3-64

3-64

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 17 JUNI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Dedecker aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de registratie van verkeersongevallen en de bekendmaking van de statistieken ter zake» (nr. 3-343)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) maakte op 5 mei 2004 de cijfers van bepaalde verkeersongevallen in 2002 bekend. Doordat er anderhalf jaar tussen de registratie en de bekendmaking ligt is het onmogelijk om bepaalde invloeden, zoals beleidskeuzes, op de verkeersveiligheid na te gaan, op de voet te volgen en er gepast op te reageren. Volgens het NIS is die late bekendmaking te wijten aan de administratieve problemen naar aanleiding van de politiehervorming. Dat is een goedkoop excuus, want in het verleden was het niet beter. De federale politie gaf de bewuste cijfers pas einde maart aan het NIS door. Ons land is hiermee het enige land dat niet over recente gegevens beschikt. Onlangs woonde ik in Stockholm een congres over verkeersveiligheid bij, waarop de 25 Europese landen aanwezig waren. België was het enige land dat niet over recente cijfers beschikte.

De omslachtige registratieprocedure heeft tot gevolg dat de cijfers onbetrouwbaar zijn. Er wordt daarom gepleit voor regionalisering. Politiediensten zouden hun verkeersstatistieken rechtstreeks moeten kunnen toezenden aan het Gewest, waardoor er van achterstand of onnauwkeurigheid nauwelijks sprake meer zou zijn.

Wat ondernemen de ministers van Binnenlandse Zaken en van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid om de registratie en bekendmaking van verkeersongevallen te versnellen?

Wat ondernemen de ministers om de kwaliteit van de registratie en bijgevolg de betrouwbaarheid van de cijfers te verbeteren?

Geschieden de registratie en bekendmaking van de cijfers door het NIS zoals in de hele Europese Unie? Zo niet, waarom niet? Wordt dit in het vooruitzicht gesteld? Er is heel wat discussie over de registratie van het aantal verkeersdoden in ons land, met name over het overlijden binnen de dertig dagen na het ongeval.

Zullen de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid samen inspanningen leveren om de achterstand ongedaan te maken en de kwaliteit van de registratie te verbeteren? Is de minister van Binnenlandse Zaken voorstander van een regionalisering van de registratie van verkeersongevallen?

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Het NIS heeft inderdaad op 5 mei 2004 de cijfers met betrekking tot de dodelijke ongevallen in 2002 gepubliceerd.. De ongevallenregistratie is een nuttig instrument voor de opvolging van de verkeersveiligheid, één van de topprioriteiten van de regering. Daarom werd een interdepartementale werkgroep ongevallenstatistieken opgericht. Bij die werkgroep zijn alle betrokken ministeries en diensten betrokken. Naast vertegenwoordigers van mijn technisch en administratief secretariaat, de FOD Binnenlandse Zaken en de lokale en de federale politie, is de werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de minister van Mobiliteit, het NIS, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid, het Limburgs Universitair Centrum en het controleorgaan van het politionele informatiebeheer.

Bij de federale politie is de eenmalige vatting gerealiseerd, op de elektronische overdracht van de gegevens na. In het kader van het actieplan verkeersveiligheid gebeurt er een driemaandelijkse rapportering.

Bij de lokale politie wordt de eenmalige vatting in de module ISLP 1.1 gebruikt. De enkele bugs die er nog in voorkomen, zullen nog deze maand worden weggewerkt. Reeds 187 van de 196 zones werken met het ISLP 1.1. De gegevens van de overige zones worden voorlopig nog door de federale politie op papier bezorgd en gecodeerd en via elektronische weg naar het NIS verstuurd.

Voor de ongevallen met dodelijke afloop vergelijkt het NIS de gegevens van de politie met die van de parketten. Met de inlichtingen die van de parketten komen, kan de kwaliteit van de gegevens worden verbeterd. Bovendien kan op die manier ook worden nagegaan in welke mate de politiediensten de vereiste gegevens doorsturen.

Het NIS legt met betrekking tot de letselongevallen en de gewonden momenteel de laatste hand aan het methodologisch onderzoek van de betrouwbaarheid en de onderregistratie. Het instituut werkt tevens aan een studie waarbij de onderregistratie vanaf 1999 per politiezone zal worden onderzocht. De registratie van de ongevallenstatistieken 2003 wordt permanent gevold door de directie van de Nationale Gegevensbank. Die directie stuurt feedback naar de zones van de gegevens afkomstig van de verkeersongevallenformulieren en van de registraties in ISLP. Op die basis worden de zones verzocht hun gegevens te valideren en/of te corrigeren.

De cijfers die door de politie worden bekendgemaakt, zijn geen globale nationale cijfers. In regel gaat het om gegevens die in het kader van actieplannen bijgehouden worden en zich beperken tot het territorium waarop de betrokken dienst actief is en/of de fenomenen die het voorwerp uitmaken van die actieplannen.

Iedere lidstaat organiseert de registratie en verspreiding van de cijfers over de verkeersongevallen op zijn manier. Op dat vlak is het niet mogelijk een algemene vergelijking te maken. De enige uniformiteit op Europees vlak geldt de te gebruiken definities.

Het overleg tussen de ministers wordt geconcretiseerd in de werkgroep verkeersongevallenstatistieken die de achterstand wil wegwerken en de kwaliteit van de gegevens wil verbeteren. De eerste voorlopige cijfers van de ongevallenstatistieken 2003 zullen binnenkort beschikbaar zijn en de definitieve cijfers zullen tegen het einde van dit jaar klaar zijn.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Dat zal alleszins een grote verbetering zijn.