3-55 | 3-55 |
De heer Frank Creyelman (VL. BLOK). - Het openbaar vervoer werd onlangs geconfronteerd met een zeer driest voorval van agressiviteit, waarbij een veiligheidsagent het leven liet. Ook dit weekend werd een conducteur zwaar toegetakeld door twee vechtersbazen. De personeelsleden wezen al geruime tijd op de escalerende agressie in stations en op treinen en op het gebrek aan macht en middelen om deze agressie in te tomen. In de eerste helft van 2003 is het aantal gevallen van lichamelijk geweld tegen conducteurs verdubbeld in vergelijking met dezelfde periode van het jaar voordien. De criminaliteit in treinen en stations is sinds 2001 gestegen van 10.853 tot 23.558 feiten in 2003. Dit komt neer op ongeveer 75 feiten per dag. Eén op 10 agressors zou een wapen dragen. Jaarlijks komen zo'n 20.000 hulpoproepen binnen van personeelsleden die zich onveilig voelen!
B-Security, de bewakingsdienst van de NMBS, beschikt niet over politiële bevoegdheden. Het gebrek aan doeltreffende bevoegdheden maakt de dienst zo goed als lam. De agenten kunnen niet eens een proces-verbaal opstellen, mogen geen identiteitscontroles doen en beschikken niet over een wapen om zich te beschermen. Sommige leden gebruiken momenteel uit noodzaak - en op eigen initiatief - handboeien.
De eis om bijkomend personeel en meer bevoegdheden voor de veiligheidsagenten en begeleiders is aldus meer dan terecht.
In een mededeling liet Binnenlandse Zaken twee weken geleden weten het gebruik van handboeien te willen toelaten om de agressor te immobiliseren in afwachting van de komst van de politie. Daarenboven pleit de minister voor een optimale samenwerking tussen de politie en de privé-bewakingsdiensten.
In antwoord op de vraag van mijn collega Jan Mortelmans in de kamercommissie heeft de minister de huidige samenwerking tussen de politie en de beveiligingsdienst reeds uit de doeken gedaan. Momenteel lopen nog onderhandelingen en ligt er een ontwerp van KB klaar. Toch zijn bepaalde zaken nog niet helemaal duidelijk.
Welke initiatieven zal de minister nemen om de ellenlange wachttijden te beperken voordat bijstand wordt verleend door de politiediensten?
Is de minister ervan overtuigd dat handboeien volstaan om de agressie in te dijken? Hoe denkt de minister de B-Security-agenten veiligheidsgaranties te geven tegen gewapende agressors? Is de minister van plan voor deze agenten het gebruik van pepperspray en wapenstok te legitimeren? Zullen zij in de toekomst identiteitscontroles kunnen uitvoeren? Welke bijkomende bevoegdheden worden toegekend aan trein-, bus- en metrobegeleiders?
Op de vraag van Jan Mortelmans antwoordde de minister dat voor de beveiligingsdiensten voorzien is in gerichte trainingen voor geweldsbeheersing. Klopt het dat deze trainingen drastisch worden beperkt door personeelsgebrek?
Welke tien stations genieten nu veiligheidsprioriteit? Wordt dit aantal uitgebreid?
De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - De eerste vraag van de heer Creyelman heeft betrekking op de samenwerking tussen de verschillende politiediensten en de openbare vervoersmaatschappijen. Ik zou niet zover gaan om te spreken over ellenlange wachttijden. Er doen zich aan beide zijden wel eens problemen voor. Op dit ogenblik wordt gewerkt aan een protocol en ik kan u zeggen dat er reeds vooruitgang was geboekt vóór het recente dramatische ongeluk.
Welke geweldmiddelen zullen worden toegelaten? Ik wil niet vooruitlopen op de werkgroep die vóór 1 juli conclusies moet trekken. Ik onthoud mij dus van commentaar. Het spreekt voor zich dat er meer middelen nodig zullen zijn en dat men verder zal gaan dan nu, maar na 1 juli zal alles duidelijker zijn. Alle maatregelen moeten worden ingepast in een totaalbeleid voor de interne bewakingsdiensten, privé-beveiligingsfirma's en de desbetreffende inspectiediensten. Er komt een verhoogde bevoegdheidsomschrijving, maar de precieze definitie zal nog even op zich laten wachten.
Ik benadruk nogmaals dat het initiatief om hierover een werkgroep te starten er niet gekomen is naar aanleiding van het incident. Ik wil ook niet verhelen dat het om zeer moeilijke discussies gaat. Er zijn privé-beveiligingsfirma's, interne bewakingsdiensten en de politiediensten, en het is zeer moeilijk om de verschillen correct te bepalen. De minister van Binnenlandse Zaken is het met mij echter eens dat er meer bevoegdheden moeten worden toegekend. We zullen natuurlijk proberen om nog vóór 1 mei rond te zijn.
Wat de opleiding betreft, wordt voor elke bediende jaarlijks in tien trainingssessies van drie uur voorzien. Er werd mij verzekerd dat dit programma wordt voortgezet. Vanmorgen was er overigens een bijeenkomst met de verantwoordelijken voor de geweldbeheersing bij de federale politie en bij B-Security.
Er werden een aantal risicostations geïdentificeerd. In principe wordt geen onderscheid gemaakt tussen de stations. Alle treinstations krijgen dezelfde veiligheidsprioriteit, maar toch zijn er op dit ogenblik tien stations die extra aandacht krijgen. De federale politie moet bijzondere inspanningen leveren om samen met de lokale politiediensten de politiezorg te verzekeren. Bovendien is de aanwezigheid van de spoorwegpolitie in die stations opgedreven. De betrokken stations zijn: Brussel-Zuid, Brussel-Noord, Leuven, Brugge, Gent, Antwerpen, Luik, Bergen, Charleroi en Namen. De grootte van de stations werkt de veiligheidsproblemen enigszins in de hand omdat er meer anonimiteit heerst.