betaalt de Vlaamse overheid ook de netwerkinfrastructuur, zodat de pc's aan het internet gekoppeld blijven.
Dat is evenwel niet voldoende, want volgens genoemd centrum moeten de bibliotheken verder worden ondersteund in de uitbouw van informatica, zowel op het vlak van de hardware als inzake opleiding. Daarom zullen we op alle niveaus een gecoördineerde aanpak moeten ontwikkelen om dat te garanderen.
Naast het ter beschikking stellen van het Belgisch Staatsblad via computers en een internetverbinding in de bibliotheek, wat kosteloos is in tegenstelling tot wat de heer Vandenberghe beweert, bestaat een andere mogelijkheid erin om vanuit de gemeenschappen projecten aan te bieden, waarbij het internet op een andere manier raadpleegbaar is dan via de computer, bijvoorbeeld via het televisietoestel. De penetratiegraad van kabel en televisie in Vlaanderen bedraagt 97%.
Bovendien werd in Vlaanderen het project iDTV ontwikkeld, waarbij een aantal overheidsdatabanken via de televisie consulteerbaar zullen worden gemaakt. Het project bevindt zich momenteel in de proeffase en zal vanaf januari 2005 volledig ter beschikking zijn in alle huiskamers.
Tegelijkertijd heeft Belgacom beslist om vanaf oktober 2004 een gelijkaardig project op te starten, niet via de kabel, maar via de gewone telefoonlijn.
De overheid heeft niet gewacht op het Arbitragehof om bijkomende inspanningen te doen. Zoals de heer Vandenberghe weet, vermeldt de website van het Belgisch Staatsblad niet de gecoördineerde wetteksten. Onder voorzitterschap van onder andere de voorzitters van Kamer en Senaat werd de beslissing genomen om een kruispuntbank van wetgeving op te richten waarin we alle gecoördineerde wetten van ons land onderbrengen. Het initiatief werd goedgekeurd op de ministerraad van 26 mei van dit jaar. De Raad van State, het Hof van Cassatie, het Arbitragehof en een aantal andere belangrijke instellingen zullen een project uitwerken waardoor iedereen kosteloos de gecoördineerde wetgeving van de verschillende beleidsniveaus zal kunnen raadplegen.
Moeten we dan terugkeren naar het verleden, naar de situatie van vóór 1 januari 2002? De situatie was op dat ogenblik ook niet ideaal. Het arrest van het Arbitragehof geeft trouwens aan dat de situatie van vroeger niet de absolute garantie gaf dat iedereen de teksten kon raadplegen. Er waren een paar duizend abonnees en we moesten beslissen of we de drukkerij van het Staatsblad zouden vernieuwen. Dat zou 2 tot 2,5 miljoen euro kosten. Er werd beslist dat niet te doen. Bovendien was toen de toegang tot het papieren Staatsblad niet kosteloos. Ik was, zoals de heer Vandenberghe, een fervente dagelijkse lezer van het Staatsblad en herinner me dus zeer goed dat een exemplaar 170 frank kostte. Dat is, denk ik, zelfs duurder dan The Economist, terwijl die krant toch iets interessantere lectuur biedt dan het Belgisch Staatsblad. Ik vraag me dan ook af hoeveel gewone burgers geabonneerd waren op het Belgisch Staatsblad. Dat was meer een privilege van grote advocatenkantoren, kabinetten en uiteraard de Senaat.
De belangrijkste les die we uit het arrest moeten trekken, is dat we de inspanningen om de toegang tot internet te verbeteren, nog moeten versterken. Met deze regering leveren we daarvoor trouwens al ernstige inspanningen. Enkel op die manier zullen we ervoor zorgen dat het Belgisch Staatsblad nog meer kan worden geconsulteerd. Ik wil er trouwens op wijzen dat het aantal consultaties van het Belgisch Staatsblad sinds het via elektronische weg beschikbaar is, spectaculair is gestegen. Het aantal mensen dat vandaag het Belgisch Staatsblad leest, is veel groter dan vroeger. De elektronische beschikbaarheid van het Staatsblad heeft wel degelijk gezorgd voor een grotere toegankelijkheid, maar ik ben het ermee eens dat het nog lang niet voldoende is.
Collega Vanvelthoven heeft aangekondigd dat hij in september van dit jaar een nationaal actieplan voor de e-inclusie lanceert, met andere woorden een plan om de digitale kloof verder te dichten en iedereen gelijke kansen te bieden om met internet om te gaan. Bovendien wil hij ook werk maken van `warme ambtenaren', ambtenaren die de mensen bijstaan bij het afwikkelen van hun administratie via internet. Hij wijst erop dat momenteel in de gemeentehuizen de informaticatoestand wordt onderzocht naar aanleiding van de elektronische identiteitskaart. Verdere vragen hierover kunnen uiteraard aan hem worden gesteld.
Met zijn tweede vraag heeft de heer Vandenberghe inderdaad een punt. Ikzelf raadpleeg geregeld de website van het Staatsblad en we moeten zeker iets doen aan de gebruiksvriendelijkheid en de printvriendelijkheid ervan. Collega Vanvelthoven bekijkt op het ogenblik met de FOD Justitie of de site van het Staatsblad kan worden geïntegreerd in de federale portaalsite, zodat de informatie ook beschikbaar is voor blinden en slechtzienden. Het voorzien in een blindsurferlabel is terecht een van de aandachtspunten van de werkgroep waarover ik het daarnet had.
Mijn credo `minder papier, meer plezier' wordt blijkbaar niet altijd en door iedereen op luid applaus onthaald. Ik vind dat het arrest van het Arbitragehof de vinger op een aantal wonden legt, onder meer de toegankelijkheid tot het Staatsblad voor iedereen, ook voor mensen die thuis of op het werk geen internetaansluiting hebben. Ik geloof echter niet dat het Arbitragehof ons de weg naar het verleden heeft gewezen, maar wel de weg naar een betere toekomst.
De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik heb niet gepleit voor een terugkeer naar de vroegere toestand. Ooit heb ik alle staatsbladen moeten napluizen om de precieze juridische tekst terug te vinden. Alle codes in de geresumeerde tekst waren niet conform aan de tekst die verschillende keren was gewijzigd. Ik heb er geen bezwaar tegen dat de wet via het internet voor veel meer mensen toegankelijker wordt. Ik heb het hier over de jurist die precies wil weten welke tekst is aangenomen. De papieren versie biedt de grootste zekerheid omdat men kan controleren in de tijd. Op het internet is dat niet mogelijk, want men krijgt alleen het resultaat. De jurist moet kunnen onderzoeken of het resultaat juist is. Die toetsing moet mogelijk zijn.
Volgens de staatssecretaris zijn er drie originele exemplaren in de bibliotheek. Men kan de advocatenkantoren toch niet vragen naar de bibliotheek te gaan. Men zou de normatieve bepalingen kunnen laten drukken en wie geïnteresseerd is een prijs laten betalen. Het drukwerk kan perfect via een openbare aanbesteding. Veel magistraten vragen de gedrukte tekst van de wetten omwille van de rechtszekerheid. Zoals in andere landen zou er een gedrukte tekst moeten zijn van alle normatieve bepalingen. Meer dan de helft van het Staatsblad hoeft dan niet meer te worden gedrukt, maar de rechtszekerheid zou behouden blijven.