3-60

3-60

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 MEI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Dedecker aan de vice-eerste minister en minister van Justitie en aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over źde onmiddellijke inningen en minnelijke schikkingen voor overtredingen die door het koninklijk besluit van 26 april 2004 werden heraangewezen van de categorie van de zware overtredingen van de eerste graad naar de categorie van de gewone overtredingen╗ (nr. 3-322)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Op 30 april 2004 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 26 april 2004, dat onder meer het koninklijk besluit van 22 december 2003 wijzigt. Hierdoor worden sommige verkeersovertredingen heringedeeld van de categorie van zware naar die van de gewone of andere overtredingen. Ik acht deze maatregel belangrijk, gelet op de zogeheten superboetes en het gevaar van broodroof. De categorie waarin de boetes worden ondergebracht is dan ook belangrijk.

Voor Oost- en West-Vlaanderen zou er vrij snel een richtlijn zijn uitgevaardigd met bepalingen voor de afhandeling door minnelijke schikking voor overtredingen begaan vˇˇr 30 april 2004.

Over welke richtlijn gaat het? Wat is de inhoud van die rechtlijn? Bestaan er richtlijnen voor alle rechtsgebieden van alle hoven van beroep?

Welke zijn de rechten van een overtreder, wiens overtreding daterend van vˇˇr 30 april 2004 werd heringedeeld onder de gewone of andere overtredingen in geval van onmiddellijke inningen die al dan niet reeds betaald zijn en in geval van minnelijke schikkingen die al dan niet reeds betaald zijn?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie. - De richtlijn waarover de spreker het heeft werd opgemaakt door de procureur-generaal bij het Hof van beroep van Gent. Het toepassingsgebied is dan ook beperkt tot zijn rechtsgebied dat samenvalt met de provincies Oost- en West-Vlaanderen. Er zijn mij geen andere richtlijnen bekend met dezelfde draagwijdte.

Die richtlijn wijst de parketmagistraten en de politiediensten op het bestaan en de gevolgen van het nieuwe koninklijk besluit. Het staat elke procureur-generaal vrij om, indien hij dat nodig acht, richtlijnen uit te vaardigen met het oog op verduidelijking en/of de uniforme toepassing van een nieuwe wetgeving. Ik kan tevens meedelen dat alle computerprogramma's van politie en parketten werden aangepast zodat de implementatie van de nieuwe wettekst overal probleemloos kan gebeuren.

Voor verkeersovertredingen begaan tijdens het regime van het oude koninklijk besluit waarvoor de boete reeds door de overtreder betaald is, geldt dat ze volledig wettelijk zijn afgehandeld. Er is geen mogelijkheid tot gedeeltelijke terugbetaling.

Indien voor die overtredingen de boete nog niet betaald is, heeft de overtreder die erom verzoekt de mogelijkheid een herziening van het gevraagde bedrag te verkrijgen.

Gaat het om een onmiddellijke inning dan kan de aanpassing worden gevraagd bij de politie die ze heeft verstuurd. Het bevoegde parket zal dan, in vervanging van de onmiddellijke inning, een minnelijke schikking versturen met een aangepast bedrag.

Gaat het om een minnelijke schikking die door het parket werd verstuurd dan kan met dat parket contact worden opgenomen om een aanpassing van het bedrag te bekomen.