3-780/1 | 3-780/1 |
24 JUNI 2004
In december 2002 waren er wereldwijd 42 miljoen mensen besmet met HIV. In het jaar 2001 alleen kwamen er 5 miljoen nieuwe infecties bij, daarvan meer dan 95 % in ontwikkelingslanden.
In Centraal en Zuidelijk Afrika ontstond de epidemie eind jaren '70. In 2001 komt 70 % van het totaal aantal HIV-geïnfecteerden en nieuwe besmettingen voor in hetzelfde gebied. Gemiddeld is daar 8,4 % van de bevolking tussen 15 en 49 besmet met HIV, waarvan 55 % vrouwen. De meest voorkomende besmettingswijze is door heteroseksueel contact.
In Subsaharaans Afrika leven 29,4 miljoen mensen met HIV/AIDS en het is daarmee het meest getroffen gebied in de wereld. Men schat dat er 2,4 miljoen AIDS-doden en 3,5 miljoen nieuwe besmettingen waren in deze regio in 2002.
Rwanda is één van de landen in Subsaharaans Afrika die het ergst getroffen zijn door de HIV/AIDS-epidemie. Op een totale bevolking van 8 miljoen inwoners wordt het aantal volwassenen en kinderen dat in 2001 besmet was met HIV/AIDS geschat op minstens 500 000. Het vermoedelijke aantal « AIDS-wezen » bedraagt 260 000. Het totaal aantal weeskinderen ligt door de genocide van 1994 wellicht hoger. Voor dit land is de HIV/AIDS-epidemie een prioriteit op het domein van de gezondheidszorg en van de ontwikkelingssamenwerking.
De jongste 10 jaar komt men tot het besef dat ouderen nauwelijks voorkomen in HIV/AIDS-programma's. Zij vertegenwoordigen nochtans een potentieel dat mee ingezet kan worden bij de totstandkoming van een werkbaar anti-AIDS-programma. Ouderen worden nauwelijks geïnformeerd over HIV/AIDS en krijgen weinig financiële en materiële steun van de overheid of NGO's. De ouderen zijn nochtans de primaire zorgverleners voor de verschillende generaties die te maken hebben met deze ziekte. Ze nemen de zorg van hun zieke en stervende volwassen kinderen op zich, maar nemen de opvoeding voor de (soms met HIV besmette) kleinkinderen er bovenop.
Ze moeten ook vaak instaan voor het gezinsinkomen, wat door het overlijden of ziekte van de kinderen vaak is weggevallen. In Subsaharaans Afrika is één vierde van de werkende bevolking besmet met HIV/AIDS. Als de kostwinner wegvalt, blijft er niets meer over om de kosten die de ziekte met zich meebrengt en de opvoeding van de kinderen te financieren. Het is vaak de oudere die de totale zorg voor de (klein)kinderen op zich zal nemen. Er is immers nauwelijks een vorm van sociale zekerheid die de gezinnen kan ondersteunen.
De gezondheidszorg is niet gratis en voor medicatie wordt vaak een hoge prijs betaald. Als we hierbij de fysieke ongemakken optellen die bij de normale vergrijzing horen, rekening houdend met de toenemende problematiek van ouderen, wordt de last voor de senioren op die manier wel heel erg groot.
Anderzijds kunnen ook ouderen slachtoffer worden, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks. Men weet onvoldoende hoe frequent ouderen zelf besmet worden. Cijfers over het aantal HIV-besmettingen zijn doorgaans beperkt tot de leeftijd van 49 jaar. Onderzoek richt zich voornamelijk op de effecten van HIV/AIDS bij kinderen en jonge volwassenen. De achterliggende redenering is dat ouderen minder blootgesteld zijn aan de risico's voor infectie. Ouderen zijn echter ook de vergeten indirecte slachtoffers van de HIV/AIDS-epidemie. De economische, sociale, fysieke en psychologische impact van de HIV/AIDS-epidemie op ouderen wordt onderschat en nauwelijks gerapporteerd. Door gebrek aan sociale voorzieningen in ontwikkelingslanden zijn zij verplicht een beroep te doen op intergenerationele solidariteit. Vanwege de hoge sterfte bij hun kinderen verdwijnt die mogelijkheid en zijn zij verplicht om zelf hun bestaan te verzekeren. Een bijkomende factor is de toenemende vergrijzing van de bevolking in ontwikkelingslanden, die voor de Wereld Gezondheidsorganisatie reeds geruime tijd als één van de belangrijkste prioriteiten in de gezondheidssector wordt beschouwd. De HIV/AIDS-epidemie doorkruist deze prioriteit.
Het wegvallen van de middengeneratie en de druk welke dit met zich meebrengt op de oudere generatie wordt al geruime tijd beschreven maar werd nog weinig onderzocht. Een studie in Uganda toonde aan dat 43 % van de opvoeders van kinderen ouder zijn dan 50 jaar; 18 % van de HIV/AIDS-wezen werd opgevoed enkel door grootouders.
De HIV/AIDS-epidemie heeft ook haar invloed op de cultuur en de structuur van de gemeenschap. De verwevenheid en de sociale ondersteuning die er in Afrikaanse gemeenschappen heerst, wordt volledig verstoord door de HIV/AIDS-problematiek. Iedereen heeft zelf zoveel lasten te dragen dat hulp aan anderen binnen de gemeenschap onmogelijk wordt en dit terwijl het hele systeem berust op informele solidariteit.
Uitsluiting is een majeur probleem waar ouderen mee te maken krijgen als ze een familielid verzorgen dat HIV/AIDS heeft. Families worden gestigmatiseerd. Oudere vrouwen worden uit onwetendheid beschuldigd van tovenarij en worden uit hun sociaal netwerk geweerd.
Ouderen in ontwikkelingslanden blijken ook weinig kennis te hebben over HIV/AIDS. Nochtans kunnen zij risico lopen op besmetting in hun zorg voor familieleden. Bovendien hebben ouderen ook nog een seksueel leven, waarin zij door onveilige seks ook besmet kunnen raken.
Als grootouder kunnen zij daarenboven een belangrijke rol als voorlichter vervullen naar de kleinkinderen toe.
Verschillende toonaangevende hulporganisaties, waaronder Helpage International en FAO, roepen politici op zich te buigen over deze problematiek.
| Christel GEERTS. |
De Senaat,
A. Overwegende dat de groep van ouderen in Rwanda een belangrijke bijdrage kunnen leveren voor de wederopbouw van het land;
B. Vaststellend dat de situatie van ouderen in Subsaharaans Afrika bijzonder moeilijk is;
C. Vaststellend dat de cijfers over de HIV-besmetting voor 45-plussers in ontwikkelingslanden ontbreken;
D. Gelet op het advies inzake de impact van AIDS op de vrouw, uitgebracht door het adviescomité voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen op 27 maart 2003.
Vraagt de federale regering :
1. om in het Belgisch ontwikkelingshulpbeleid bijzondere aandacht te hebben voor ouderen en de gevolgen van de HIV/AIDS-epidemie;
2. verder te werken in het kader van internationale overeenkomsten en verbintenissen;
3. NGO's erop attent te maken hun preventiecampagnes ook te richten op ouderen.
| Christel GEERTS. |